Klimaat van Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het klimaat van Nederland is een gematigd zeeklimaat in het Europese deel. Tot Nederland behoren ook drie eilanden in het Caribisch gebied. Op de eilanden Saba en Sint Eustatius heerst een tropisch savanneklimaat tot moessonklimaat, terwijl op Bonaire een steppeklimaat heerst.

Europees Nederland[bewerken]

Langjarige gemiddelden en extremen, tijdvak 1981 - 2010, De Bilt[1]
Maand jan feb mar apr mei jun jul aug sep okt nov dec Jaar
Gem. hoogste temp. (°C) 5,6 6,4 10,0 14,0 18,0 20,4 22,8 22,6 19,1 14,6 9,6 6,1 14,1
Gem. laagste temp. (°C) 0,3 0,2 2,3 4,1 7,8 10,5 12,8 12,3 9,9 6,9 3,6 1,0 6,0
Gem. temp. (°C) 3,1 3,3 6,2 9,2 13,1 15,6 17,9 17,5 14,5 10,7 6,7 3,7 10,1
Gem. neerslag (mm) 69,6 55,8 66,8 42,3 61,9 65,6 81,1 72,9 78,1 82,8 79,8 75,8 832,5
Gem. aantal uren zon 62,3 85,7 121,6 173,6 193,9 207,2 206,0 187,7 138,3 112,9 63,0 49,3 1601,6

In Europees Nederland heerst een zogenaamd Cfb-klimaat, een gematigd zeeklimaat met milde winters en koele zomers. Daarbinnen is onderscheid te maken in mesoklimaten, waarbij de verschillen veroorzaakt worden door de afstand tot het water, het reliëf en de grondsoort, grotendeels overeenkomend met de verschillende landschapstypes. Binnen een mesoklimaat kunnen lokale klimaten voorkomen, zoals een stadsklimaat, een bosklimaat of op nog kleinere schaal microklimaten.

Temperatuur[bewerken]

Het klimaat wordt beïnvloed door de Noordzee die het gehele jaar de temperatuur matigt, waarbij zowel de dagelijkse als jaarlijkse temperatuurschommelingen landinwaarts toenemen (d.i. richting het oosten). In het noorden is de temperatuur gemiddeld over het gehele jaar iets lager dan in het zuiden. De kustprovincies in het zuidwesten, westen en noorden hebben in de herfst- en wintermaanden doorgaans zachter weer dan het oosten en noordoosten. In de zomer zijn het oosten van Brabant en uiterste noorden van Limburg de gemiddeld warmste plekken. De gemiddeld koudste maand is op de meeste plaatsen januari, de warmste maand juli. De gemiddelde duur van het groeiseizoen in De Bilt bedraagt 270 dagen. Hoewel er de laatste jaren een stijging van de gemiddelde temperatuur is waar te nemen, is door de grote natuurlijke temperatuursfluctaties nog niet met zekerheid te zeggen of dit het gevolg is van een versterkt broeikaseffect. Wel is het markant dat de langjarige gemiddelden temperatuur (de gemiddelde temperatuur jaar op jaar gemeten over een periode van 30 jaren) gestegen is van 9,4 °C gemeten in de periode 1960 t/m 1990 via 9,8 °C (1970 t/m 2000) tot 10,1 °C (1980 t/m 2010), en dat de temperatuur van de jaren 2011, 2012, 2013, 2014 en 2015 op gemiddeld 10,7°C ligt.

Zonuren[bewerken]

Neerslag in mm/jaar.

Met ca. 1650 zonuren heeft de kust de meeste zonuren, terwijl de Achterhoek met ca. 1500 uur de minste zonneschijn heeft.

Neerslag[bewerken]

Ondanks het imago van regenland, regent het gemiddeld slechts 7,6% van de tijd. In de zomer is er vooral op grasland een verdampingsoverschot, maar gemiddeld is er jaarlijks een neerslagoverschot, het grootst op de Veluwe. Het natst zijn de Veluwe, Drenthe en Zuid-Limburg, het droogst het centrale deel van Limburg met minder dan 700 mm.

Gemiddeld valt er per jaar 690 tot ruim 900 mm aan neerslag in Nederland. De droogste plaatsen komen voor in het zuidoosten van Nederland (Midden-Limburg), de natste op de Veluwe.

In de zomer valt de regen in de regel met grotere hoeveelheden dan in de winter. Door de warmte kunnen fikse buien ontstaan, waardoor dan in korte tijd meer regen valt dan in de koude periode van het jaar. In de nazomer en herfst vallen de zwaarste buien vaak in de kustprovincies, omdat het warme zeewater de buien dan activeert.

Gemiddeld over de zomermaanden juni, juli en augustus lopen de totale hoeveelheden neerslag uiteen van ongeveer 180 millimeter langs de Noord-Hollandse kust tot 215 millimeter in het binnenland. Aan de kust valt in de herfst omstreeks 250 millimeter. Zware buien leveren soms meer dan 20 millimeter in een kwartier op, wat gemakkelijk tot wateroverlast kan leiden. De grootste hoeveelheden vallen tijdens onweersbuien en op buiige dagen zijn etmaalhoeveelheden van enkele tientallen millimeters zeker in de warme periode van het jaar geen uitzondering.

Weer[bewerken]

Het weer is sterk afhankelijk van de luchtsoort en de fronten die de verschillende luchtsoorten scheiden. Het meest voorkomend in Nederland is van de Atlantische Oceaan afkomstige maritiem polaire lucht die in de zomer vochtig en koud is en vochtig en gematigd warm in de winter. Bij een stormachtige noordwestenwind zorgt de maritieme arctische lucht voor buiig, guur weer. Uit Rusland en Siberië wordt zomers warm en droge continentale polaire lucht aangevoerd. In de winter is deze koud en droog. Warme maritiem tropische lucht zorgt in de winter veel voor mist en in de zomer voor onweer. Continentaal tropische lucht is warm en droog.

Caribisch Nederland[bewerken]

Bonaire heeft een steppeklimaat.

Bovenwinds[bewerken]

De eilanden Saba en Sint Eustatius behoren tot de bovenwindse eilanden van de Kleine Antillen. De beide eilanden worden gedomineerd door een slapende vulkaan die het hoogste punt van ieder van de eilanden vormt, The Quill op Sint Eustatius (601 meter) en Mount Scenery op Saba (887 meter).

Het klimaat op de beide eilanden kan, afhankelijk van de hoogte, in de klimaatclassificatie van Köppen worden ingedeeld als Aw (tropisch savanneklimaat) in de laaggelegen gebieden tot Am (moessonklimaat) in de hoger gelegen gebieden, met Af (tropisch regenwoudklimaat) op Mount Scenery en wellicht ook op The Quill.[2]

Benedenwinds[bewerken]

Het eiland Bonaire maakt deel uit van de benedenwindse eilanden van de Kleine Antillen. Het klimaat op het westelijke deel van deze eilanden is vergelijkbaar met dat van het nabijgelegen vasteland, semi-aride tot aride. Bonaire heeft een BS-klimaat (steppeklimaat) in de classificatie van Köppen.[3]

Noten[bewerken]

  1. KNMI, Langjarige gemiddelden en extremen, tijdvak 1981 - 2010, De Bilt
  2. Freitas, J.A. de; Rojer, A.C.; Nijhof, B.S.J.; Debrot, A.O.: A landscape ecological vegetation map of Sint Eustatius (Lesser Antilles), IMARES, Den Helder, 2012.
  3. Climate summary, Meteorologische Dienst Curaçao, geraadpleegd 9 jan 2015

Literatuur[bewerken]

  • Berendsen, H.J.A. (2005): Landschap in delen, Overzicht van de geofactoren, Koninklijke Van Gorcum, Assen.