Neeltje Lokerse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Neeltje Lokerse, getekend door Laurent Verwey (ca. 1911)

Neeltje Lokerse (Yerseke, 28 augustus 1868Voorburg, 17 februari 1954) was een Zeeuwse dienstbode die opkwam voor de rechten van dienstbodes en ongehuwde moeders.

Neeltje werd geboren in 1868 als dochter van de orthodox-protestante Jan Lokerse, agrariër en koopman, en Neeltje Louisse, dienstbode. Toen ze vier jaar was overleden een broer en zusje, terwijl haar vader vier jaar later overleed. Toen ze tien jaar was, hertrouwde haar moeder.

Yerseke floreerde door de oesterteelt, de bevolking groeide explosief maar de moraal daalde. Na de lagere school werd Neeltje dienstbode. Toen ze twintig jaar was, kreeg ze een betrekking in Amsterdam en later verhuisde ze naar Den Haag. Daar kreeg Neeltje in 1901 een kind, de vader, S.J. Burgerhout, was haar werkgever. Hij was ongehuwd maar weigerde met haar te trouwen of het kind te erkennen. Neeltje forceerde een rechtszaak door een pistool af te schieten. Ze werd vrijgesproken, maar kreeg de gewenste publiciteit. Ze begon lezingen te geven en publiceerde in 1914 Bertha van Doorn, een roman waarin een dienstmeisje ook door haar baas in de steek werd gelaten.

In 1909 werd de Wet-Loeff aangenomen, waarna het mogelijk werd onderzoek te doen naar het vaderschap. Hierin werd ook alimentatie geregeld, maar volgens haar was de behoefte aan een huwelijk groter. Ook wilde zij dat de prostitutie niet aan banden gelegd zou worden, zodat de dienstbodes met rust gelaten zouden worden.

Ze trouwde in 1916 met Willem van Strien, voormalig agrariër, en woonde in Den Haag en Scheveningen. Ze bleef in haar Zuid-Bevelandse dracht lopen en door het hele land lezingen houden. Haar echtgenoot overleed in 1929. Haar zoon, die ze niet zelf kon opvoeden, bleef haar steunen toen ze ziek werd. Neeltje Lokerse overleed in 1954 op 85-jarige leeftijd.

Erkenning[bewerken]

In de wijk Stevenshof in Leiden is het Neeltje Lokersepad naar haar vernoemd.