Phacops

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Phacops
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Fossiel voorkomen: Devoon
Phacops rana
Phacops rana
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dierenrijk)
Onderrijk: Metazoa
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Trilobita (Trilobieten)
Orde: Phacopida
Familie: Phacopidae
Geslacht
Phacops
Emmrich, 1839
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Phacops is een uitgestorven geslacht van trilobieten, dat leefde in wat nu Europa, Noordwest-Afrika, Noord-Amerika en China is vanaf het begin tot aan het einde van het Devoon.[1]

Beschrijving[bewerken]

Net als in alle Phacopina met ogen, zijn die van Phacops samengesteld uit zeer grote (0,5 mm in Phacops rana), afzonderlijk van elkaar geplaatste lenzen bestaand uit twee lagen calciet met een verschillende brekingsindex, elk met een afzonderlijk hoornvlies (de zogenoemde schizochroale ogen). Net als bij bijna alle andere Phacopina bestaat het scharnierende middendeel van het lichaam (of thorax) uit 11 segmenten.

Het centrale verhoogde gedeelte (of glabella) van het kopschild (of cephalon) is matig tot sterk opgeblazen aan de voorkant, min of meer afgeplat van boven, en steekt tot boven de voorrand van het kopschild of steekt daar zelfs enigszins voorbij. Er kunnen maximaal drie zijgroeven worden onderscheiden op de glabella achter de dominante voorste lob. Vanaf de achterzijde van de glabella zijn de occipitale ring en een preoccipitale ring te onderscheiden. De preoccipitale ring is zwak verdeeld in een sterk opgebold centrale deel en zwak opgebolde zijlobben. De grote tot gemiddeld grote ogen hebben een halvemaanvormige omtrek en staan hoog boven de wangen. Het steile oppervlak met de lenzen is niervormig. De achterhoeken van het kopschild (in het Engels "genal angles") zijn meer of minder afgerond, en hebben in elk geval geen hoekstekels als volwassen dier. Aan de buikzijde van de zoom (of doublure) in de voorste helft van kopschild zit een doorlopende groef die is afgebakend door richels en aan de zijkant nokjes. Deze groef (Engels: "vindicular furrow") dient om de rand van de staartschild te vergrendelen in het kopschild als de trilobiet zich heeft opgerold.

De ringen van de as van de thorax hebben aan de zijkant geen knobbels. De staartschild (of pygidium) is goed gesegmenteerd. In de as zijn 9-11 ringen te onderscheiden en de zijkanten hebben 5 tot 8 paar herkenbare ribben. De voren tussen de ribben zijn diep. De voren die elke rib in voor- en achterbanden verdelen zijn erg ondiep en de voorbanden zijn breder. Het oppervlak van het exoskelet is bedekt met knobbels.[2]

Camouflage[bewerken]

Er zijn exemplaren bekend van Phacops rana met vele onregelmatige zwarte vlekken. Omdat deze vlekken bij een exemplaar van Greenops boothi van dezelfde vindplaats in rijtjes zijn gerangschikt mag worden aangenomen dat ze oorspronkelijk zijn en geen gevolg van het fossiliseringsproces. De vlekken zijn onregelmatig en hebben vertakkende uitlopers naar buiten toe, vergelijkbaar met de melanoforen in veel hedendaagse dieren. Bij een exemplaar zijn de zwarte vlekken veel groter dan bij een ander exemplaar. Het is goed denkbaar dat het veranderen van de groote van de melanoforen Phacops rana in staat stelde zich te camoufleren in verschillende omgevingen.[3]

Bronnen[bewerken]

  1. Ivo Chlupáč (1973). The distribution of phacopid trilobites in space and time. Fossils and Strata 4: 399-408 .
  2. (1997). Trilobite Fauna at the Devonian-Carboniferous boundary in South China (S-Guizhou and N-Guangxi). Special Publication of the National Museum of Natural Science 8 .
  3. George C. Esker III (1968). Color Markings in Phacops and Greenops from the Devonian of New York. Palaeontology II (4): 498-499 .