Groenwieren
| Groenwieren Fossiel voorkomen: Mesoproterozoïcum[1] — heden | ||||
|---|---|---|---|---|
| Verschillende meercellige groenwieren | ||||
| Taxonomische indeling | ||||
| ||||
| Divisie | ||||
| Chlorophyta Pascher (1914)[2] | ||||
| Synoniemen | ||||
| ||||
| Afbeeldingen op | ||||
| Groenwieren op | ||||
| ||||
Groenwieren (Chlorophyta), ook chlorofyten genoemd, zijn organismen die verwant zijn aan de planten. Ze hebben met planten gemeen dat ze hetzelfde type bladgroen (chlorofyl a en b) hebben, hun chloroplasten thylakoïden bevatten, ze dezelfde pigmenten hebben, zetmeel als reservevoedsel gebruiken en de celwanden uit cellulose bestaan. Ze hebben daarentegen geen vasculair systeem. Veel groenwieren leven in zoet water, maar ook in zout water zijn vele soorten te vinden, als plankton of groeiend op een substraat.
Groenwieren kunnen voorkomen als eencelligen, in kolonies (coenobia), of in gedifferentieerde, meercellige vorm. Sommige groenwieren gaan als fycobiont in korstmossen een symbiotische relatie aan met schimmels (de mycobiont).
Taxonomie
[bewerken | brontekst bewerken]Groenwieren worden ingedeeld bij de Viridiplantae (groene planten). Zij kunnen worden beschouwd als een stam (Fylum) de Chlorophyta met meer dan 8300 soorten, verdeeld in twee onderstammen en 12 klassen. De klassen met de meeste soorten zijn de Chlorophyceae met 4220 soorten en de Ulvophyceae met 2847 soorten.[3]
- Onderstam: Chlorophytina Cavalier-Smith (aantal soorten: 8117) met de volgende klassen:
- Chlorodendrophyceae Massjuk (aantal soorten: 66)
- Chlorophyceae Wille (aantal soorten: 4220)
- Pedinophyceae Moestrup (aantal soorten: 25)
- Trebouxiophyceae Friedl (aantal soorten: 959)
- Ulvophyceae K.R.Mattox & K.D.Stewart (aantal soorten: 2847)
- Onderstam Prasinophytina Round (aantal soorten: 223) met de volgende drie klassen:
- Mamiellophyceae B.Marin & Melkonian (aantal soorten: 25)
- Nephroselmidophyceae T.Nakayama, S.Suda, M.Kawachi & I.Inouye (aantal soorten: 27)
- Pyramimonadophyceae Moestrup & Daugbjerg (aantal soorten: 171)
- Niet via onderstam ingedeelde klassen:
- Chloropicophyceae Lopes dos Santos & Eikrem (aantal soorten: 8)
- Chuariophyceae M.B.Gnilovskaja & A.A.Istchenko (aantal soorten: 3)
- Picocystophyceae Eikrem & Lopes dos Santos (aantal soorten: 1)
- Pseudoscourfieldiophyceae Crépeault, C.Otis, Pombert, Turmel & Lemieux (aantal soorten: 62)
- Het aantal niet ingedeelde soorten (incertae sedis) binnen deze stam is 24.
Moleculair fylogenetisch onderzoek en cladogrammen
[bewerken | brontekst bewerken]De nadrukkelijke scheiding tussen Chlorophyta en Streptophyta in twee verschillen stammen (fyla) werd pas in 2004 ingesteld op grond van moleculair fylogenetisch onderzoek. Alle groenalgen die meer aan planten op het land verwant waren werden in een aparte stam, de Charophyta geplaatst. Hiertoe behoren de kranswieren, maar ook eencellige, als plankton voorkomende groene algen zoals de sieralgen.[4] Een groep algen met in onderstaand cladogram de naam Prasinodermophyta werd ook afgesplitst in een eigen stam (met 11 soorten in totaal, 2 klassen, 3 orden, 1 genus niet te plaatsen).[5] [6][7][8]
Dit cladogram is dus niet het definitieve antwoord op de vraag hoe de groenalgen aan elkaar verwant zijn, maar een tussenstand in lopend onderzoek.
- Een coenobium van de groenalg Pediastrum boryanum (klasse Chlorophyceae)
- Zeesla (Ulva lactuca, klasse Ulvophyceae)
- ↑ (en) Tang Q. (2020). A one-billion-year-old multicellular chlorophyte. Nature Ecology and Evolution 4 (5): 543–549. PMID 32094536. DOI: 10.1038/s41559-020-1122-9.
- ↑ Pascher A. (1914). Über Flagellaten und Algen. Berichte der Deutschen Botanischen Gesellschaft 32: 136–160. DOI: 10.1111/j.1438-8677.1914.tb07573.x.
- ↑ Guiry, MD. (2024). How many species of algae are there? A reprise. Four kingdoms, 14 phyla, 63 classes and still growing. Journal of Phycology 60 (2): 214-228. DOI: 10.1111/jpy.13431.
- ↑ Lewis, L.A. & McCourt, R.M. (2004). Green algae and the origin of land plants. American Journal of Botany 91 (10): 1535–1556. DOI: 10.3732/ajb.91.10.1535.
- ↑ Li, L.W. et al (2020). The genome of Prasinoderma coloniale unveils the existence of a third phylum within green plants 4 (9): 1220–1231. DOI: 10.1038/s41559-020-1221-7.
- ↑ Lopes dos Santos, A P. et al (2017). Chloropicophyceae, a new class of picophytoplanktonic prasinophytes. Sci Rep 7 (1): 14019. DOI: 10.1038/s41598-017-12412-5.
- ↑ Gulbrandsen, Ø. S.. et al (2021). Phylogenomic analysis restructures the Ulvophyceae. Journal of Phycology 57 (4): 1223–1233. DOI: 10.1111/jpy.13168.
- ↑ Yang, Z. et al (2023). Phylotranscriptomics unveil a Paleoproterozoic-Mesoproterozoic origin and deep relationships of the Viridiplantae. Nature Communications 14 (1): 5542. DOI: 10.1038/s41467-023-41137-5.