Robert Thurman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Robert Thurman (2006)

Robert Alexander Farrar Thurman (New York City, 14 augustus 1941) is een Amerikaans Indiakundige, tibetoloog en boeddholoog.

Thurman studeerde aan de Harvard-universiteit vanaf 1958 en slaagde voor zijn bachelor in 1962. In 1961 verloor hij zijn linkeroog in een ongeluk met een krik, waarna zijn oog werd vervangen door een kunstoog. Door dit ongeluk gaf hij zijn leven een geheel andere wending. Hij scheidde van zijn vrouw en reisde van 1961 tot 1966 in Turkije, Iran en India. Hij bekeerde zich tot het Tibetaans boeddhisme en werd als boeddhistisch priester ingewijd in 1964. Robert Thurman studeerde onder andere bij de veertiende dalai lama, Tenzin Gyatso, met wie hij bevriend raakte.

Hij keerde terug naar de Verenigde Staten in 1967 en hertrouwde. Ze kregen vier kinderen waaronder de oudste dochter Uma die actrice werd. In 1969 behaalde hij zijn master en in 1972 werd hij doctor in Sanskriet en Indiase Studies aan Harvard. Hij werd professor godsdienstwetenschappen aan het Amherst College van 1973 tot 1988 en vervolgens professor aan de Columbia-universiteit. Time verkoos hem tot een van de vijfentwintig meest invloedrijke Amerikanen van 1997.

Hij is voorstander van de vrijheid van Tibet en hij is samen met acteur Richard Gere en componist Philip Glass medeoprichter van de niet-gouvernementele organisatie Tibet House. In 2003 ontving hij de Light of Truth Award van de International Campaign for Tibet.

Kritiek[bewerken]

In het boek History as Propaganda van John Powers uit 2004 wordt Thurman beschreven als een propagandist voor de Tibetaanse zaak. Hij zou zich overwegend kritisch uiten over communistisch China en een niet-kritische houding aannemen tegenover Tibet en de status van Tibet.

Afwijkende positie in het vakgebied[bewerken]

Robert Thurman neemt een afwijkende positie in op het vakgebied van de tibetologie vergeleken met de meeste tibetologen. [1]Die positie dankt hij aan zijn interpretatie van en opvattingen over ( de geschiedenis van ) het Tibetaans boeddhisme.


Zijn drie bekendste werken waarin die opvattingen duidelijk worden zijn Essential Tibetan Buddhism [2], Tsong Khapa's Speech of Gold in the Essence of True Eloquence: Reason and Enlightenment in the Central Philosophy of Tibet [3] en zijn versie van het Tibetaans dodenboek. [4]

In het laatste boek construeert Thurman, in zijn commentaar en verantwoording voorafgaand aan de Engelse vertaling, een naar zijn opvatting helder en in wetenschappelijk zin houdbaar bewijs voor het reëel bestaan van reïncarnatie, de staten van de bardo, de overgangsfasen tussen overlijden en wedergeboorte, alsmede voor de materiële existentie van de zes sferen, gebieden waar men wedergeboren kan worden (goden, halfgoden, mensen, dieren, hongerige geesten of in de hel).

Onder hedendaagse tibetologen die over het Tibetaanse dodenboek hebben gepubliceerd bestaat op basis van literair-historisch onderzoek een grote mate van overeenstemming dat de teksten daarvan zijn samengesteld en geschreven in de 14de eeuw[5][6] [7] [8]


Thurman gaat uit van de traditionele klassieke opvatting in de boeddhistische geschiedschrijving dat dit werk al van voor de 8ste eeuw dateert. [9] Het Tibetaanse dodenboek is volgens Thurman geen religieuze benadering van het proces van sterven en overlijden, maar een wetenschappelijke beschrijving van het overlijdensproces en de wedergeboorte, ontwikkeld op basis van wetenschappelijke research door Tibetanen die hij aanduidt met de term’’psychonauts ‘’ [10] [11]

Als Thurman over Tibetaanse kloosters schrijft , benoemt hij die niet als zodanig, maar noemt die “ Mind Science institutions”” [12] Thurman betoogt, dat de sferen waarin men wedergeboren kan worden even materieel zijn als de bestaande, waar te nemen wereld. [13]

Thurman is van mening dat inzichten van bijvoorbeeld Wittgenstein al bekend waren in deze Tibetaanse “ Mind Science institutions ‘’. [14] Hij houdt het voor mogelijk dat in de toekomst een aantal Europese filosofen gezien zullen worden als auteurs van gedachtegoed dat oorspronkelijk afkomstig is uit het Tibetaans boeddhisme. [15]

Ook Thurman gaat - net als iedere andere tibetoloog die over dit onderwerp heeft geschreven - uit van een causaal verband tussen het ontstaan van de Tibetaanse ballingschap en de verspreiding van het Tibetaans boeddhisme naar het westen. In zijn boek Essential Tibetan Buddhism formuleert Thurman wel een afwijkend standpunt ten aanzien van de oorzaak van de gebeurtenissen. Hij formuleert, dat de invasie van Tibet onderdeel is van een geplande strategie van de boddhisattva Vajrapani met als doel dat via de daardoor ontstane ballingschap het Tibetaans boeddhisme naar het westen kon worden verspreid.

Thurman positioneert daarbij Mao Zedong als de emanatie van Vajrapani . [16]


Externe link[bewerken]