Dirigeerstok

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
John Philip Sousa (1854-1932) dirigeerde zijn marsmuziek met stok.
Willem van Otterloo met baton (1951).
Mariss Jansons omklemt zijn dirigeerstok tijdens slotapplaus (2008).

Een dirigeerstok (ook bekend onder de naam baton) is een dunne stok ter lengte van 25 à 60 cm, gemaakt van hout (bijvoorbeeld van de haagbeuk), tegenwoordig ook wel van glasvezel of koolstofvezel, met een kegelvormig houten of kurken handvat.

Gebruik[bewerken]

De stok wordt door een dirigent gebruikt als hulpmiddel om aan de musici van een orkest of ensemble de muzikale betekenis van de partituur over te dragen. Daarmee kan hij het tempo aangeven, maar ook de emotionele lading van een compositie. Vanouds dirigeerde men een koor of orkest met de handen, maar veel moderne dirigenten gebruiken liever een dirigeerstok, omdat voor musici het puntje en de beweging van de stok van afstand beter te zien zijn dan een handbeweging. Doorgaans zal de combinatie van lichaamstaal en de beweging van de dirigeerstok (de dirigeerslag) bepalen of musici de bedoelingen van de dirigent begrijpen.

Dirigenten in de 17e en 18e eeuw hadden nog geen dirigeerstok. Zij stampten op de grond met een staf om de maat aan te geven. Beroemd is het verhaal dat Jean-Baptiste Lully met zijn staf op zijn voet stampte, waarna hij op 22 maart 1687 aan koudvuur overleed. De baton werd populair halverwege de 19e eeuw. In die tijd zagen sommige orkestleden dat met vrees aan, bang als ze waren voor agressie van de dirigent. Geheel uit de lucht gegrepen was dat niet, want een van de pioniers van de baton, de dirigent Daniel Turk, sloeg er zo woest mee, dat hij in Manchester een kroonluchter raakte en zichzelf bedolf onder glasscherven. Louis Spohr en Felix Mendelssohn-Bartholdy behoorden tot de eersten die in de periode 1825 - 1832 de dirigeerstok ter hand namen.

Dirigenten kunnen de dirigeerstok naar hun eigen voorkeur laten vervaardigen. Henry Wood en Herbert von Karajan waren daarvan voorbeelden. Van Gaspare Spontini is bekend dat hij een speciale dirigeerstok van ebbenhout met ivoren uiteinden liet maken, toen hij in 1844 in Dresden kwam dirigeren. Willem Mengelberg had, zoals op zijn opnamen te horen is, de gewoonte om aan het begin van een uitvoering twee tikjes met de dirigeerstok op de lessenaar te geven. Van sommige dirigenten wordt de dirigeerstok bewaard, bijvoorbeeld die van Wilhelm Furtwängler in het Musikinstrumenten-Museum in Berlijn.

Er zijn ook dirigenten die het gebruik van de baton afwijzen en alleen met hun handen dirigeren, bijvoorbeeld Pierre Boulez en vroeger Eduard van Beinum, Leopold Stokowski en Dimitri Mitropoulos. Hun voorbeeld was de Rus Vasili Safonov (1852-1918), de eerste moderne stokloze dirigent. Hij had bij een repetitie zijn baton vergeten en dirigeerde toen maar met zijn handen. Dit beviel hem zo goed, dat hij daarna alleen nog maar zonder stok dirigeerde. Ook dirigenten van kleinere ensembles en koren gebruiken meestal geen dirigeerstok.

Literatuur[bewerken]

  • (de) Eckhard Roelcke: Der Taktstock: Dirigenten erzählen von ihrem Instrument. P. Zsolnay, Wien, 2000. ISBN 3-552-04985-1,
  • (en) José Antonio Bowen et al.: The Cambridge Companion to Conducting. Cambridge University Press, Cambridge, 2003. ISBN 978-052152791-0.