Reïficatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Reïficatie (ook wel: concretisme, hypostatisering of misvatting van misplaatste concreetheid) is een drogreden waarbij een abstractie zoals een idee of een hypothetische constructie behandeld wordt alsof het een concrete, werkelijke gebeurtenis of fysische entiteit is.

Etymologie[bewerken | bron bewerken]

Reïficatie (of reïficeren) stamt af van het Latijn. Het bestaat uit res wat "ding" betekent en facere wat "maken" betekent. Letterlijk vertaald betekent reïficeren "tot ding maken" of "verdinglijken".

Uitleg[bewerken | bron bewerken]

Robert Sinclair schrijft in het boek Bad Arguments dat reïficatie "een relatieve nieuwkomer [is] in de wereld van de logische drogredenen".[1]:378 Reïficatie is, volgens hem, echter "moeilijk te plaatsen en de status ervan als drogreden wordt niet zo goed begrepen."[1]:378 In het algemeen houdt reïficatie in dat men iets abstracts, zoals een idee of een concept, concreet maakt, of er een concreet, "echt" bestaan aan toekent.[1]:378 De vergissing bestaat erin aan te nemen dat iets dat enkel als abstractie bestaat, ook materieel, fysiek moet bestaan.[1]:378 Voorbeelden hiervan zijn de talloze toepassingen van "natie", "staat", "natuur" en "ras".[1]:378

Neem de Engelse uitdrukking "It's not nice to fool Mother Nature" ("Het is niet netjes om Moeder Natuur voor de gek te houden"). Hier is "natuur" een abstractie of een abstract concept dat wordt gebruikt om een opeenvolging van natuurlijke gebeurtenissen te benoemen. Maar de uitdrukking kent aan dit begrip een materieel, menselijk karakter toe, die het als abstractie niet kan hebben. Eenvoudig gezegd, de natuur is geen mens en kan dan ook niet voor de gek worden gehouden. Sinclair schrijft dat bij metaforisch gebruik, zoals in dit en vele andere alledaagse voorbeelden, "zulke reïficaties geen kwaad kunnen. Het is wanneer zij deel uitmaken van een betoog dat zij problematischer worden."[1]:378

In The Internet Encyclopedia of Philosophy schrijft Bradley Dowden het volgende: "Of een zin de drogreden begaat, hangt er in belangrijke mate van af of het gebruik ervan in de situatie gepast is of niet. In een gedicht bijvoorbeeld is het gepast en heel gebruikelijk om abstracties zoals de natuur, hoop, angst, vergetelheid, enzovoort, te reïficeren, dat wil zeggen ze te behandelen alsof het concrete voorwerpen of wezens met bedoelingen zijn. In een wetenschappelijke bewering is dit echter ongepast."[2]

Logische vorm[bewerken | bron bewerken]

Abstractie x wordt gezien als een concrete, werkelijke gebeurtenis of fysische entiteit.
Omdat abstractie x als concreet beschouwd wordt, is de conclusie waar.

Voorbeelden[bewerken | bron bewerken]

In Bad Arguments onder hoofdstuk "92: Reification" citeert Robert Sinclair de filosoof John Dewey met het volgende voorbeeld:[1]:378-79

De staat controleert de zakenwereld en heeft zijn hand in ieders zak. Door deze zakkenrollerij door de overheid te beperken, kunnen wij dergelijke belemmeringen van onze individuele rechten en vrijheden voorkomen.

Sinclair: "Hier heeft het concept van de 'Staat' menselijke trekjes gekregen, zoals het verlangen om te controleren en te 'zakkenrollen'. Hoewel niet expliciet, wordt verder gesuggereerd dat dergelijke verlangens verkeerd zijn en dat de overheid zich onethisch gedraagt wanneer zij zich met dergelijke handelingen inlaat. De "regering" of 'Staat' is echter geen persoon, maar een soort juridische entiteit, of misschien een specifiek soort sociale organisatie die is ontworpen om de belangen van haar burgers te behartigen. De staat is geen menselijk wezen dat in staat is deze menselijke eigenschappen en verlangens te bezitten. Het belasten van individuen door de staat en het controleren van de zakengemeenschap kan fout zijn, maar het kan niet overtuigend worden aangetoond dat het fout is door deze foutieve (en misleidende) toeschrijving of reïficatie van menselijke eigenschappen. De gebrekkige redenering van dergelijke argumenten berust op een speculatieve veronderstelling betreffende de toewijzing van concrete eigenschappen, kenmerken en causale krachten aan een abstractie (de staat) en biedt dus geen enkele ondersteuning voor zijn conclusie".[1]:379

De natuur beslist welke organismen leven en welke sterven.

Het abstracte gegeven — de natuur — wordt hier behandeld alsof het een concreet gegeven is — iets wat beslissingen kan nemen. De natuur is echter geen concreet en werkelijk ding dat in staat is om zoiets te kunnen doen. Hetzelfde punt kan gemaakt worden zonder misleidend te redeneren door bijvoorbeeld te zeggen: "Welke organismen leven en welke sterven wordt bepaald door natuurlijke oorzaken." Het is belangrijk te onthouden dat deze stelling enkel problematisch is wanneer die in een betoog wordt gebruikt. Als de spreker zich metaforisch uitdrukt dan is hier geen sprake van een drogreden.

Er liggen twee voetballen in een verder lege kamer. Wanneer we iemand zouden vragen alle objecten in de kamer te tellen krijgen we het antwoord dat er drie zijn: twee voetballen plus de groep van twee.

In dit geval wordt de abstractie — de groep van twee voetballen — gelijkgesteld met een concreet en werkelijk ding — een materieel object in de kamer. De fout bestaat erin te denken dat een groep een materieel object is.

De Vlaamse regering kreunt onder stikstof.[3]

Hier wordt de abstracte juridische entiteit, de Vlaamse regering, voorgesteld alsof het een levend organisme is dat aan een teveel aan stikstof kan lijden. In dit geval hanteert de auteur echter een metaforisch gebruik van "kreun[en] onder stikstof".