Gaslicht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gaslamp in Dublin
Gaslamp in Bilbao

Gaslicht is verlichting op basis van stadsgas en later aardgas of gas dat op basis van bruinkoolteer, petroleum of paraffine werd gemaakt in gasfabrieken. Deze wijze van verlichten werd gedurende de negentiende eeuw steeds algemener en verdrong de verlichting met behulp van olielampen, totdat het gaslicht op zijn beurt in de loop van de twintigste eeuw werd verdrongen door elektrisch licht.

Aan de ontwikkeling van het gaslicht werd aan het eind van de 18e eeuw gewerkt door Jan Pieter Minckeleers, Philippe Lebon en William Murdoch (1754–1839).

Gasverlichting heeft verschillende innovaties gekend, die het mogelijk maakten om met behulp van minder gas te verlichten. Zo werd de samenstelling van het gas verbeterd door invoering van het lichtgas of stadsgas en later werd de efficiëntie nog verder verbeterd door de invoering van vetgas. Met name het gehalte aan zware koolwaterstoffen was hierbij cruciaal. Aan het einde van de negentiende eeuw werd het gloeikousje uitgevonden. Dit kousje, dat samengesteld is uit vezels, begon door de ontbranding van het gas fel te gloeien en verspreidde zo nog meer licht.

Gasverlichting werd binnenshuis toegepast, maar ook straatverlichting gebeurde met gas. De eerste stad met gaslicht was Londen, sinds 1814.

In februari 1816 was in Amsterdam voor het eerst gaslicht te zien in het oudeliedenhuis Amstelhof. Daar was de grote zaal feestelijk verlicht ter gelegenheid van het huwelijk van de prins van Oranje met grootvorstin Anna Paulowna. Koning Willem I zelf ontstak de eerste lamp.

Ook spoorrijtuigen werden met gas verlicht. In Nederland werd treingaslicht tussen 1870 en 1890 ingevoerd. In 1957 werden de laatste wagens van elektrisch licht voorzien en konden de Nederlandse Spoorwegen hun gasfabriek sluiten.

Tegenwoordig wordt gasverlichting uitsluitend toegepast op plaatsen waar geen gebruik kan worden gemaakt van elektriciteit, bijvoorbeeld in afgelegen (vakantie)huizen en door kampeerders.

Bronnen, noten en/of referenties
  • De Erfenis. De houten rijtuigen van de Nederlandsche Spoorwegen 1921-1956. Bert Steinkamp; Uitg Uquilair 2005 ISBN 9071513548. blz. 19-21