Kling (archeologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vuurstenen kling

Een kling is in de archeologie een voorwerp dat vervaardigd is om mee te snijden en als slag- of steekwapen wordt gebruikt.

In prehistorische tijden (de steentijd) maakten mensen zoals de late neanderthaler en de vroege moderne mens klingen uit vuursteen door het slaan van een lange smalle scherf (afslag) van een stenen kern (kernsteen). Klingen worden gedefinieerd als afslagen die ten minste tweemaal zo lang als breed zijn, met (semi-)parallelle zijden en ten minste twee ribbels op de rugkant. Daarnaast moet het instrument deel uitmaken van een doelgerichte klingenindustrie om als een echte kling te worden beschouwd. Gereedschappen die door toeval kenmerken van klingen vertonen maar niet bewust zo zijn geproduceerd worden niet als echte klingen beschouwd. Als we de foto beter bekijken zien we links de kling met de rugzijde naar boven, dat noemt men de "dorsale" zijde rechts ligt de kling met de buikzijde naar boven dat noemt men de "ventrale" zijde. De slagbult die we rechts onder ook zien is de "proximale" kant de punt is de "distale" kant. Deze benaming is terug te lezen in het boek van Jaap Beuker vuurstenen werktuigen.

Klingen waren het favoriete gereedschap van het Laatpaleolithicum, hoewel ze soms al uit eerdere perioden worden gevonden. Hun lange scherpe kanten maken hen bruikbaar voor verschillende doeleinden.

Voor het creëren van een kling is een zachte slagsteen of klopsteen nodig. Ze werden vaak verder bewerkt om schrapers of burijnen te creëren. Soms werd een zijde door het verwijderen van kleine scherven afgestompt om een eenzijdig snijdende kling te verkrijgen. Kleine exemplaren (onder 12 mm) worden microklingen genoemd en werden met name in het Mesolithicum gebruikt in samengestelde gereedschappen.

Gedurende het holoceen werden wapens uitgerust met een gevest. Een kling kan daarmee ook verwijzen naar het Lemmet van een zwaard, sabel, degen of bajonet.

In Europa komen klingen voor vanaf het Châtelperronien.

Een bijzondere ontwikkeling zijn de zogenaamde bladvormige klingen, waarbij de vorm tot in de perfectie wordt uitgewerkt.