Lucas Franchoys de Oude
| Lucas Franchois | ||||
|---|---|---|---|---|
Nederdaling van de Heilige Geest, Sint-Janskerk te Mechelen | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | 1574, Mechelen, Habsburgse Nederlanden | |||
| Overleden | 1643 | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | Kunstschilder | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Jaren actief | 1599 – 1643 | |||
| Stijl | Barok | |||
| Werklocatie | Mechelen (1599; 1643),[1] Spanje (1602; 1604),[1] Frankrijk (1602; 1604)[1] | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Sint-Lucasgilde | |||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Lucas Franchoys of Lucas Franchois (Mechelen, 23 of 25 januari 1574 – begraven op 16 september 1643)[2], ook wel Lucas Franchoys de Oude of Lucas Franchoys (I) genoemd, was een Vlaamse barokschilder, die portretten en altaarstukken schilderde. Hij was korte tijd hofschilder in Parijs en Madrid, maar bracht het grootste deel van zijn carrière door in Mechelen.[2]
Biografie
[bewerken | brontekst bewerken]Hij werd geboren in Mechelen als de zoon van Cornelius Franchoys uit Antwerpen. Zijn zus Cornelia trouwde eerst met de beeldhouwer Hendrik Faydherbe en later met de beeldhouwer Maximiliaen l'Abbé of Labbe. Hij werd op 11 oktober 1584 geregistreerd als een leerling van Mathys van Outter, een schilder in Mechelen die later naar Antwerpen verhuisde. In 1599 werd hij meester in het Sint-Lucasgilde van Mechelen. In de periode van 1602 tot 1604 werkte hij aan het hof in Parijs als ‘peintre du roy’ en aan het hof in Madrid.[2] In Parijs werkte hij voor prins Hendrik II van Bourbon-Condé, voor wie hij talrijke portretten schilderde.[3]

Hij was uiterlijk terug in Mechelen in 1604. Antoon Imbrechts werd op 13 januari 1604 zijn eerste leerling. Vele andere leerlingen volgden. Het RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis vermeldt 15 leerlingen, uitgezonderd zijn zonen. Hij trouwde op 13 januari 1605 in Mechelen met Catharina du Pont (begraven op 5 september 1654). Het paar had drie dochters van wie Martina Catharina trouwde met zijn leerling, de schilder en beiaardier Eloi Bonnejonne. Hun twee zonen Lucas Franchoys de Jongere en Peter Franchoys werden beiden verdienstelijke schilders.[2]
Op 24 januari 1616 werd hij verkozen tot 'provisor' van het Broederschap van de Rozenkrans dat pas was opgericht door de Mechelse Sint-Janskerk, zijn parochiekerk. Hij was deken van het Sint-Lucasgilde in de jaren 1613, 1625, 1632, 1637 en 1640. Hij ondertekende op 8 mei 1619 de petitie van de vrijmeesters van het gilde gericht aan de stadsmagistraten met het verzoek een einde te maken aan de oneerlijke concurrentie veroorzaakt door de ongeoorloofde invoer in Mechelen van kunstwerken.[2]
Hij maakte op 20 juli 1643 zijn testament, waarin hij al zijn kunstwerken, tekeningen, gravures en schetsen aan zijn twee zonen naliet. Hij werd begraven op 16 september 1643.[2]
- 1 2 3 RKDartists; geraadpleegd op: 3 maart 2018; RKDartists-identificatiecode: 311105.
- 1 2 3 4 5 6 Lucas Franchoys (I) op de site van het RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Geraadpleegd op 26 februari 2026.
- ↑ Patrick Le Chanu, Condé, House of, on Grove Art Online, Oxford University Press. accessed on 27 February 2026.