Robert Stolz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Robert Stolz in ca. 1915
Robert Stolz in 1970
Robert Stolz gedenksteen in het Wiener Prater

Robert Elisabeth Stolz (Graz, 25 augustus 1880 - West-Berlijn, 27 juni 1975) was een Oostenrijks componist en dirigent.

Leven en werk[bewerken]

Hij schreef meer dan 60 operettes, filmmuziek en schlagers. Tweemaal werd hij genomineerd voor een Oscar voor filmmuziek, in 1940 voor Spring Parade met Deanna Durbin en in 1941 voor It Happened Tomorrow. Hij wordt nog steeds de koning van de Weense operette genoemd. Robert Stolz bleef tot op hoge leeftijd actief in de muziek. Hij trad vele malen voor de televisie op met de tenor Rudolf Schock.

Vele nu nog bekende en geliefde "schlagers" kwamen van zijn hand, bijvoorbeeld: Adieu, mein kleiner Gardeoffizier, Du sollst der Kaiser meiner Seele sein, Im Prater blüh'n wieder die Bäume en Zwei Herzen im Dreivierteltakt.

Stolz reed vaak op en neer van Berlijn naar Wenen en nam zo een keer een Joods echtpaar mee naar Oostenrijk. Toen Oostenrijk zich aansloot bij Nazi-Duitsland, vluchtte hij in 1938 via Zwitserland naar Parijs. Hij werd daar als vijand gevangengenomen. Hij werd vrijgekocht en ging naar de Verenigde Staten.

Stolz is vijf keer in het huwelijk getreden. Zijn eerste twee echtgenotes Grete Holm en Franzi Ressel waren zangeres, de vijfde Yvonne Louise Ulrich ("Einzi") was jarenlang ook zijn manager.

Er staan monumenten in Neustadt/Wenen, Berlijn, Baden-Baden en Sankt Wolfgang en er is een aantal straten naar hem genoemd. Tussen Wenen en Graz reed tot 1995 de sneltrein Robert Stolz. In Berlijn is een Robert Stolz Park. In 1977 werd een Robert Stolz-bos geplant, in 1978 werd het Robert Stolz Museum in Graz geopend.

Werken (selectie)[bewerken]

  • 1903 - Schön Lorchen
  • 1906 - Manöverliebe
  • 1908 - Die lustigen Weiber
  • 1910 - Das Glücksmädel
  • 1913 - Du liebes Wien
  • 1917 - Lang, lang ist 's her
  • 1919 - Salome (foxtrot), Hello my fairy lady (one step)
  • 1920 - Der Tanz ins Glück
  • 1920 - Die Rosen der Madonna (zijn enige opera)
  • 1921 - Die Tanzgräfin
  • 1923 - Mädi (operette)
  • 1925 - Märchen im Schnee]]
  • 1926 - Der Mitternachtswalzer
  • 1927 - Märchen im Schnee
  • 1930 - Der verlorene Walzer
  • 1930 - Peppina
  • 1932 - Venus in Seide
  • 1932 - Wenn die kleinen Veilchen blühn (première in Den Haag)
  • 1933 - Der verlorene Walzer
  • 1934 - Gruezi
  • 1935 - Himmelblaue Träume
  • 1936 - Rise and Shine
  • 1937 - Die Reise um die Erde
  • 1947 - Drei von der Donau
  • 1949 - Frühling im Prater
  • 1949 - Pumpernickel
  • 1957 - Kleiner Schwindel in Paris
  • 1962 - Trauminsel
  • 1964 - Frühjahrsparade
  • 1969 - Hochzeit am Bodensee
1rightarrow blue.svg Zie ook Lijst van operettes

Externe link[bewerken]