Zeewier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zeewier op rotsblokken

Zeewier[1] of macro-algen, is een losse aanduiding van groepen niet-verwante grote algen die in de zee of in brak water leven. Doorgaans doelt men daarbij op meercellige, relatief grote (macroscopische, met het blote oog herkenbare) algen of wieren die aan de bodem, of ander substraat onder en boven water, gehecht zijn. Zeewieren worden gecategoriseerd in groenwieren (Chlorophyta), de roodwieren (Rhodophyta) en de bruinwieren (Phaeophyta).De termen algen en wieren worden gewoonlijk zonder veel onderscheid door elkaar gebruikt, hoewel dit verwarring kan veroorzaken omdat microalgen verwant zijn, maar wel degelijk een heel andere soort is.

Biologie[bewerken | brontekst bewerken]

Zeewieren en andere algen zijn eukaryoten en voeren hun fotosynthese uit met behulp van bladgroenkorrels (ook wel chloroplasten) of vergelijkbare organellen. Generatiewisseling komen we bij verschillende zeewieren tegen. Er zijn zowel isomorfe (de opeenvolgende generaties hebben gelijke vorm, bijvoorbeeld bij zeesla) als heteromorfe (de opeenvolgende generaties hebben verschillende vorm) soorten. De vorm en ecologie van de macroscopische zeewieren wijken doorgaans af van die van de eencellige algensoorten.

Vorm[bewerken | brontekst bewerken]

De verschijningsvorm van zeewier doet in enkele gevallen wat denken aan die van landplanten. Er zijn soorten met een stengelachtige structuur met een voet die zich aan een substraat hecht. Daarnaast zijn er vaak bladachtige structuren met sporevormende onderdelen.

Ecologie[bewerken | brontekst bewerken]

Zeewieren zijn afhankelijk van zout water of minimaal brak water, voldoende licht en een voldoende stevig substraat (ondergrond) om aan te hechten. Zeewier komt derhalve vaak voor in het littoraal gebied en bij rotskusten. Op zijn diepst leven zeewieren in Nederland op enkele meters; dit heeft te maken met het feit dat het water niet helder genoeg is om op grotere diepte voldoende zonlicht door te laten. Onder gunstige omstandigheden kan zeewier wel 60 meter lang worden en groeit dan ook op veel grotere diepte. Kelp (een verzamelnaam voor meerdere soorten bruinwier) vormt samen met enkele andere soorten de kelpwouden.

Gebruik van zeewier[bewerken | brontekst bewerken]

Nori, eetbaar zeewier.

Voedsel[bewerken | brontekst bewerken]

Zeewier wordt ook gebruikt als voedsel, al is het in Europa veel minder bekend dan in landen als China, Japan en Korea. Het kan als groente worden gegeten, maar ook worden gebruikt als decoratie of als smaakmaker. In sushi worden strookjes roodwier (nori) gebruikt om de verschillende rijst- en vis-ingrediënten bij elkaar te houden door een smalle strook om het hapje te wikkelen. Japanse zoutjes, een soort rijstcrackers of rijstzoutjes, worden vaak ook met wat zeewier bedekt om ze een pittige smaak te geven. In Indonesië wordt zeewier verwerkt tot agar-agar, een vegetarisch bindmiddel of een substraat voor de kweek van micro-organismen. Dit voedingsmiddel staat bekend om de hoge concentraties aan calcium, kalium en ijzer. Een deel van zeewier wordt niet door het lichaam afgebroken en kan als voedingsvezel worden gezien.

Zeewier bevat mineralen zoals jodium en calcium, ijzer, kalium, mangaan, magnesium, en sporenelementen, alhoewel de soorten en hoeveelheden mineralen beduidend verschillen per zeewiersoort en per locatie. Afhankelijk van de soort kan het tevens kleine hoeveelheden vitamines als vitamine A, vitamine C en vitamine E bevatten.

Wat bruinwieren bijzonder maakt is de fucoidan[2], een stof die in geen enkele landplant aanwezig is. Daarnaast bevatten bruinwieren ook alginaat en roodwieren carrageen. De bredere markt hiervoor wordt vaak als hydrocolloiden[3] aangeduid. Meer specifiek gaat het om de functionele verbindingsmiddelen, geleermiddelen en verdikkingsmiddelen die veel worden toegepast in de voedselindustrie (bijvoorbeeld om de verbinding in chocolademelk in tact te houden, of in pudding dat stijf moet blijven). Bij hydrocolloiden wordt alleen het functionele aspect van zeewier geëxtraheerd (veelal in een fabriek) waarbij alle voedingswaarden verloren gaan. De grote meerderheid van de wereldproductie in zeewier wordt voor deze toepassing gebruikt.

Eiwitten

De eiwitconcentraties in zeewier verschillen per soort, en hierbij moet vooral worden gelet op de verschillen tussen vers/ontdooide zeewiersoorten en gedroogde wieren. Er wordt vaak gesproken over de procentuele eiwit concentraties in zeewier, maar voor referentie inname is het vooral van belang om hoeveel gram het gaat. Een voorbeeld: het bruinwier Saccharina latissima (Suikerwier) dat in Nederland geteeld wordt, kan in gedroogde vorm 23% eiwit bevatten, en in verse vorm 3,7%. Dit valt eenvoudig te verklaren door het vers-gewicht om te rekenen naar droog-gewicht: de factor is 7,5 (bij Saccharina latissimi dat klaar is om geoogst te worden), en zo kan:

1 kg verse Saccharina latissima 37 gram eiwit (3,7%) bevatten;
en zodra het is gedroogd blijft er 133 gram Saccharina latissima over, en dit kan 30 gram eiwit bevatten (23%).
Berekening inname eiwit uit zeewier; een voorbeeld

In verse/ontdooide vorm weegt een gemiddelde portie zeewier per persoon tussen de 10 gram en 100 gram. Qua eiwit inname zou dit 0,37 tot 3,7 gram eiwit bevatten voor de soort Saccharina latissima (suikerwier). In gedroogde vorm ligt de gemiddelde hoeveelheid zeewier (vaak als ingredient in een gerecht) per persoon per portie tussen 1 en 5 gram (maximaal). Qua eiwit inname zou dit 0,23 - 1,15 gram eiwit bevatten voor de soort suikerwier. Bij vleesvervangers zie je dan ook vaak dat andere ingredienten, zoals soja, de eiwitdragers zijn. De eiwit hoeveelheden verschillen per type zeewier, per locatie en per oogst periode. Het is niet per definitie correct dat groenwieren of roodwieren hogere concentraties eiwitten bevatten in vergelijking met bruinwieren. De beste manier om zeker te zijn van de eiwitconcentraties, is door zeewier te laten testen door onafhankelijke laboratoria, zoals bijvoorbeeld Eurofins Omegam en ALcontrol.

Andere voedingswaarden

In sommige wieren komt een vitamine B12-gelijkende stof voor, maar die is inactief als vitamine. Als voedingsstof voor veganisten werkt dit zodoende niet. De vitamine B12-achtige stof uit wieren kunnen zelfs een negatieve werking hebben doordat ze de opname van echte B12 kunnen blokkeren.

Brandstof[bewerken | brontekst bewerken]

De Wageningen Universiteit startte in 2010 samen met andere partijen twee projecten voor zeewierteelt op de Noordzee, waarbij het doel was om zeewier te telen voor omzetting in biogas.[4] De twee test opstellingen werden eind 2012 te water gelaten op twee locaties nabij Texel. Geen van beide hebben het eerste jaar doorstaan en hier is geen zeewier geproduceerd. Dit subsidieproject heeft niet geleid tot een succesvol zeewierteelt ontwerp voor de Noordzee. [5] Vanaf 2015 zijn enkele betrokken partijen verder gegaan met de experimenten op de Noordzee. Tot op heden bestaat er nog geen zeewierproductie op de Noordzee.

Nederlandse zeewiermarkt

In Nederland zijn meerdere bedrijven, stichtingen, kennisinstellingen en organisaties betrokken bij het bredere onderwerp van zeewier. Er wordt toegepast en fundamenteel onderzoek uitgevoerd door onder andere het NIOZ en WUR. Het NIOZ beschikt over het Zeewiercentrum[6]. Er zijn commercieel opererende zeewierboerderijen waarvan de eerste in 2013 is opgericht in de Oosterschelde. Er zijn experimentele proefopstellingen om teelt op de Noordzee te testen. Er is een commercieel opererende hatchery voor het start materiaal dat zeewierboerderijen nodig hebben. Er zijn voedselproducenten die zeewierproducten produceren voor de Nederlandse maar ook buitenlandse markt. Het Zeewierplatform heeft als doelstelling om de Nederlandse zeewierbedrijven en instellingen te vertegenwoordigen.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

Plantkunde en deelgebieden
Bijzondere plantkunde:algologie · bryologie · dendrologie · fycologie · lichenologie · mycologie · pteridologie
Paleobotanie:archeobotanie · dendrochronologie · fossiele planten · gyttja · palynologie · pollenzone · varens · veen
Plantenmorfologie & -anatomie:beschrijvende plantkunde · adventief · apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · bloemkroon · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · intercellulaire ruimte · kelk · kroonblad · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sclereïde · sclerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote
Plantenfysiologie:ademhaling · bladzuigkracht · evapotranspiratie · fotoperiodiciteit · fotosynthese · fototropie · fytochemie · gaswisseling · geotropie · heliotropisme · nastie · plantenfysiologie · plantenhormoon · rubisco · stikstoffixatie · stratificatie · transpiratie · turgordruk · vernalisatie · winterhard · worteldruk
Plantengeografie:adventief · areaal · beschermingsstatus · bioom · endemisme · exoot · flora · floradistrict · floristiek · hoogtezonering · invasieve soort · Plantengeografie · status · stinsenplant · uitsterven · verspreidingsgebied
Plantensystematiek:taxonomie · botanische nomenclatuur · APG I-systeem · APG II-systeem · APG III-systeem · APG IV-systeem · algen · botanische naam · cladistiek · Cormophyta · cryptogamen · classificatie · embryophyta · endosymbiontentheorie · endosymbiose · evolutie · fanerogamen · fylogenie · generatiewisseling · groenwieren · hauwmossen · kernfasewisseling · korstmossen · kranswieren · landplanten · levenscyclus · levermossen · mossen · roodalgen · varens · zaadplanten · zeewier
Vegetatiekunde & plantenoecologie:abundantie · associatie · bedekking · biodiversiteit · biotoop · boomlaag · bos · Braun-Blanquet (methode) · broekbos · climaxvegetatie · clusteranalyse · concurrentie · constante soort · differentiërende soort · ecologische gradiënt · ecologische groep · Ellenberggetal · gemeenschapsgradiënt · grasland · heide · kensoort · kruidlaag · kwelder · minimumareaal · moeras · moslaag · ordinatie · pioniersoort · plantengemeenschap · potentieel natuurlijke vegetatie · presentie · regenwoud · relevé · ruigte · savanne · schor · steppe · struiklaag · struweel · successie · syntaxon · syntaxonomie · Tansley (methode) · toendra · tropisch regenwoud · trouw · veen · vegetatie · vegetatielaag · vegetatieopname · vegetatiestructuur · vegetatietype · vergrassing · verlanding