Zenata

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ibn Battuta

De Zenata (in het Berbers: Iznaten of Iznassen) waren gedurende de middeleeuwen een van de drie grote Berberconfederaties, naast de Imesmuden (Masmuda) en Izneghen (Sanhaja).

Hun leefgebied lag van Marokko tot aan West-Libië.[1] In pre-islamitische tijden migreerden verschillende stammen naar het westen. Nadat hun koningin Dihya verslagen werd door de Arabieren, vluchtten ook andere stammen naar het gebied dat nu de noord-Marokko is. Gedurende de middeleeuwen was Tlemcen een belangrijke en rijke stad van de Zenata-stammen. Zij speelden een belangrijke rol in de geschiedenis van islamitisch Noord-Afrika en hebben eeuwen over grote delen van de Berberse wereld geregeerd. De Maghrawaden, Banu Ifran, Meriniden, Zianiden en de Wattasiden waren Zenata-dynastieën.

Zij waren hoofdzakelijk nomadisch en waren het minst sedentair van de Berberse stammen. Ondanks deze hoofdzakelijk nomadische levensstijl, hebben zij een groot aantal steden en dorpen gesticht in Marokko, Algerije en Tunesië. Belangrijke Marokkaanse steden als Oujda, Meknes, Tetouan en Taza zijn door de Zenata gesticht.

De Zenatastammen waren kundige ruiters en stonden in de middeleeuwen bekend om hun paardrijkunsten. Jinete, het Spaanse woord voor ruiter, is afgeleid van het woord Zenata.

Hun dialect van het Berbers wordt als Tarifit nog gesproken door Berbergroepen als de Riffijnen van Noord-Marokko, de Chenoua van Tipaza, de Chaoui van Noordoost-Algerije en anderen.