Pierre Brasseur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Pierre Brasseur
Pierre Brasseur in 1961
Pierre Brasseur in 1961
Algemene informatie
Volledige naam Pierre-Albert Espinasse
Geboren Parijs, 22 december 1905
Overleden Brunico, 14 augustus 1972
Land Frankrijk
Werk
Jaren actief 1924 - 1972
Beroep Acteur
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Pierre Brasseur, echte naam Pierre-Albert Espinasse, (Parijs, 22 december 1905Brunico, 14 augustus 1972) was een Frans acteur. Hij was te zien in zo'n 150 films en was ook heel actief in de toneelwereld, als acteur, auteur en regisseur.

Hij stamt uit een Franse dynastie van acteurs die al succes had in de periode van de Julimonarchie. Brasseur was een flamboyante en veelzijdige persoonlijkheid, een van de monstres sacrés van de Franse cinema. Hij is de vader van acteur Claude Brasseur en de grootvader van acteur Alexandre Brasseur.

Leven en werk[bewerken]

Opleiding en debuut in toneel en film[bewerken]

Pierre Brasseur nam de naam van zijn moeder, Germaine Brasseur, aan als pseudoniem. Na zijn studies volgde hij toneellessen bij Harry Baur en Fernand Ledoux. In 1924 maakte hij zijn debuut ongeveer gelijktijdig op de planken en in de filmwereld. Hij mocht van Lugné-Poe, die samen met André Antoine een verfrissende wind liet waaien in de Parijse theaters, spelen in het théâtre de l'Œuvre. Jean Renoir gaf hem een eerste filmrolletje in La Fille de l'eau, zijn eerste langspeelfilm.

Jaren dertig en veertig: ontmoeting met Jacques Prévert en doorbraak[bewerken]

Brasseur had al een dertigtal films achter de rug toen hij Jacques Prévert ontmoette tijdens de opnames van Un oiseau rare (Richard Pottier, 1935) waarvan Prévert scenario en dialogen had geschreven. Die ontmoeting bracht zijn filmcarrière in een stroomversnelling. Dankzij Prévert kwam hij in contact met Marcel Carné. Hij speelde hoofdrollen in diens drama's Le Quai des brumes (1938), Les Enfants du paradis (1945) en Les Portes de la nuit (1946), drie klassiekers van het Franse poëtisch realisme waarvoor Prévert het scenario had geleverd. Brasseur was ook van de partij in drie andere films naar een scenario van Prévert : in het drama Lumière d'été (Jean Grémillon, 1943) was hij een drankverslaafde schilder en in het drama Les Amants de Vérone de ongure drijver van de familie van 'Juliette' (André Cayatte, 1948). Pierre Prévert, de broer van Jacques, kon op hem rekenen voor zijn komedie Adieu Léonard. In 1953 werkte hij nog een laatste keer samen met Prévert voor de tekenfilm La Bergère et le Ramoneur. Hij leende er zijn stem aan de vogel.

Jaren vijftig: gevarieerde rollen[bewerken]

In de jaren vijftig belichaamde hij zowel de ongelikte vrijbuiter die zich ontpopte tot de edelmoedige redder van joden in gevaar (Maître après Dieu, Louis Daquin, 1950) als de sinistere figuur van Blauwbaard (Barbe-Bleue, Christian-Jaque, 1951) en die van Grigori Raspoetin (Raspoutine, Georges Combret, 1954). Hij gaf ook gestalte aan de nietsnut die een moordenaar werd in het donkere Porte des Lilas (René Clair, 1956) en aan de oudere geruïneerde maar gerespecteerde heer in La Loi (Jules Dassin, 1959). In datzelfde jaar werkte hij voor het eerst samen met Denys de La Patellière en met Georges Franju. Beide cineasten castten hem in memorabele rollen in literatuurverfilmingen. In de La Patellière's familiedrama Les Grandes Familles (1958, naar de gelijknamige roman van Maurice Druon) had Brasseur Jean Gabin als opponent. In de tragikomedie Le Bateau d'Émile (1961, naar de gelijknamige roman van Georges Simenon) had hij het aan de stok met Michel Simon.

Met Franju maakte hij drie films op rij. In het psychodrama La Tête contre les murs (1959, naar de gelijknamige roman van Hervé Bazin) stond hij als dokter met klassieke opvattingen lijnrecht tegenover dokter Paul Meurisse, voorstander van alternatieve therapieën. In Les Yeux sans visage (1960, naar de gelijknamige roman van Jean Redon) vertolkte hij opnieuw een dokter, een gewetenloos plastisch chirurg. Pleins feux sur l'assassin (1961) was de verfilming van een scenario van het schrijversduo van politieromans Boileau-Narcejac.

Jaren zestig[bewerken]

In de jaren zestig speelde hij onverminderd hoofdrollen. Zo was hij in de politiekomedie Lucky Jo (Michel Deville, 1964) de filmvader van zoon acteur Claude Brasseur. Met zijn vertolking in de sfeervolle politiefilm La Métamorphose des cloportes (1965) droeg hij bij tot een eerste bescheiden succes van Pierre Granier-Deferre. Vermeldenswaardig waren ook nog zijn acteerprestaties in de komedie La Vie de château (1965) en in de historische avonturenfilm Les Mariés de l'an II (1971), beiden geregisseerd door Jean-Paul Rappeneau.

Toneel[bewerken]

Brasseur bleef heel zijn leven lang trouw aan de toneelwereld. Hij stond niet alleen op de planken, hij regisseerde eveneens stukken en schreef er ook enkele waarvan Grisou al gauw verfilmd werd.

Autobiografie[bewerken]

In zijn autobiografie Ma vie en vrac kwamen alle facetten van zijn kleurrijke en veelzijdige persoonlijkheid aan bod : de acteur, de dramaturg, de dichter, de intimus van de Franse surrealisten en de vrouwenliefhebber.

Privéleven[bewerken]

In 1936 schonk actrice Odette Joyeux hem een zoon, de latere acteur Claude Brasseur. Na zijn scheiding ging hij een tweede huwelijk aan met pianiste Lina Magrini. Na haar dood in 1970 leefde hij nog enkele jaren samen met zangeres Catherine Sauvage.

In 1972 kreeg Brasseur af te rekenen met een emfyseem. Tijdens de opnames van La piu bella serata della mia vita kreeg hij een hartinfarct en overleed hij op 66-jarige leeftijd in Italië. Hij ligt begraven op het cimetière du Père-Lachaise in Parijs.

Filmografie[bewerken]

Lange speelfilms (selectie)[bewerken]

Televisie[bewerken]

  • 1960: Le Paysan parvenu (René Lucot) (televisiefilm)
  • 1970: Les Frères Karamazov (Marcel Bluwal) (tweedelige televisiefilm)
  • 1970: La Fleur (Jacques Robain)
  • 1970: Au théâtre ce soir : Un ange passe van en in een regie van Pierre Brasseur, Pierre Sabbagh
  • 1971: La Brigade des maléfices (2 episodes van de televisieserie) (Claude Guillemot)
  • 1973: Les Cinq Dernières Minutes (episode 55 Meurtre par intérim van de eerste serie) (Claude Loursais)

Toneel (selectie)[bewerken]

Auteur[bewerken]

  • 1926: L'Ancre noire in een regie van Lugné-Poe
  • 1928: Hommes du monde in een regie van Lugné-Poe
  • 1928: Tu pourrais ne pas m'aimer in een regie van Lugné-Poe
  • 1935: Grisou samen met Marcel Dalio
  • 1940: Un ange passe in een regie van Pierre Brasseur

Acteur[bewerken]

Regisseur[bewerken]

Prijzen[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Pierre Brasseur: Ma vie en vrac, Calmann-Lévy, 1972 (heruitgave Ramsay Poche Cinéma nummer 26, 1986)
  • Jean-Marc Loubier: Pierre Brasseur, l'éternel milliardaire, Éditions Bartillat, 1997