Knutten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Knutten
Culicoides sonorensis
Culicoides sonorensis
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Diptera (Tweevleugeligen)
Onderorde:Nematocera (Muggen)
Familie
Ceratopogonidae
Newman, 1834
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Knutten op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De knutten of knutjes (Ceratopogonidae) vormen een familie van muggen uit de orde tweevleugeligen (Diptera). Ze worden ook knaasjes, knijten (Vlaanderen), knozels (Zuid-Nederland), mietsen (Noord-Nederland), mampieren (Suriname)[1] of meurzen genoemd, en soms ook zandvliegjes, een benaming die in vaktaal op soorten uit de familie motmuggen of Psychodidae slaat. Wereldwijd komen er 5989 beschreven soorten voor.[2]

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Deze zeer kleine steekvliegjes zijn slechts 1 tot 4 millimeter. Ze hebben korte poten, donkere vlekjes op de vleugels en stekende monddelen.

Verspreiding en leefgebied[bewerken | brontekst bewerken]

De larven leven in zeer vochtige omstandigheden zoals plasjes water in boomstronken, in bladoksels of in oppervlaktewater. Veel soorten zijn belangrijk als bestuiver van planten, ook voor voedselgewassen van de mens zoals cacao.

Relatie tot de mens[bewerken | brontekst bewerken]

Rol als verspreider van ziekten[bewerken | brontekst bewerken]

Net als steekmuggen zuigen de vrouwtjes bloed van gewervelden, waaronder de mens, voor hun eieren. Hun beet kan een hevige jeuk veroorzaken. Een aantal soorten is door dit steekgedrag verspreider (vector) van een aantal ziekten die veroorzaakt worden door bacteriën, parasitaire wormen en virussen. Knutten zijn onder andere verantwoordelijk voor de verspreiding van de ziekte blauwtong onder herkauwers. In augustus 2006 openbaarde deze ziekte, die normaal in warme streken voorkomt, zich bij Nederlandse schapen. Knutten kunnen verder het Schmallenbergvirus bij zich dragen.[3] Dit virus kan ziekte en misvorming van jongen bij verschillende soorten vee veroorzaken. Er zijn ook knuttensoorten die uitsluitend parasitair leven op andere, grotere insecten.

Hinder[bewerken | brontekst bewerken]

Knutten vertonen zich zelden in de volle zon maar in de schaduw en aan het einde van de dag als de zon laag staat kunnen knutten bij weinig wind zeer hinderlijk zijn. Wat enigszins helpt is goed bedekken van het lichaam en in beweging blijven; ze worden alleen door fijn muskietengaas tegengehouden. Omdat ze vooral overlast veroorzaken als er weinig wind staat, werkt een ventilator ook. Smeersels en (etherische) oliën hebben weinig tot geen effect. De larven van knutten kunnen in de natuur voorkomen in dichtheden van 700 per vierkante meter.[4] In een vochtige omgeving is structureel alleen wat aan overlast van knutten te doen door enerzijds het water waar mogelijk te laten stromen en anderzijds de natuur de ruimte te geven, zodat natuurlijke vijanden zo veel mogelijk kans hebben.

Taal[bewerken | brontekst bewerken]

Knijten komen voor in uitdrukkingen als "Ik snap er geen knijt van", waar het als synoniem voor zier geldt.[5]

Taxonomie[bewerken | brontekst bewerken]

De volgende taxa worden bij de familie ingedeeld:

Voorkomen in Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland zijn 110 soorten uit deze familie inheems verdeeld over de volgende geslachten:[6]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • David Burnie (2001) - Animals, Dorling Kindersley Limited, London. ISBN 90-18-01564-4 (naar het Nederlands vertaald door Jaap Bouwman en Henk J. Nieuwenkamp)