Prekeramisch Neolithicum A

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Prekeramisch Neolithicum A of PPNA (deze afkorting komt van Pre-Pottery Neolithic A) werd gedefinieerd door Kathleen Kenyon op grond van de vondsten in Jericho in (Palestina).[1] Pre-Pottery betekent dat er nog geen potten gebakken werden. Het PPNA wordt in de Levant ook wel het vroeg-neolithicum genoemd. Het volgde de Natufien-cultuur van het Mesolithicum op.[2]

In het PPNA hadden de mensen vaste woonplaatsen. Men begon aan akkerbouw te doen en gebruikte daartoe steeds meer gecultiveerde in plaats van wilde gewassen[3]. Maar men deed tijdens het PPNA nog nauwelijks aan veeteelt. Dat kwam pas in het erop volgende PPNB. Men bleef nog op wilde dieren jagen, voornamelijk op gazellen. Men begon voorraden aan te leggen voor slechte tijden.

Drieperiodensysteem
Holo-
ceen
Historische Tijd
La Tène-periode   Proto-
historie
Hallstatt-periode
IJzertijd
  Laat  
Midden
Vroeg
Bronstijd
Neolithicum Kopertijd  
Laat Pre-
historie
Midden
Vroeg
Mesoli- thicum of
Epipaleo-
lithicum
Laat
Midden
Vroeg
Pleisto-
ceen
Paleo- lithicum Laat
Midden
Vroeg
Steentijd

Datering en ontstaan[bewerken]

Het PPNA is grofweg gesitueerd tussen 9500 en 8300 v. Chr. in de Levant en in het noordelijke deel van Mesopotamië in de Vruchtbare Sikkel. Waarschijnlijk is deze cultuur ontstaan in zuidoost Anatolië.

Landbouw[bewerken]

Er is bewijs voor het gebruik van tarwe, gerst en peulvruchten omdat er zaden zijn gevonden. Deze zaden kunnen zijn verzameld en geplant. Ze kunnen echter ook de nederzettingen zijn binnengebracht omdat men uitwerpselen van dieren als brandstof gebruikte. De zaden zouden in deze uitwerpselen hebben kunnen zitten. Sikkel-bladen en maalstenen wijzen zeker op het gebruik van graan[3].

Nederzettingen[bewerken]

El Khiam-speerpunt (schematische tekening).

De nederzettingen bestonden uit ronde, half onder de grond liggende huizen met stenen funderingen en terrazzo-vloeren. Soms waren de huizen achthoekig. De bovenbouw was gemaakt van ongebakken (in de zon gedroogde) tegels van leem. De haardsteden waren klein en bedekt met keien. Voor het koken werden hete stenen gebruikt, zodat de huizen vol lagen met (door de hitte) gebarsten keien. De nederzettingen zijn veel groter dan die van het voorafgaande Natufien en hebben sporen van gemeenschappelijke structuren, zoals de beroemde toren van Jericho, die samen met een stenen muur rond Jericho is gebouwd rond 8000 v. Chr.

Gereedschappen[bewerken]

De lithische industrie was gebaseerd op klingen die van stenen werden afgeslagen. Sikkels en pijlpunten waren al bekend in het late Natufien, bijlen en dissels waren nieuw.

Samenleving[bewerken]

Er was nog nauwelijks sprake van enige specialisatie of hiërarchie in deze samenleving. Er was een vorm van heterarchie. Iedereen deed alles zelf en in principe had iedereen even veel te vertellen. Hooguit was er een ad-hocleider bij de jacht. Als er al sprake was van bestuur, dan was dit bottom-up.

Kunst en religie[bewerken]

De kunst van deze tijd beperkt zich voornamelijk tot idolen, kleine beeldjes van steen die hoofdzakelijk vrouwen, zelden mannen of dieren voorstellen.

1rightarrow blue.svg Zie ook Prekeramisch Neolithicum B of PPNB
1rightarrow blue.svg Zie ook Prekeramisch Neolithicum C of PPNC

Overzichtstabel Neolithicum[bewerken]

Belangrijke vindplaatsen[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. K.M. Kenyon, Digging Up Jericho, Londen, 1957 (= Jericho: cultuurgeschiedenis van Palestina tot aan de komst van Jozua, Leiden, 1959.).
  2. G.O. Rollefson, The Neolithic Period, in S. Richard (ed.), Near Eastern Archaeology: A Reader, Winona Lake, p. 244.
  3. a b experimenten met graanveredeling zouden al 20.000 v. Chr. begonnen kunnen zijn [1]

Verder lezen[bewerken]

  • O. Bar-Yosef, The PPNA in the Levant – an overview, in Paléorient 15 (1989), pp. 57-63.
  • J. Cauvin, Naissance des divinités, Naissance de l’agriculture. La révolution des symboles au Néolithique, Parijs, 1994. ISBN 2271051517 (nieuwe editie: Parijs, 19972. ISBN 2271054540)
    • Engelse vertaling door T. Watkins: The birth of the gods and the origins of agriculture, Cambridge, 2000. ISBN 0521651352