Molière (schrijver)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Molière
Molière
Algemene informatie
Geboren Parijs, 15 januari 1622
Overleden Parijs, 17 februari 1673
Werk
Periode 17e eeuw
Genre Theater
Stroming Classicisme
Bekende werken L'école des femmes, 1662; Tartuffe, 1664; Le misanthrope, 1666; L'avare, 1668; Le malade imaginaire, 1673
Dbnl-profiel
Lijst van Franstalige schrijvers
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Molière (geboren als Jean-Baptiste Poquelin) (Parijs, 15 januari 1622 - aldaar, 17 februari 1673) was een Frans toneelschrijver en acteur die bekendheid verwierf met zijn satirische komedies. Zijn bekendste werken zijn Dom Juan, Tartuffe en L'Avare (De Vrek).

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Jean-Baptiste was de zoon van Jean Poquelin, een rijke handelaar in wandtapijten die in 1631 de titel tapissier et valet de chambre du roi zou kopen, en Marie Cressé. Zijn moeder overleed toen hij 10 was. Jean hertrouwde met Catherine Fleurette die aan Jean-Baptiste twee halfzusters schonk alvorens in 1636 eveneens te overleden. Vader Jean bleef achter als weduwnaar met 5 kinderen; het is misschien niet toevallig dat in de toneelstukken van Molière weinig moeders voorkomen, maar des te meer schoonmoeders en toegewijde dienstmeiden.[1]

Tot 1639 liep hij school aan het prestigieuze Parijse jezuïetencollege Collège de Clermont, waar hij via zijn leraar Pierre Gassendi kennis maakte met het werk van Epicurus. Hij zou er Claude-Emmanuel Luillier (de latere dichter Chapelle), de filosoof François Bernier en Cyrano de Bergerac. Uit die tijd zou ook zijn vertaling van het werk De Rerum Natura van Lucretius dateren.[2]

Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Orléans. In 1643 stichtte hij, naar eigen zeggen gedreven door een onweerstaanbare roeping, met de familie Béjart een toneelgezelschap l'Illustre Théâtre, en nam de naam Molière aan.

Heel abrupt was die keuze voor het theater echter niet. De families Poquelin en Béjart onderhielden al jaren een zakelijk contact. Het zou kunnen dat Jean-Baptiste handelde uit verliefdheid op de oudste dochter Madeleine (geb. 1618). Hij kreeg van zijn vader een voorschot op de erfenis en stond het recht op ambachtsopvolging af aan zijn jongere broer.[3] Op 30 juni 1643 werd dan de oprichtingsakte van het gezelschap ondertekend.[4]

Het gezelschap werkte zonder succes. Molière moest wegens schulden enige tijd in de gevangenis doorbrengen. Hij verliet Parijs en reisde met zijn kameraden gedurende een twaalftal jaren door de provincie. Al spoedig begon hij zelf komedies te schrijven.

Op 24 oktober 1658 trad hij voor het eerst op voor koning Lodewijk XIV en zijn hele hof in een zaal van het Louvre. De bijval was zo groot, dat Molières gezelschap de naam Troupe de Monsieur mocht voeren en een zaal van het Petit-Bourbon tot zijn beschikking kreeg. In 1659 opende hij met Les précieuses ridicules een reeks van ongeveer dertig kluchten en blijspelen, die hem de gunst en bescherming van Lodewijk XIV bezorgden en hem bij het nageslacht beroemd maakten.

Van ca. 1661 tot zijn dood in 1673 werkte hij samen met de componist Jean-Baptiste Lully, wat resulteerde in cómedies-ballets, composities van illustratieve begeleidingen bij enkele van de beste toneelstukken van de schrijver. Zo componeerden zij samen het comédie-ballet Les Fâcheux voor Fouquets grote openingsfeest van het kasteel van Vaux-le-Vicomte op 17 augustus 1661.

In 1662 huwde hij met de jonge toneelspeelster Armande Béjart (verm. geb. 1642 of 1643), zuster[5] of dochter[6] van zijn aanvankelijke geliefde Madeleine.

In zijn komedies had Molière kritiek op edelen en geestelijken, die bevoorrecht leefden, op hun sleur, hun blinde aanbidding van gezag, hun minachting van ervaring en waarneming. Hij richtte zijn kritiek ook op medici, schijngeleerden en de overdreven bewonderaars van kunst en wetenschap. Lodewijk XIV kon hem wel waarderen en steunde het gezelschap van Molière. Hij gaf toestemming op te treden in zijn eigen Palais-Royal. Na de afbraak van het paleis 'Petit-Bourbon', wegens uitbreiding van de oostelijke vleugel van het Louvre, speelde het gezelschap vaker op de nieuwe locatie.

Molière overleed op 51-jarige leeftijd na de vierde voorstelling van zijn laatste komedie, Le malade imaginaire, waarin hij zoals gewoonlijk de hoofdrol vertolkte. In dit toneelstuk werd de spot gedreven met ziek zijn. Een goed recept tegen ziekte was onverdunde wijn met een groot stuk rundvlees en Hollandse kaas. Tijdens de opvoering werd Molière plotseling onwel. Hij werd naar huis gebracht en vroeg om een stuk Parmezaanse kaas, het enige dat hij nog kon eten. Het mocht echter niet baten, Molière stierf nog diezelfde avond. De aartsbisschop van Frankrijk verbood de parochiepriester hem als toneelspeler een kerkelijke begrafenis te geven, maar de leden van Molières toneelgezelschap wisten dankzij hun invloed op de koning te bewerkstelligen dat hij op het kerkhof van St. Joseph werd begraven. Later werd hij herbegraven op Père Lachaise.[7]

Jean Racine en Pierre Corneille, beiden ook toneelschrijvers, waren tijdgenoten van Molière.

Naleven[bewerken | brontekst bewerken]

In 1680, zeven jaar na zijn dood, werd bij decreet door Lodewijk XIV de Comédie Française opgericht waarvan Molière als de wegbereider beschouwd mag worden.

Er zijn verscheidene speelfilms gemaakt over het leven van Molière.

Later werd het talent van Molière ook in intellectuele kringen erkend. Hij werd postuum lid van de Académie Française. Op zijn borstbeeld in de erezaal van de Academie werd in 1778 de tekst aangebracht: Rien ne manque à sa gloire, il manquait à la nôtre ('niets ontbreekt aan zijn eer, hij ontbreekt aan de onze').

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

Tekening door Jean-Michel Moreau
van 'Le Malade imaginaire'
Tekening door Jean-Michel Moreau
van 'Le Bourgeois gentilhomme'
  • Le Médecin volant (1645)
  • La Jalousie du barbouillé, 1650
  • L'Étourdi ou les Contretemps (De doordraver), 1655
  • Le Dépit amoureux, 16 december 1656
  • Le Docteur amoureux, 1658, (Gespeeld voor Lodewijk XIV)[8]
  • Les Précieuses ridicules, 18 november 1659
  • Sganarelle ou le Cocu imaginaire, 28 mei 1660
  • Dom Garcie de Navarre ou le Prince jaloux, 4 februari 1661
  • L'École des maris, 24 juni 1661
  • Les Fâcheux, 17 augustus 1661
  • L'École des femmes, 26 december 1662 (Leerschool der vrouwen, vertaling Hans van Pinxteren)
  • La Jalousie du Gros-René, 15 april 1663, tekst verloren gegaan
  • La Critique de l'école des femmes, 1 juni 1663
  • L'Impromptu de Versailles, 14 oktober 1663
  • Le Mariage forcé, 29 januari 1664 (Tegen wil en dank getrouwd)
  • Gros-René, petit enfant, 27 april 1664, tekst verloren gegaan
  • La Princesse d'Élide, 8 mei 1664
  • Tartuffe ou l'Imposteur, 12 mei 1664 (Tartuffe, of De huichelaar)
  • Dom Juan ou le Festin de pierre, 15 februari 1665 (Dom Juan, of De stenen gast)
  • L'Amour médecin, 15 september 1665
  • Le Misanthrope ou l'Atrabilaire amoureux, 4 juni 1666 (De Mensenhater)
  • Le Médecin malgré lui, 6 augustus 1666 (Dokter tegen wil en dank)
  • Mélicerte, 2 december 1666
  • Pastorale comique, 5 januari 1667
  • Le Sicilien ou l'Amour peintre (14 februari 1667)
  • Amphitryon (13 januari 1668)
  • George Dandin ou le Mari confondu (18 juli 1668)
  • L'Avare ou l'École du mensonge, 9 september 1668 (De vrek)
  • Monsieur de Pourceaugnac, 6 oktober 1669 (De heer van Pourceaugnac, Of een vrijage met hindernissen)
  • Les Amants magnifiques (4 februari 1670)
  • Le Bourgeois gentilhomme, 14 oktober 1670 (De parvenu)
  • Psyché, 17 januari 1671
  • Les Fourberies de Scapin, 24 mei 1671 (De schelmenstreken van Scapin)
  • La Comtesse d'Escarbagnas, 2 december 1671 (Het huwelijk van Gravin van Escarbagnas)
  • Les Femmes savantes, 11 maart 1672 (Geleerde dames)
  • Le Malade imaginaire, 10 februari 1673 (De ingebeelde zieke)

Toneelgezelschap[bewerken | brontekst bewerken]

In chronologische volgorde:

Bron[bewerken | brontekst bewerken]

  • Spaargaren, F. (1992) Pompadour, pompernickel en pique-nique. De namen van beroemde gerechten verklaard.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Album Molière. Iconographie choisie et annotée par François Rey. Bibliothèque de la Pléiade. Éditions Gallimard, 2010. ISBN 9782070118298
  • Baron Theun de Vries 1987 ISBN 9021486660
Op andere Wikimedia-projecten