Kurk (materiaal)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kurk is een licht, elastisch materiaal, dat wordt gemaakt van de schors van de kurkeik (Quercus suber).

Productie van kurk[bewerken]

Er is wereldwijd ongeveer 2.200.000 hectare kurkbos (33% in Portugal en 23% in Spanje). Jaarlijkse productie is ongeveer 340.000 ton. Kurk wordt gewonnen uit de schors van de kurkeik (Quercus suber L.) in Portugal en de landen rond de Middellandse Zee (Portugal 51%, Spanje 26%, Italië 7%, Marokko 6%, Algerije 4%).

Vanaf het moment dat de kurkeik ongeveer 25 jaar oud is wordt de schors iedere 9 jaar geschild. De bomen leven ongeveer 200 jaar. De eerste 2 oogsten produceren mindere kwaliteit. Vervolgens wordt de schors geschild en verwerkt tot producten van kurk. Na het schillen duurt het 9 jaar voordat de schors zo dik is, dat er weer kurk van kan worden geoogst.

De kurkindustrie wordt algemeen als milieuvriendelijk beschouwd. De duurzaamheid van de productie en de gemakkelijke recycling van de kurkproducten en de bijproducten zijn twee van de meest onderscheidende aspecten.

Eigenschappen[bewerken]

Doordat kurk lucht bevat, is het lichter dan water en warmte-isolerend. Kurk laat vrijwel geen lucht door en is sterk elastisch: een kurk kan tot 35%[bron?] van zijn oorspronkelijke diameter in elkaar gedrukt worden. Verder is de stof antistatisch, geluiddempend en vochtbestendig.

De elasticiteit met de grote waterbestendigheid maken van kurk een geschikte grondstof voor flesstoppers, en dan vooral voor wijnstoppers. Kurkstoppers vertegenwoordigen ongeveer 60% van de kurkproductie.

De lage dichtheid van kurk maakt het geschikt als grondstof voor visdrijvers en boeien, evenals voor handvatten van vishengels (als alternatief voor neopreen).

Kurkbladen, vaak het bijproduct van de meer lucratieve kurkstopperproductie, worden gebruikt voor het maken van vloertegels en prikborden.

Kurkgranulaat kan ook gemengd worden in beton. Het mengsel van kurkgranulaat en cement heeft een lage thermische geleidbaarheid en een goede energieabsorptie. Deze composities hebben een dichtheid van 400-1500 kg/m3, een druksterkte van 1-26 MPa en een buigsterkte van 0.5-4.0 MPa.

Toepassingen[bewerken]

Kurk als afsluiting van een kruikje voor wijwater.

Kurk wordt een enkele keer gebruikt als 'stenen' voor de buitenmuren van huizen, zoals bij het Portugees paviljoen op de Expo 2000. Verder heeft de Portugese postdienst CTT op 28 november 2007 de eerste van kurk gemaakte postzegel ter wereld uitgegeven. Andere toepassingen zijn:

  • Isolatie; kurk werd vroeger veel gebruikt als isolatiemateriaal;
  • Stop voor het afsluiten van een fles of andere verpakking;
  • Wandbekleding; vanwege de natuurlijke uitstraling en isolerende eigenschap;
  • Vloerbedekking; onder meer vanwege ecologische, geluiddempende en waterafstotende eigenschappen;
  • Drijvers, bijvoorbeeld voor dobbers, of om kabels in het water te laten drijven;
  • Prikbord;
  • Als knutselmateriaal en ter decoratie;
  • Kurk wordt gebruikt in ruimtevaarttechnologie vanwege zijn brandwerende eigenschappen;
  • Kleding en accessoires;
  • Schoenen (in de zolen);
  • Meubels van kurk (bijzettafels);
  • Pakkingen in de auto-industrie;
  • In muziekinstrumenten (tussen de verschillende delen van blaasinstrumenten);
  • In een dirigeerstokje (baton), vaak is het handvat van kurk gemaakt.

Het gebruik als flessensluiting[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kurk (stop) voor het hoofdartikel over dit onderwerp

Kurksluitingen worden op grote schaal gebruikt voor het sluiten van vooral wijnflessen. Het marktaandeel in percentage loopt terug sinds de introductie in de negentiger jaren van synthetische alternatieve wijnsluitingen (de "plastic kurk" en de aluminium schroefdop) maar de verkoop in absolute aantallen stijgt ieder jaar. Door de belangrijke milieuvoordelen van natuurlijke kurk ten opzichte van de alternatieven stijgt ook het marktaandeel van natuurkurksluitingen sinds 2010 weer.

Het onschadelijke maar wat muf ruikende trichloroanisol (TCA) is een van de voornaamste oorzaken van "kurkbesmetting" van wijn. Door verbeterde productie-methoden komt deze besmetting al sinds 2010 niet of nauwelijks nog voor.


Plantkunde en deelgebieden
Bijzondere plantkunde: algologie · bryologie · dendrologie · fycologie · lichenologie · mycologie · pteridologie
Paleobotanie: archeobotanie · dendrochronologie · fossiele planten · gyttja · palynologie · pollenzone · varens · veen
Plantenmorfologie & -anatomie: beschrijvende plantkunde · apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · bloemkroon · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · intercellulaire ruimte · kelk · kroonblad · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sklereïde · sklerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote
Plantenfysiologie: ademhaling · bladzuigkracht · evapotranspiratie · fotoperiodiciteit · fotosynthese · fototropie · fytochemie · gaswisseling · geotropie · heliotropisme · nastie · plantenfysiologie · plantenhormoon · rubisco · stikstoffixatie · stratificatie · transpiratie · turgordruk · vernalisatie · winterhard · worteldruk
Plantengeografie: adventief · areaal · beschermingsstatus · bioom · endemisme · exoot · flora · floradistrict · floristiek · hoogtezonering · invasieve soort · status · stinsenplant · uitsterven · verspreidingsgebied
Plantensystematiek: taxonomie · botanische nomenclatuur · APG II-systeem · APG III-systeem · algen · botanische naam · cladistiek · Cormophyta · cryptogamen · classificatie · embryophyta · endosymbiontentheorie · endosymbiose · evolutie · fanerogamen · fylogenie · generatiewisseling · groenwieren · hauwmossen · kernfasewisseling · korstmossen · kranswieren · landplanten · levenscyclus · levermossen · mossen · roodalgen · varens · zaadplanten · zeewier
Vegetatiekunde & plantenoecologie: abundantie · associatie · bedekking · biodiversiteit · biotoop · boomlaag · bos · Braun-Blanquet (methode) · broekbos · climaxvegetatie · clusteranalyse · concurrentie · constante soort · differentiërende soort · ecologische gradiënt · ecologische groep · Ellenberggetal · gemeenschapsgradiënt · grasland · heide · kensoort · kruidlaag · kwelder · minimumareaal · moeras · moslaag · ordinatie · pioniersoort · plantengemeenschap · potentieel natuurlijke vegetatie · presentie · regenwoud · relevé · ruigte · savanne · schor · steppe · struiklaag · struweel · successie · syntaxon · syntaxonomie · Tansley (methode) · toendra · tropisch regenwoud · trouw · veen · vegetatie · vegetatieopname · vegetatiestructuur · vegetatietype · vergrassing · verlanding