Merijn de Boer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Merijn de Boer
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Geboren 7 september 1982
Geboorteplaats Heemstede
Land Vlag van Nederland Nederland
Werk
Bekende werken Nestvlieders
Uitgeverij J.M. Meulenhoff
Onderscheidingen BNG Bank Literatuurprijs
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982) is een Nederlandse schrijver. De Boer woont met vrouw en kinderen in Tunis.

In 2011 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff zijn verhalenbundel Nestvlieders, bestaande uit vier niet eerder gepubliceerde verhalen: 'Overal leegte', 'Balthasar Tak', 'Luchtkasteel' en 'Kraaien in de schoorsteen'. Een jaar later kreeg De Boer voor deze verhalenbundel de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 2012 toegekend.

In 2014 verscheen zijn roman De nacht, die werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Ook kwam de roman genomineerd op de longlist voor de BNG Literatuurprijs

Merijn de Boer werd in 2015 door De Volkskrant uitgeroepen tot een van de grootste literaire talenten van het Nederlandse taalgebied.

In 2016 verscheen zijn tweede roman ’t Jagthuys. In december 2016 zette het BNG Cultuurfonds deze roman op de shortlist voor de BNG Literatuurprijs.

Veel verhalen in de bundel De geur van miljoenen zijn reacties op of geïnspireerd door het werk van schrijvers die De Boer bewondert, zoals Gogol, Springer, Nabokov en Proust. Acht van de verhalen verschenen eerder in diverse magazines, vier waren nieuw.

Toen De Boer nog in Amsterdam woonde, was hij redacteur bij uitgeverij G.A. van Oorschot en van het literaire tijdschrift Tirade.

Sinds enkele jaren is De Boer daarnaast lid van de redactieraad van het literaire tijdschrift Hollands Maandblad.

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Nestvlieders (2011)
  • De nacht (2014)
  • ’t Jagthuys (2016)
  • De geur van miljoenen (2018)
  • De Saamhorigheidsgroep (2020) Bekroond met de BNG Bank Literatuurprijs 2020

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]