Rouwbord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit interieur van de Nieuwe Kerk in Delft met de verdwenen rouwborden van de Oranjes laat zien hoe overladen de Nederlandse kerken in de 18e eeuw waren .
Dit rijkversierde 18e-eeuwse rouwbord is geïnspireerd door de wapenkast en toont ook de wapens van de voorouders (de kwartieren) en een typisch vanitas motief; de van vleermuisvleugels voorziene schedel.

Een rouwbord is een zwartgeverfd meestal ruitvormig houten bord met naam, titel en wapenschild van een prominente overledene met vermelding van de geboorte- en sterfdatum. De rouwborden werden op de gevel van het sterfhuis opgehangen en werden dan naderhand aan de muren van de kerk waar de overledene begraven was bevestigd. De schilder is vaak onbekend gebleven.

Geschiedenis[bewerken]

Rouwborden in de Nederlanden[bewerken]

Het oudste wapenbord in Nederland stamt uit 1457. Het gedenkt Philips de Goede, die in Brugge overleed.
De oudste rouwborden waren sober uitgevoerd, meer dan naam, wapen en het (Latijnse) woord OBIIT (gestorven) met een meestal in Romeinse cijfers geschreven jaartal was er niet op te zien.
In de 17e eeuw werd de heraldiek rijker en op 18e-eeuwse rouwborden zien we veel symbolen van de dood, de eeuwigheid en de vergankelijkheid: schedels, vleermuisvleugels, ourobouros, knekels, al dan niet gevleugelde zandlopers, zeisen, omgekeerde toortsen en gebroken zuilen illustreren de dood en bieden een welkome afleiding voor het oog tijdens al te lange preken.
Anders dan op moderne grafstenen gebruikelijk is werden de borden nooit van Bijbelteksten voorzien. Was het rouwbord van de generatie die de republiek der Nederlanden had gesticht nog sober van vorm en beschildering, hun rijk geworden kinderen en kleinkinderen kozen voor steeds grotere en kostbaarder vormgegeven rouwborden. Op beeldhouwwerk en verguldsel werd niet beknibbeld en men pronkte met de wapens van de voorouders en hun heraldische rangkronen. Nu kwamen deze rijk geworden kooplieden en regenten niet uit oude, tot het dragen van wapens gerechtigde, families. In een aantal gevallen werd ook voorouders zònder wapen daarom achteraf nog een fraai ogend wapenschild gegeven waarbij men vaak wapendieren van andere, gelijknamige, families "leende".

Er zijn geen grote verschillen tussen de rouwborden van mannelijke en vrouwelijke overledenen aan te wijzen.Vaak, maar niet altijd, gebruikte een vrouw een ruitvormig of ovaal wapenschild (ook vrouwenwapen genoemd). Typisch voor een weduwe is het gebruik van een om het schild geknoopte cordelière.

Er zijn kerken geweest waarin nooit rouwborden hebben gehangen. De burgemeesters van Groningen verboden direct na de reformatie het ophangen van rouwborden in de Martinikerk. In de gebrandschilderde ramen was wel plaats voor familiewapens.

De regering van de Bataafse Republiek zag de rouwborden met hun adellijke pretenties als een symbool van de oude, omvergeworpen, standenmaatschappij en verbood in 1798 alle afbeeldingen van wapenschilden omdat deze heraldische ornamenten in strijd waren met de uit Frankrijk overgenomen leus " Liberté, Égalité, Fraternité". Vele duizenden prachtig geschilderde borden werden op last van de overheid tot brandhout gehakt. Zij getuigden immers van eeuwenoude ongelijkheid waar gelijkheid het politieke programma was.
Door toeval of omdat een plaatselijk bestuur zich inzette voor de rouwborden bleven deze soms bewaard zoals in de kerk van Midwolde waar de fraaie 17e- en 16e-eeuwse wapenborden van de familie Von Inn und Knyphausen bewaard zijn gebleven. Ook in het Friese Hogebeintum zijn veel prachtige rouwborden bewaard gebleven. Ze betreffen de bewoners van de nabijgelegen Harsta State.
Toen de Franse Revolutie was uitgewoed was de traditie van het ophangen van de wapenborden vrijwel vergeten. Hier en daar in Nederland hebben vooral adellijke families desondanks tot in onze tijd wapenborden laten maken en opgehangen. Rouwborden geven een groot inzicht in de heraldiek.

Rouwborden in de katholieke kerk[bewerken]

Het afgebeelde ruitvormige rouwbord met het wapen van de Belgische rooms-katholieke priester Mgr. de Kesel laat de overladen rouwborden van de 18e eeuw achter zich en is in de zuivere vormen en kleuren van de 18e eeuw beschilderd. Het afgebeelde bisschopswapen met de kenmerkende groene prelatenhoed met tweemaal zes groene afhangende kwasten is een voorbeeld van kerkelijke heraldiek.
Volgens kerkelijk recht, zo schrijft Bruno Bernard Heim bestonden er voor " leken-wapens slechts drie aanspraken op de toelating van wapens in kerken; het recht van patronage, begrafenis en schenking. Heim benadrukt dat ook het gebruik van wapens van niet-geestelijken op graven op begraafplaatsen en in kerken "onderworpen is aan het katholieke canonieke recht".

Fotogalerie[bewerken]