Machinefabriek Drakenburgh, v/h D.W. van Rennes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
N.V. Machinefabriek Drakenburgh,
v/h D.W. van Rennes
De Van Rennes motor van de Pakschuit Nooitgedacht
De Van Rennes motor van de Pakschuit Nooitgedacht
Rechtsvorm 1903 N.V.
Oprichting Later B.V.
Opheffing 24 november 2006, uitspraak faillissement op 22 november 2006
Oorzaak einde Faillissement[1]
Eigenaar D.W. Van Rennes
Land Nederland
Hoofdkantoor 1860–1938 Utrecht
1938–2006 Leiden
Sector Machinebouw
Portaal  Portaalicoon   Economie

N.V. Machinefabriek Drakenburgh, v/h D.W. van Rennes was een machinefabriek die grote bekendheid kreeg door de fabricage van motoren. Aanvankelijk leverde het als machinewerkplaats een diversiteit aan andere producten. De onderneming werd opgericht door Dirk Willem van Rennes (Utrecht, 26 december 1836-30 november 1912). Hij was een technisch pionier en liep in Nederland voorop bij het ontwikkelen van scheepsmotoren.

In 1860 verkreeg Van Rennes octrooi op een machinale deegkneder, in 1866 ontwikkelde hij een stempelpers voor boekbinderijen en in 1868 vervaardigde hij een handnaaimachine. Deze werktuigen werden in beperkte aantallen, geproduceerd in zijn werkplaats aan de Lange Smeesteeg. (De Lange Smeesteeg heet sinds 1878 Lange Smeestraat.) In 1871 verhuisde het bedrijf naar het voormalige stadskasteel Drakenburgh aan de Oudegracht in Utrecht.[2]

In 1876 verkreeg Van Rennes octrooi op een heteluchtmotor. Deze motor was geschikt voor kleine vermogens, wat hem toepasbaar maakte in het kleinbedrijf. Vanaf begin jaren tachtig van de 19e eeuw ontwikkelde hij gasmotoren en leverde de eerste af in 1883 aan fa. Gebr. Braakensiek te Amsterdam. Eind van die jaren tachtig startte hij daarnaast met de ontwikkeling van petroleummotoren. De eerste was bestemd voor zijn eigen bedrijf, in 1890, de volgende vonden vooral afzet als scheepsmotor.

De aanleiding van het produceren van motoren van schepen was een verzoek van Schippersvereniging Schuttevaer. Enkele binnenschippers wilden voor hun schip een motor laten ontwikkelen en Schuttevaer stelde zich garant voor de onkosten in geval van mislukking. De eerste proefvaarten vonden in 1896 plaats. De motor werd rechtstreeks aan de schroefas gekoppeld, waardoor er geen riemen meer nodig waren.

Het succes van deze ontwikkeling zorgde er voor dat de fabriek al om vijf uur in de ochtend begon met werken, met de bijbehorende geluidsoverlast en een onaangename lucht, zodat vanwege de klagende buurtbewoners in 1899 verhuisd moest worden van de Oudegracht naar de Croeselaan, bij het oude buitenhuis Raadwijk. In 1903 werd het bedrijf voortgezet als naamloze vennootschapmet de naam “Machinebedrijf Drakenburgh” voorheen D.W. van Rennes. Gebruikelijk heeft men het over een Van Rennes motor, een Drakenburgh motor is meer iets voor de latere, voor de kustvaart geproduceerde, motoren.[3]

In 1910 bouwde Rennes toch nog weer een zuiggasmotor voor een zeeschip.[4]

Gerrit Hendrik Bernard Hogewind trad in 1896 in dienst en werd na het overlijden van D.W. van Rennes directeur van het bedrijf. In 1928 legde hij deze functie neer en werd hij benoemd tot een van de commissarissen van de fabriek.

In de crisisjaren liepen de orders lopen terug. Ondanks dat het bedrijf dan al nagenoeg failliet was, werden de Van Rennes motoren in de vakwereld nog altijd zeer goed beoordeeld en werd de productie hiervan voortgezet. De fabriek ging in 1938 in afgeslankte vorm verder in een bedrijfshal, gehuurd van bouwmaterialenhandel Fontein aan de Sumatrastraat in de stad Leiden. In 1956 werd het bedrijf verkocht aan de familie Van der Wal. Het bouwen van motoren duurde nog tot het einde van de jaren zeventig. De orderportefeuille van het bedrijf varieerde in die tijd van machine- en kraanbouw tot veevoederinstallaties. Het bedrijf had meer dan 100 man personeel en had een jaaromzet van € 8,5 miljoen.

In 1978 werd het bedrijf overgenomen door vijf medewerkers en verhuisde twee jaar later naar een nieuwe locatie aan Admiraal Banckertweg onder de bedrijfsnaam Drakenburgh B.V. Maar ook dat pand bleek weer te klein en in 1986 werd een tweede fabriekshal tegenover de oude hal in gebruik genomen.[5] In 1978 had het bedrijf 25 werknemers, in 1987 70 werknemers. Rond die tijd produceerde het bedrijf zeer kleine onderdelen tot stalen constructies van 50 ton zwaar. Maar bijvoorbeeld ook transportbanden en het toneel van de Alkmaarse schouwburg De Vest.[6] Het groeide op het hoogtepunt uit tot een bedrijf van zo'n 125 medewerkers. In 2005 had het nog een jaaromzet van € 8,5 miljoen.[7]

In 2006 ging het fout, het bedrijf ging failliet. Nieuwe investeerders werden niet gevonden, maar het overgrote deel van de 75 medewerkers kon aan het werk blijven. Ze konden worden overgenomen door de bagger- en Offshore multinational IHC.

Historisch belangrijke stukken zijn overgebracht naar Museumwerf Vreeswijk, zoals onder andere de heteluchtmotor.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]