Petroleumlamp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een petroleumlamp is een lamp waarbij het licht ontstaat door verbranding van kerosine (petroleum). Petroleumlampen werden in 1859 geïntroduceerd als opvolger van de olielamp, enkele decennia voor de opkomst van het elektrisch licht. De lamp heeft een katoenen kous, die in de petroleum hangt en zo deze door capillaire werking opzuigt. Een stukje van de kous kan tussen een metalen omhulsel omhoog- of omlaaggedraaid worden, waardoor de vlam hoger of lager gaat branden. De lamp kan uitgedaan worden door de kous zolang naar beneden te draaien totdat de vlam dooft.

Olielamp
Kous in een ideaalbrander
Stormlamp
Onvoldoende licht en brandgevaar.
Schaarste: Duitsland in 1949

Er zijn verschillende typen: zo is er de vlakbrander, waarbij de kous, zoals de naam al aangeeft, vlak is. Hierdoor wordt het licht ongelijkmatig rond de lamp verdeeld: de hoeveelheid licht is afhankelijk van de waargenomen breedte van de vlam boven de lont. Bij een ideaalbrander wordt de lont rondom een cilinder gedrukt, waardoor het licht mooi gelijkmatig schijnt. Een zogenaamde vlamspreider die boven de lont kan worden aangebracht, bevordert een gelijkmatige verbranding.

Er zijn petroleumlampen met een extra gloeikous die werkt als een katalysator, waardoor een voor een petroleumlamp zeer fel licht wordt verkregen. Dit type lamp geeft ook minder vette roetaanslag.

Een stormlamp is betrekkelijk ongevoelig voor windvlagen.

Lampen die zijn ontworpen voor gebruik aan boord van schepen en voertuigen zijn meestal cardanisch opgehangen om te voorkomen dat de olie bij bewegingen uit de lamp lekt.

Ten slotte zijn er ook petroleumlampen waarbij de brandstof onder druk wordt gezet.

Aan het einde van de 19e eeuw werd de petroleumlamp door de gloeilamp verdrongen. In sommige dunbevolkte gebieden waar het niet lonend is om in ieder huis elektriciteit aan te leggen worden nog steeds petroleumlampen als lichtbron gebruikt.

Een petroleumlamp moet men nooit zonder toezicht laten branden: de lamp heeft de neiging om na het aansteken langzaam maar zeker steeds feller te gaan branden, waarbij de temperatuur flink kan oplopen en brandgevaar ontstaat.

Zie ook[bewerken]