Rinchenia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rinchenia mongoliensis

Rinchenia mongoliensis is een theropode dinosauriër, behorend tot de groep van de Oviraptorosauria, die tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Mongolië.

In 1986 benoemde Rinchen Barsbold een nieuwe soort van Oviraptor: Oviraptor mongoliensis. De soortaanduiding verwijst naar Mongolië als vindplaats. Later kwam men tot de conclusie dat het om een sterk afwijkende vorm ging. In 1997 meldde Barsbold in een boek hiervoor de naam "Rinchenia" maar zonder een beschrijving zodat het een nomen nudum bleef. In 2004 gaf Halszka Osmólska in The Dinosauria alsnog een korte beschrijving zodat zij de naamgever werd van het geslacht Rinchenia dat Barsbold eert.

Het holotype, GI 100/32A, is gevonden in lagen van de Nemegtformatie die dateert uit het vroege Maastrichtien, ongeveer zeventig miljoen jaar oud. Het bestaat uit een gedeeltelijk skelet met schedel en onderkaken. Het omvat dertien halswervels, nekribben, ruggenwervels, zes of zeven sacrale wervels, drieëntwintig staartwervels, de schoudergordel, het vorkbeen, een borstbeen, een voorpoot, een darmbeen en een dijbeen. In geen van de publicaties over het dier wordt het gedetailleerd beschreven.

Rinchenia is een middelgrote en lichtgebouwde oviraptoride. In 2010 schatte Gregory S. Paul de lichaamslengte op 1,7 meter, het gewicht op vijfentwintig kilogram. De schedel heeft een lengte van 148 millimeter. De kop kenmerkt zich dor een enorme afgeronde schedelkam, voornamelijk een uitgroei van de neusbeenderen met het hoogste punt boven het traanbeen. De kam is voorzien van een naar achteren gelegen verticaal georiënteerd traanvormig foramen maar heeft verder geen accessoire openingen in de zijkant. Naar achteren loopt de kam uit tot boven de wandbeenderen. Naar voren gaat hij geleidelijk over in de iets naar achteren hellende praemaxillae. De basis van de kam is breed. De oogkas is tamelijk klein. De onderkaak, in het midden sterk naar boven toe verbreed, heeft een hoekig bovenprofiel.

Volgens Osmólska zijn er zes sacrale wervels en tweeëndertig staartwervels.

Het darmbeen is bol en hoog; het voorblad loopt vooraan diep naar onderen uit in een scherpe punt. Het heeft een korte groeve als aanhechting voor een staartspier, de Musculus caudofemoralis brevis. Het achterblad is even lang maar slechts half zo hoog als het voorblad.

Osmólska plaatste Rinchenia in de Oviraptoridae als zustersoort van een klade die Citipati osmoslkae en Citipati sp. omvat, in de engere Oviraptorinae.

Literatuur[bewerken]

  • Rinchen Barsbold, 1986, "Raubdinosaurier Oviraptoren". In: Vorobyeva, E. I. (ed.), Herpetologische Untersuchungen in der Mongolischen Volksrepublik. Akademia Nauk SSSR. pp. 210–223
  • Rinchen Barsbold, 1997, "Oviraptorosauria" In: P.J. Currie and K. Padian (eds.), Encyclopedia of Dinosaurs, 505–509. Academic Press, San Diego
  • Osmólska, H., Currie, P. J., and Barsbold, R., 2004, "Oviraptorosauria" In: Weishampel, D.B., Dodson, P., and Osmólska, H. (eds.), The Dinosauria, Second Edition. California University Press, pp. 165–183