Maqil

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Maqil (Arabisch: المعقل) was een Arabische nomadische bedoeïenenstam uit Jemen die in de 11e eeuw naar de Maghreb regio emigreerden samen met de Banu Hilal en Banu Sulayl-stammen.

In Marokko vestigden ze zich vooral in en rond de Sahara vlakten en oases; in Tafilalet, Wad Nun (vlak bij Guelmim), Draa en Taourirt. Ze speelden een belangrijke rol in de strijd tegen de Meriniden, aan wie ze zich daarvoor hadden moeten onderwerpen in tijden dat de heerschappij van deze dynastie sterk en machtig was. Ze waren invloedrijk en verantwoordelijk voor het arabiseren van de Berberse bevolking van de regio, wat er toe leidde dat de Arabische taal en cultuur aan hen opgedrongen werd. De meest belangrijke sub-stam was de Beni Hassan, die de hoofdzakelijke stam werd van het tegenwoordige Mauritanië en de Westelijke Sahara, wiens culturele impact enorm was. De bevolking van deze twee landen spreken heden ten dage het Hassaniya Arabisch, vernoemd naar de Beni Hassan stam.

Oorsprong[bewerken | brontekst bewerken]

De exacte herkomst van de Maqil is onbekend alhoewel algemeen aangenomen wordt dat ze afkomstig waren uit Jemen. Zij beweerden over zichzelf dat ze van de Banu Hashim afstamden, een clan van de Qoeraisj stam uit Saoedi Arabië waartoe ook de profeet Mohammed toe behoorde. Ze claimden afstammelingen te zijn van Jaafar ibn Abi Talib, zoon van Abu Talib en broer van Ali ibn Abi Talib. Arabische genealogen categoriseerde hen als behorende tot de Banu Hilal stammen uit Saoedi Arabië. Ibn Khaldun schreef dat beide versies niet klopten, omdat de Banu Hashim clan sedentair in de steden woonden en niet nomadisch waren of in de woestijn rondtrokken. Hij voegde eraan toe dat de Maqil een naam is die alleen in Jemen voorkomt. Ibn Khaldun speculeerde dat zij waarschijnlijk een Arabische nomadische groep uit Jemen waren en deze theorie werd aangenomen en ondersteund door Ibn al-Kalbi en Ibn Said.

Sub-stammen[bewerken | brontekst bewerken]

Beni Ubayd Allah 
De Banu Ubayd Allah stamden af van Ubayd Allah Ibn Sahir (of Saqil), zoon van de Maqil voorvader. Zij waren de grootste sub-groep van de Maqil stam en leefden als nomaden in de zuidelijke heuvels tussen Tlemcen en Taourirt. In hun nomadische reis bereikten ze op hun verst de Moulouya rivier in het noorden tot Tuat in het zuiden. De Beni Ubayd Allah verdeelden zich later in 2 sub clans: de Haraj en de Kharaj.
Beni Mansour 
De Banu Mansour stamden af van Mansour ben Mohamed, de tweede zoon van de Maqil voorvader. Ze leefden als nomaden tussen Taourirt en de Draa vallei. Eens hadden zij het gebied tussen de Moulouya rivier en Sijilmasa onder hun controle, alsook Taza en Tadla. Zij waren de tweede meest grootste sub-groep van de Maqil stam, na de Beni Ubayd Allah.
Beni Hassan 
De Banu Hassan stamden af van Hassan ben Mokhtar ben Mohamed, de tweede zoon van de Maqil voorvader. Zij waren dus de neven van de Beni Mansour. Alhoewel de Banu Hassan sub-stam zich niet alleen beperkte tot de afstammelingen van Hassan, ook de Shebanat (zonen van Shebana, de broer van Hassan) en de Reguitat (die van andere zonen van Mohamed afstamden; namelijk: Jalal, Salem en Uthman) maakten deel uit van deze sub-groep. Ze trokken rond in de Sous (tegenwoordig het zuiden van Marokko), maar leefden oorspronkelijk als nomaden rond de Moulouya rivier samen met hun naburige stamverwanten; de Banu Ubayd Allah en de Banu Mansour. Hun komst naar de Sous had te maken doordat de gouverneur van de Almohaden hen opriep om te vechten voor hem toen er een opstand uitbrak in de Sous tijdens de Almohaden dynastie.
Thaaliba 
De Thaaliba stamden af van Thaalab ben Ali ben Bakr ben Sahil (of Saqil of Suhair) zoon van de Maqil voorvader. Deze groep had minder geluk en was niet zo invloedrijk als hun verwanten doordat ze hun nomadische levensstijl opgaven en zich permanent vestigden in een regio in de buurt van Algiers. Ze woonden daar vier eeuwen en werden zwaar onderdrukt en verslagen door de opeenvolgende Berber koningen en verloren uiteindelijk grote invloed na het verliezen van meerdere zware tegenslagen in de strijd met de Abdelwadid (Zianiden dynastie) leider Yaghmurasan Ibn Zyan. Hun afstammelingen leven nog steeds en bewonen de stad Algiers en omstreken.

Emigratie naar de Maghreb[bewerken | brontekst bewerken]

De Maqils bereikten de Maghreb gedurende de emigratiegolf van de Arabische stammen Banu Hilal en Banu Sulaym in de 11e eeuw. De Banu Sulaym verzette zich tegen hun aankomst en versloegen ze waarop ze zich later verenigden met de Banu Hilal en zo onder hun bescherming kwamen. Dit stelde hen in staat om vrijuit rond te trekken in de gebieden tussen de Moulouya rivier en de Tafilalet oases. Een kleine groep van hen bleven echter achter in Tunesië tijdens hun westwaartse doorvoer vanuit het Arabische schiereiland naar de Maghreb en werkten daar kort als viziers voor de Banu hilal en Banu Sulaym stammen die zegevierden op de overwinning van de krachtige Ziriden dynastie die ze kort daarvoor hadden verslagen.

De Maqils groeiden snel in aantal, dit door het feit dat vele andere Arabische stammen zich bij hen voegden waaronder:

  • De Fezara van Asheja
  • De Chetha van Kurfa
  • De Mehaya van Iyad (of Ayad)
  • De Shuara van Hassin
  • De Sabah van al-Akhdar
  • Sommigen van de Banu Sulaym

Eenmaal in Marokko verenigden zij zich met de nomadische Berberse Zenata groepen, die daar al leefden voor hun aankomst. Na het einde van het Almohaden gezag maakten de Maqils gebruik van de burgeroorlogen tussen de verschillende Berberse Zenata groepen en namen de controle in beslag van diverse ksours en oases in de Sous, Draa, Tuat en Taourirt waar zij belastingen op legden waaruit een bepaalde hoeveelheid ingezameld geld aan de lokale bevolking gegeven werd die de Zenata koningen bestreden.

Ontwikkeling onder de Almohaden[bewerken | brontekst bewerken]

Onder het sterke Almohaden bewind bleven de Maqils loyaal, ze betaalden belastingen en vielen of plunderden geen dorpen, ksours of passerende handels karavanen aan. Toen de macht van het Almohaden kalifaat ten einde kwam ontstonden er burgeroorlogen tussen de Berberse Zenata stammen en doordat er geen centrale staatsgezag was maakten de Maqils hier gebruik van en grepen ze de macht over diverse ksour (kastelen) rond Tafilalet, de Draa vallei en Taourirt.

Veranderingen onder de Abdelwadid en de Meriniden[bewerken | brontekst bewerken]

De verschillende sub-groepen van de Maqils gedroegen zich anders tegenover de rivaliserende dynastieën van de Banu Merin en de Banu Abdelwad (beide waren Zenata). De Kharaj sub-clan van de Banu Ubayd Allah kwam aanvankelijk in opstand tegen de Zenata Banu Abdelwad maar sloten zich later bij hen aan toen ze verslagen werden door Yghmoracen, de eerste Abdelwadid sultan. Toen de Meriniden de macht van de Abdelwadids overnamen bleven de Kharaj trouw aan de Banu Abdelwad aangezien die hen privileges had gegeven ter betrekking tot belastinginning nadat ze verslagen waren geweest. De Meriniden sultan, Abu al-Hassan gaf vervolgens deze privileges aan de Berberse Beni Iznassen stam. Ontevreden met deze verandering kwamen de Kharaj in opstand en doodde ze de Meriniden gouverneur van de Sahara ksours, Yahya ibn Al-iz en ontsnapten in oostelijke richting ver de afgelegen woestijngebieden in uit angst voor represailles van de sultan.

De tweede sub-clan van de Beni Ubayd Allah, -de Haraj- die ten westen van Taourirt woonden onderwierpen zich aan de Meriniden en bleven hun bondgenoten.

Vergelijkbaar met de Kharaj van Beni Ubayd Allah was de Banu Nassr stam, die zich met de Abdelwadids hadden geallieerd en tegen de Meriniden dynastie hadden gevochten maar verslagen werden. Ze maakten zich los van de Banu Abdelwad en versloegen de Abdelwadid sultan, Abu Hammu II en ontsnapten, iets waarvoor ze zwaar gestraft werden.

De Beni Hassan vochten ook tegen de Meriniden toen deze laatsten zich in Tlemcen bevonden om tegen de Abdelwadid te strijden. Er gebruik van makend dat de Meriniden zich in Tlemcen bevonden kwamen de Beni Hassan in opstand en doodde ze de Meriniden gouverneur van de Sous. Toen het oostfront hiervan op de hoogte was zond de Meriniden sultan een leger die de Beni Hassan ernstig versloeg. Daarnaast legde hij een zware eerbetoon op de Beni Hassan voor hun verraad. Ze bleven onder de Meriniden dynastie werken in de dienstbaarheid, totdat deze dynastie kwam te vervallen.

Vandaag[bewerken | brontekst bewerken]

Populaties uit Mauritanië, de Westelijke Sahara, Zuid-Marokko en het zuidwesten van Algerije spreken een unieke variëteit van het Arabisch dat Hassaniya wordt genoemd, wat vernoemd is naar de substam Beni Hassan van de Maqils.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]