Nikolaj Goemiljov

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nikolaj Goemiljov (vermoedelijk tijdens zijn schooljaren)

Nikolaj Stepanovitsj Goemiljov (Russisch: Николай Степанович Гумилёв) (Kronstadt, 15 april [O.S. 3 april] 1886 – Berngardovka (bij Sint-Petersburg), 24 augustus 1921) was een Russische dichter en ontdekkingsreiziger. Hij was een belangrijk proponent van het acmeïsme, een stroming die zich afzette tegen het Russisch symbolisme.

leven en werk[bewerken]

Goemiljov werd in Kronstadt geboren als zoon van een marinearts. Hij bezocht het gymnasium in Tsarskoje Selo, bijna gelijktijdig met Anna Achmatova. De dichter Innokenti Annenski was een van zijn leraren. Al in 1905, nog voor hij in 1906 zijn school zou afmaken, kwam Goemiljov's eerste dichtbundel uit: De weg der conquistadores. Later zou hij dit een jeugdwerk noemen.

In 1907 vertrok Goemiljov naar Parijs, waar hij aan de Sorbonne Franse literatuur studeerde. Hij gaf er het tijdschrift Sirius uit dat drie uitgaven zou tellen. Vandaar reisde hij vervolgens door Frankrijk en Italië. In 1908 verscheen zijn tweede dichtbundel: Romantische bloemen .

Tijdens zijn eerste reis naar Afrika, naar Egypte in 1907, werd Goemiljov enthousiast over dit exotische continent, wat van invloed was op zijn werk.

Nicolaj Goemiljov & Anna Achmatova met kind (1913)

Goemiljov studeerde in de herfst van 1909 verder aan de universiteit van Sint-Petersburg, waar hij in april 1910 trouwde met Anna Achmatova. Later dat jaar vertrok hij opnieuw naar Afrika, ditmaal naar Abessinië. In Sint-Petersburg bezocht hij in deze tijd de salon van Vjatseslav Ivanov en het kunstenaarscafe De verdwaalde hond. Samen met Achmatova, Sergej Gorodetski, Osip Mandelstam en anderen richtte hij in 1911 de groep: Het Dichtersgilde (Цех поэтов) op. Het gilde zocht naar en experimenteerde met nieuwe technieken. Het hield zich bezig met het aardse en concrete en verwierp het Russisch symbolisme met zijn hang naar het onkenbare.

Het Dichtersgilde maakte gebruik van het sinds 1909 bestaande tijdschrift Apollon (Аполло́н) (1909 - 1917) onder leiding van Sergej Makovski [1]. In het eerste nummer van 2010 pleitte Michail Koezmin al voor logische eenvoud en klaarheid en zette zich af tegen gekunsteldheid en duisterheid in de werken van Russische symbolisten. Goemiljov publiceerde in dezelfde geest, begin 1913, het manifest De nalatenschap van symbolisme en acmeïsme (Наследие символизма и акмеизм), dat hij met Gorodetski zou hebben geschreven in de De verdwaalde hond in Sint Petersburg.

Een laatste reis naar Afrika in 1913, in opdracht van de Academie voor Wetenschappen, vergrootte zijn passie voor Abessinië en zijn ervaringen als jager, avonturier en ontdekkingsreiziger.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldde Goemiljov zich als vrijwilliger. Over zijn ervaringen schreef hij berichten in een tijdschrift. Ook publiceerde hij twee dichtbundels. Na het begin van de Oktoberrevolutie keerde hij in Sint Petersburg, inmiddels Petrograd, terug en werd weer actief in het literaire leven, culminerend in het voorzitterschap van de Petrogradse dichtersvereniging in 1921.

In 1918 scheidde hij van Anna Achmatova. Een jaar later hertrouwde hij. In dat huwelijk kreeg hij een dochter. [2]

Het is niet duidelijk of hij de publicatie van zijn laatste boek De vuurzuil heeft meegemaakt. Want hij werd begin augustus 1921 gearresteerd door de Tsjeka, de toenmalige geheime dienst, wegens deelname Tagantsjev-samenzwering. Dit was een samenzwering die, zoals later is gebleken, geheel door de Tsjeka zelf was bedacht om Petersburg van antirevolutionaire personen te zuiveren. Goemiljov was heel open over zijn monarchistische opvattingen en werd op 24 augustus [3] gefusilleerd.

Sinds 1986 werd zijn werk weer in alle openbaarheid gepubliceerd. Daarvoor waren belangstellenden in zijn werk aangewezen op zeldzame antiquarische exemplaren en op publicaties in de samizdat. Formeel juridisch werd hij pas in 1991 gerehabiliteerd.

Gedicht[bewerken]

..........

Wat doen we echter met de dageraad
Boven de kille hemelen die lichten
Waar stilte en onaardse rust bestaat
Wat doen we met nieuwe gedichten?

..................
..................
(Uit: Het zesde zintuig. Vertaling Marja Wiebes en Margriet Berg)

Poëtisch oeuvre[bewerken]

  • Путь конквистадоров (De weg der conquistadors), 1905.
  • Романтические цветы (Romantische bloemen), 1908.
  • Жемчуга (Parels), 1910.
  • Чужое небо (Zwarte hemel), 1912.
  • .................
  • .................
  • Огненный столп (De vuurzuil), 1921.

Poëtisch oeuvre in Nederlandse vertaling[bewerken]

  • Nikolaj Goemiljov, Gedichten, (Vertaling: Erik Stolk en peter Wilmer), Leiden, De Lantaarn, 1984.
  • Nikolaj Goemiljov, De giraffe,(Vertaling: Hans Boland), Amsterdam, Meulenhof, 1985.
  • Anna Achmatova, Nikolj Goemiljov, Osip Mandelstam, Het zesde zintuig/Шестое чувтое, (Samenstelling: Marja Wiebes en Margriet Berg; Vertaling: Marja Wiebes, Margriet Berg, Karel van het Reve en Vertaalgroep Leidse Slavisten), Leiden, Uitgeverij Plantage, 1997. (tweetalig).