Koorgestoelte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koorgestoelte in de Grote Kerk van Dordrecht
Detail van het koorgestoelte in de Sint-Maternusbasiliek, Walcourt, België

Het koorgestoelte (men spreekt ook van koorbanken) is een rij zitplaatsen tegen de zijwanden van het koor van een kerk, meestal een kathedraal, kapittelkerk of kloosterkerk. Vaak bestaat het gestoelte uit twee rijen zitplaatsen achter elkaar, waarvan de tweede verhoogd is. Een hoge achterwand vormt meestal de afscheiding met de kooromgang. De koorbanken waren vaak voorzien van kunstig houtsnijwerk.

Koorbanken zijn vanaf de dertiende eeuw in zwang voor de geestelijken die in het koor de getijden zingen. In een kathedraal of een kapittelkerk waren dat de kanunniken en in een kloosterkerk de monniken. Omdat dat veelal staand diende te gebeuren, zijn de klapzittingen aan de onderkant voorzien van gebeeldhouwde consoles, de zogenaamde misericordes waarop geleund kan worden. In veel kerken zijn de koorbanken verwijderd of kregen een andere bestemming; in de Noordelijke Nederlanden gebeurde dat al tijdens de reformatie, in de Zuidelijke Nederlanden pas bij de opheffing van kapittels en kloosters in de Franse tijd.

Ook parochiekerken bezaten soms een koorgestoelte dat kon worden gebruikt voor de medewerkers aan de liturgie, zoals zangers en lectoren.

Bewaard gebleven koorgestoelte[bewerken]

Bewaard gebleven koorgestoelten in Nederland van voor de Hervorming zijn onder meer te vinden in:

In België: