Megalonotus sabulicola

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Megalonotus sabulicola
Megalonotus sabulicola (Lygaeidae) - (imago), Elst (Gld), the Netherlands - 2.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Hemiptera (Halfvleugeligen)
Onderorde:Heteroptera (Wantsen)
Familie:Lygaeidae (Bodemwantsen)
Geslacht:Megalonotus
Soort
Megalonotus sabulicola
(Thomson, 1870)
Afbeeldingen Megalonotus sabulicola op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Megalonotus sabulicola op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De Megalonotus sabulicola is een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae). 'Zandgrootrug' is de Nederlandse naam voor deze wants op Waarneming.nl, waar voor alle in de Benelux voorkomende wantsen eenduidige Nederlandse namen zijn ingevoerd.[1][2]

De onderfamilie Rhyparochrominae wordt ook weleens als een zelfstandige familie Rhyparochromidae gezien in een superfamilie Lygaeoidea.[3] Lygaeidae is conform de indeling van bijvoorbeeld het Nederlands Soortenregister.

Uiterlijk[bewerken]

Deze soort is 4 tot 5 mm lang. Net als de andere soorten uit het genus Megalonotus is het halsschild (pronotum) donker gekleurd en grof gepuncteerd en dragen de voordijen een grote en meerdere kleinere stekels. Deze wants heeft lange rechtopstaande haren op het halsschild. De kop, het schildje (scutellum) zijn zwart. De dijen van de poten zijn donker, de schenen van de middelste en achterste poten zijn lichtbruin. Het tweede segment en het onderste deel van het derde segment van de donkere antennes zijn lichtbruin. De meeste wantsen zijn langvleugelig (macropteer).

Verspreiding en habitat[bewerken]

De soort komt voor in Europa van het zuidelijk deel van Scandinavië tot in het Europese deel van het Middellandse Zeegebied. Naar het oosten is hij verspreid tot in Centraal Azië, Siberië en Japan en hij is naar het noordwestelijk deel van Noord-Amerika versleept. Ze hebben een voorkeur voor droge, open, warme leefgebieden met zand- en kalksteenbodems.

Leefwijze[bewerken]

De wantsen leven op de bodem polyfaag van zaden. Er is geen binding gevonden met bepaalde voedselplanten.

Externe link[bewerken]