Petronilla van Saksen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mogelijke afbeelding van Gertrude/ Petronilla

Petronilla van Saksen, ook bekend als Geertruid, en ook wel Petronella van Saksen genoemd, (circa 1082 - 23 mei 1144) was een dochter van Diederik II van Lotharingen en Hedwig van Formbach. Uit een eerder huwelijk van Hedwig met Gebhard van Supplinburg werd de latere keizer Lotharius III geboren, waarmee Petronilla dus een machtige halfbroer had.[1]

Zij trouwde vermoedelijk in 1113 met graaf Floris II van Holland. Mogelijk liet zij toen haar naam veranderen naar Petronilla. Waarschijnlijk uit devotie voor de Heilige Petrus. Samen kregen zij vier kinderen:

Na de vroege dood van haar man in 1122 voerde zij het regentschap voor haar zoon, graaf Dirk VI van Holland. Petronella vond dat Dirk niet voldoende kwaliteit had om graaf te worden en ze weigerde haar functie op te geven Petronella steunde haar halfbroer in zijn poging om keizer te worden.

Petronella benoemde haar kapelaan tot abt van Egmond. In 1133 stichtte zij de abdij van Rijnsburg. Petronilla werd in de abdij, voor het koor van de grafelijke kapel begraven. Haar restanten werd in 1949 gevonden bij de opgraving van de kapel. Forensisch onderzoek toonde onder ander aan dat de gravin een grote en grof gebouwde vrouw geweest moet zijn.[2] [3]

Voetnoten[bewerken]

  1. Cordfunke en Hugenholtz geven aan dat de aanduiding 'Van Saksen' bij eigenlijk foutief is. Deze verwarring is vooral ontstaan door haar verwantschap met Lotharius III, die in 1106 hertog van Saksen werd. Voor Petronilla zou de aanduiding 'Van Lotharingen' correcter zijn. Zie: E.H.P. Cordfunke; F.W.N. Hugenholtz, Gravin Petronilla van Holland ca. 1082-1144 : Holland in het begin van de 12e eeuw (1990).
  2. E.H.P. Cordfunke; F.W.N. Hugenholtz, Gravin Petronilla van Holland ca. 1082-1144 : Holland in het begin van de 12e eeuw (1990).
  3. B.K.S. Dijkstra, Een stamboom in been : vier eeuwen graven en gravinnen van het Hollandse Huis : onderzoek van de stoffelijke resten opgegraven op het terrein van de voormalige abdijkerken te Rijnsburg in 1949 en 1951 en te Egmond in 1979 en 1980 en aangetroffen in de tombe in de abdijkerk te Middelburg in 1980 (1991).

Externe link[bewerken]