Leverbot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Leverbot
Volwassen leverbot (Fasciola hepatica)
Volwassen leverbot (Fasciola hepatica)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia
Stam: Platyhelminthes
Klasse: Trematoda
Orde: Digenea
Familie: Fasciolidae
Geslacht: Fasciola
soort
Fasciola hepatica
Linnaeus, 1758
Leverbot
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De leverbot (Fasciola hepatica) is een platworm uit de familie Fasciolidae en de orde Digenea. Het is een parasitaire platworm met een ingewikkelde levenscyclus. Volwassen leverbotten leven in de lever van hun gastheer (een herkauwer, bijvoorbeeld een schaap) en migreren door het bloed zodat eitjes via de urine of de darmen vrij komen. Via een tussengastheer (zoetwaterslak) verspreiden ze honderdduizenden vrij levende larven die zich via de huid weer een weg banen in het lichaam van de gastheer. Zij veroorzaken bij herkauwers de aandoening leverbotziekte.

Besmetting komt ook bij de mens voor. Bij een veenlijk uit de Romeinse tijd, de zogenaamde Vrouw van Zweeloo werd een leverbotinfectie geconstateerd.

Levenscyclus[bewerken]

De volwassen leverbot is 30 mm lang en 10 mm breed. Deze bevindt zich in de galgangen van de lever en produceert daar talrijke eieren die 0,140 bij 0,080 mm groot zijn. Deze eitjes komen via de gal in het darmkanaal en vervolgens met de uitwerpselen in de buitenwereld terecht. Afhankelijk van de temperatuur en de aanwezigheid van vocht, ontwikkelt zich binnen de 2 à 4 weken een zogenaamd miracidium larve, die in het water leeft. Deze larve gaat actief op zoek gaat naar de tussengastheer, een zoetwaterslakje (Galba truncatula). De miracidiumlarve dringt de slak binnen. In de slak plant de larve zich ongeslachtelijk voort en maakt sporocysten, (1 mm) die op hun beurt weer 5 à 8 rediae vormt (soms met dochterrediae). Deze ontwikkelen zich vervolgens tot het zogenaamde cercariastadium.

Na deze ontwikkeling die ongeveer twee maanden duurt verlaten de cercariae de slak. Deze cercariae (1 mm groot, waarvan 2/3 staart) zwemmen rond en zetten zich vast op de aanwezige planten vlak onder het wateroppervlak en kapselen zich in. Deze metacercariae kunnen verschillende maanden besmettelijk blijven. Na opname van de besmette planten door de gastheer (voornamelijk rund of schaap), komen de jonge larvale leverbotjes vrij in de darm. Ze doorboren de darmwand, komen in de buikholte en dringen de lever binnen. Ze migreren verschillende weken lang door het leverweefsel, waarbij ze groeien en leverweefsel vernietigen. Uiteindelijk belanden ze in een galgang, waar ze volwassen worden en eieren leggen.

Bij schapen kunnen deze leverbotten meerdere jaren (tot 10 jaar) in de galgangen overleven. Bij runderen zouden ze minder lang aanwezig blijven. De volledige cyclus duurt minimaal 17 à 18 weken.

Bronnen, noten en/of referenties