Mohammed Omar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Amir-ul-Momineen
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Volledige naam Mullah Mohammad Omar
Geboren provincie Kandahar, 1960
Overleden mogelijk Pakistan, april 2013
Nationaliteit Afghaans
Bekend van commandant ten tijde van Sovjetbezetting van Afghanistan en later leider van de talibangroepering
Overig
Religie islam (soennisme)
Politiek taliban
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Mohammed Omar (Afghaans: ملا محمد عمر , ook wel bekend als "Amir-ul Momineen", wat "Commandant der Gelovigen" betekent; provincie Kandahar, 1960[1][2]Pakistan, april 2013?) was de leider van de taliban in Afghanistan en was de facto staatshoofd van het Islamitisch Emiraat Afghanistan, zoals het land heette in de talibanperiode, van 1996 tot 2001. Hij was vooral onder de naam Moellah Omar bekend. Hij was op de vlucht sinds de Oorlog in Afghanistan van 2001 en werd gezocht door de Verenigde Staten voor het onderdak verlenen aan Osama bin Laden en zijn organisatie Al Qaida.

Omar was een etnische Pathaan en wordt beschreven als erg lang (sommigen zeggen 1,98 m). Hij nam deel aan de oorlog tegen de Russische bezetting in de jaren tachtig en raakte vier keer gewond. Hij verloor in de oorlog zijn rechteroog.

Moellah Omar werd beschouwd als de hoogste leider van het talibanbewind dat Afghanistan regeerde van 1996 tot 2001. Hij trad evenwel niet als staatshoofd naar buiten en gaf nooit interviews aan westerse journalisten. Omar moest in december 2001 vluchten nadat de zuidelijke stad Kandahar, het laatste bolwerk van de taliban, viel.

De Verenigde Staten loofden een beloning van 10 miljoen dollar uit voor zijn gevangenneming.[3]

In januari 2007 en december 2008 liet hij van zich horen middels e-mailberichten, waarin hij aankondigde de buitenlandse troepen uit Afghanistan te zullen verdrijven. Hij beweerde niet te weten waar Osama bin Laden zich bevond. Hij ontkende dat "het Islamitisch Emiraat Afghanistan" (= de taliban) in Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten of waar dan ook zou hebben onderhandeld met de regering van president Karzai. Deze mededelingen waren door hem ondertekend en per e-mail gezonden naar het persbureau AFP.

Op 29 juli 2015 kwamen vanuit Afghanistan berichten dat Omar reeds in 2013 overleden zou zijn. Dit werd tevens bevestigd door de Afghaanse inlichtingendienst en regering.[4][5][6] Daarop ontving persbureau AP een verklaring van de taliban, waarin ze het overlijden van Omar bevestigde. Omar zou aan een ziekte zijn overleden, maar zijn exacte overlijdensdatum vermeldde men niet. Volgens de taliban heeft zijn zoon Mohammad Yaqub het lichaam geïdentificeerd, waarna Omar is begraven. Zijn familie vroeg namens zijn broer Mullah Abdul Manan en zoon Yacub om Omars fouten tijdens zijn leiderschap te vergeven, tevens boden zij excuses aan voor zijn daden.[7]

Voorganger:
Burhanuddin Rabbani
Commandant van de Gelovigen (de facto leider van Afghanistan)
1996-2001
Opvolger:
Burhanuddin Rabbani