Rhyparochromus pini

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Rhyparochromus pini
Rhyparochromus pini Lygaeidae gimp d Grunewald Düne 070720.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Hemiptera (Halfvleugeligen)
Onderorde:Heteroptera (Wantsen)
Familie:Lygaeidae (Bodemwantsen)
Onderfamilie:Rhyparochrominae
Geslacht:Rhyparochromus
Soort
Rhyparochromus pini
(Linnaeus, 1758)
Dennenrookwants (Rhyparochromus pini), nimf.
Dennenrookwants (Rhyparochromus pini), nimf.
Afbeeldingen Rhyparochromus pini op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Rhyparochromus pini op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De Rhyparochromus pini is een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae). 'Dennenrookwants' is de Nederlandse naam voor deze wants op Waarneming.nl, waar voor alle in de Benelux voorkomende wantsen eenduidige Nederlandse namen zijn ingevoerd. [1] [2]

De onderfamilie Rhyparochrominae wordt ook weleens als een zelfstandige familie Rhyparochromidae gezien in een superfamilie Lygaeoidea.[3] Lygaeidae is conform de indeling van bijvoorbeeld het Nederlands Soortenregister.

Uiterlijk[bewerken]

De dennenrookwants is 6,8 tot 8,1 mm lang. Ze hebben een langwerpig lichaam met lange poten. De kop, het schildje (scutellum), de antennes en poten zijn zwart. De voorkant van het halsschild (pronotum) is zwart, terwijl het achterste deel bruin is. De voorvleugels zijn bruin met een donkere vlek en een donker vleugelmembraan (doorzichtig deel van de voorvleugels). Hij lijkt veel op de gewone rookwants (Rhyparochromus vulgaris), maar is in het algemeen donkerder gekleurd en mist aan de zijkant van het halsschild (pronotum) een witte driehoekige vlek, die de gewone rookwants wel heeft.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De soort komt voor in Europa, met uitzondering van het Hoge Noorden. Naar het oosten reikt het verspreidingsgebied tot in Siberië, Centraal-Azië en China. Hij leeft op open halfschaduwrijke plekken en is sterk verbonden met coniferen.

Leefwijze[bewerken]

De snel lopende wantsen leven polyfaag van de zaden van vele plantensoorten en houden zich voornamelijk op de bodem op. De imago’s overwinteren onder losse schors of in dood hout en zijn vaak alweer vroeg actief (februari of maart). In het voorjaar worden de eieren apart gelegd in het bladstrooisel of in de bodem. De nimfen worden van mei tot augustus gevonden.

Externe link[bewerken]