Luc-Peter Crombé

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Luc-Peter Crombé (Opwijk, 14 januari 1920 - Sint-Martens-Latem, 17 mei 2005) was een Vlaamse kunstschilder.

Zijn opleiding begon in de academie en aan St-Lucas te Gent, waarna hij de klas van Permeke volgde in het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen, vanwaar hij weer een hele sprong maakte: vijf jaar op atelier bij de Gentse meester Jos Verdegem, van de stormachtige geweldenaar Permeke naar de verfijnde, haast decadente kunst van een Verdegem. Crombé vulde dit alles aan met onvermoeibare zelfstudie, gewijd aan het onderzoek en het kopiëren der werken van oude meesters in binnen-en buitenlandse musea. Daarnaast genoot Crombé van een bijzondere scholing in het école du Louvre (oudheidkunde en restauratie), waarna hij deze scholing in de praktijk zette onder meer in het atelier Van de Velde (Gent) en in het Louvre bij Prof. Serulaz (Parijs). Hij woonde vanaf 1970 in Sint-Martens-Latem waar hij samen met Maurice Schelck, Fons Roggeman, Joe Van Rossem, Chris Pots , Jef Wauters, Lea Vanderstraeten behoorde tot de zogenaamde vierde generatie Latemse Schilders.

Crombé haalde in zijn leven tal van prijzen, waaronder :

  • Prijs voor levend model, 1947, Antwerpen
  • Provinciale prijs , 1954, Oost-Vlaanderen
  • Prijs voor grafiek, 1955, Frankfurt
  • Benevenutoprijs, 1956, Milaan
  • Sagrada familliaprijs voor religieuze kunst, 1957, Barcelona
  • Grootste onderscheiding op "World's fair", 1964
  • Ereprijs Detroit, 1965

Externe link[bewerken]