Plooivoetstuifzwam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Plooivoetstuifzwam
Plooivoetstuifzwam
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Agaricales (Plaatjeszwam)
Familie:Lycoperdaceae
Geslacht:Lycoperdon
Soort
Lycoperdon excipuliforme
(Scop.) Perdeck (1950)
sporen
Synoniemen

Calvatia excipuliformis
Handkea excipuliformis

Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De plooivoetstuifzwam (Lycoperdon excipuliforme) is een buikzwam uit de familie Agaricaceae.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Uiterlijke kenmerken

Het vruchtlichaam is groot, 8 tot 15 cm hoog, met een bolvormige kop op een flinke steel, die aan de basis en bovenaan vaak sterk geplooid is. De kleur is witachtig tot licht beige, later verkleurend naar grijsbruin. Het oppervlak is bedekt met spitse schubjes of vlokjes die later afvallen. De binnenzijde van kop en steel is eerst wit en sponzig, in de kop vormt zich bij rijpheid een olijfbruine poederig-dradige sporenmassa. Het inwendige van de steel verkleurt naar vaal bruin. De sporen komen naar buiten door een kratervormige opening die steeds groter wordt. Uiteindelijk resteert een papierdun overblijfsel dat nog tot in het voorjaar gevonden kan worden. [1][2]

Microscopische kenmerken

De bolvormige, (olijf)bruine sporen meten 4 tot 6 micron. Ze hebben een wrattig oppervlak en een rechte tot licht gebogen steel tot 2,5 micron lang. De sporen groeien in groepjes van vier op de basidia. Cystidia zijn niet aanwezig.

Habitat[bewerken | brontekst bewerken]

De plooivoetstuifzwam is een saprobiont die leeft in de strooisellaag op voedselrijke, meest zandige bodems. De soort komt voor in naald- en loofbossen, in wegbermen, parken en in schrale graslanden.

Voorkomen[bewerken | brontekst bewerken]

De plooivoetstuifzwam komt met name voor Europa, maar wordt ook sporadisch daarbuiten gemeld in landen als Verenigde Staten, Rusland en Nieuw-Zeeland [3]. Het is in Nederland een algemeen voorkomende soort in nazomer en herfst.[1][2][4]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]