Machine van Marly

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gravure van de oorspronkelijke machine van Marly
Pompenhuis uit 1858 op een schilderij van Alfred Sisley

De machine van Marly was een hydraulisch pompsysteem om water uit de Seine op te pompen voor de fonteinen van het paleis van Versailles. Ondanks zijn naam lag het complex niet in Marly maar in Bougival.

Lodewijk XIV had grote hoeveelheden water nodig voor de fonteinen van Marly-le-Roi en Versailles. De hoeveelheid water kwam overeen met de hoeveelheid die de stad Parijs per dag nodig had.[bron?] Er waren reeds talrijke pogingen gedaan om water naar de fonteinen te krijgen. Arnold de Ville ontwierp een pompsysteem gebaseerd op een prototype in het kasteel van Modave. Het bestond uit 14 schepraderen van elk 11,5 meter diameter [1], die 221 pompen aandreven om het water 162 meter naar een reservoir op een heuvel te pompen.

In 1661 begon de bouw, door aannemer Rennequin Sualem. Het project was klaar in 1684 en had toen 4.000.000 Franse ponden gekost. De kade voor de machine werd naar Sualem genoemd.[1]. Het schild van de stad Luik was in het mechanisme geslagen.[2]

De machine lag regelmatig stil door mankementen en moest door een zeskoppige ploeg onderhouden worden.

Een ets van het Observatorium van Parijs in het begin van de 18de eeuw met de houten "Marly toren" aan de rechterkant, een ontmanteld gedeelte van de machine van Marly dat overgebracht werd naar het Observatorium door de astronoom Giovanni Domenico Cassini om grote telescopen op te monteren

Wegens de veelvuldige mankementen werd kort daarna een aquaduct gebouwd om het water naar twee reservoirs dicht bij Versailles te brengen.
Op dezelfde locatie werd in de 19e eeuw een systeem van door stoommachines aangedreven pompen gebouwd. Bij verbetering van de Seine in de 20e eeuw is het complex gesloopt.