Neushoornkameleon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Neushoornkameleon
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2011)
Leefgebied in het rood
Leefgebied in het rood
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde:Iguania (Leguaanachtigen)
Familie:Chamaeleonidae (Kameleons)
Geslacht:Furcifer
Soort
Furcifer rhinoceratus
(Gray, 1845)
Afbeeldingen Neushoornkameleon op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Neushoornkameleon op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De neushoornkameleon (Furcifer rhinoceratus) is een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae).[2] De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door John Edward Gray in 1845. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Chamaeleon rhinoceratus gebruikt.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De mannelijke neushoornkameleon kan tot 27 centimeter groot worden, dubbel zo groot als het vrouwtje. Zijn slurfachtige snuit gaat boven de mond naar omhoog wat zijn naam verklaart. Bij vrouwtjes is dit minder prominent aanwezig. Op de top van de kop bevindt zich een kleine driehoekige kam en een verdere kam loopt gedeeltelijk langs de ruggengraat. De algemene kleur is grijs of lichtbruin met een paar donkerder gekleurde dwarse strepen. De snuit wordt vaak blauwachtig en langs elke zijde van het dier loopt een witte lijn. Vrouwtjes zijn vergelijkbaar in kleur maar wanneer ze eieren hebben worden ze paars met zwarte banden, en krijgen een oranje of rode staart.[3]

Voorkomen en habitat[bewerken]

De neushoornkameleon is endemisch op het eiland Madagaskar in de droge loofbossen, van het nationaal park Ankarafantsika in het noordwesten tot Soalala in het zuidwesten.

Levenswijze[bewerken]

De kameleon is meestal een boombewoner die insecten vangt met zijn lange kleverige tong. Het mannetje bewaakt zijn territorium door met zijn lange snuit te strijden tegen andere mannetjes.

Voortplanting[bewerken]

Het vrouwtje legt 4 tot 11 eieren die na ongeveer 41 weken uitkomen.