SBM Offshore

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
SBM Offshore N.V.
Beurs Euronext: SBMO
Oprichting 1965
Sleutelfiguren Bruno Chabas, CEO
Douglas Wood (CFO)
Hoofdkantoor Schiedam
Werknemers 4150 (gemiddeld in 2017)
Producten Installaties voor de productie en opslag van olie- en gasproducten
Omzet US$ 1861 miljoen (2017)
Winst Gedaald US$ -1 miljoen (2017)
Website SBM Offshore
Portaal:  Economie

SBM Offshore N.V. is een Nederlandse onderneming die zich richt op de productie van installaties voor de productie en opslag van olie- en gasproducten. Het bedrijf is vooral actief op het gebied van de bouw, lease en exploitatie van drijvende opslag- en productieplatforms (FPSO).

Activiteiten[bewerken]

SBM Offshore (SBMO) is ontstaan uit diverse Nederlandse scheepswerven en heeft zich ontwikkeld tot een offshore specialist. SBM Offshore ontwerpt, exploiteert en verkoopt of least grote installaties en schepen voor de olie- en gasindustrie. Het levert vooral drijvende platforms voor de productie, opslag en overslag van olie en gas, ofwel Floating Production and Storing Offloading Systems. Deze schepen kunnen ook geschikt worden gemaakt als drijvende overslagsystemen voor LPG en vloeibaar aardgas (LNG). Ook levert SBMO speciale componenten voor boorschepen en offshore hef- en hijssystemen. SBM Offshore beschikt zelf niet over werven of fabrieken voor het maken van deze installaties, dit wordt (wereldwijd) uitbesteed.

Resultaten[bewerken]

In de onderstaande figuur een overzicht van de resultaten van SBMO sinds 2006. In 2011 realiseerde het bedrijf een record aan nieuwe orders, een significant bedrag was het gevolg van een nieuwe opdracht voor een drijvend productie en opslagplatform voor de Braziliaanse oliemaatschappij Petrobras. SBM zal FPSO Cidade de Ilhabela gedurende 20 jaar verhuren aan Petrobras hetgeen een waarde vertegenwoordigd van US$ 3,5 miljard. Het grote verlies was het gevolg van een last van US$ 857 miljoen met betrekking tot het Yme-platform en een daaraan gerelateerd project.

bedragen luiden in miljoenen
Jaar[1] Omzet Nieuwe orders Orderportefeuille
(einde jaar)
Nettoresultaat Aantal
werknemers
(gemiddeld)
2006 $ 1990 $ 4916 $ 6992 $ 216 2356
2007 $ 2871 $ 3822 $ 7955 $ 267 2715
2008 $ 3060 $ 4365 $ 9247 $ 228 3263
2009 $ 2956 $ 3800 $ 10.032 $ 230 3539
2010 $ 3056 $ 4532 $ 11.502 $ 276 3787
2011 $ 3157 $ 8552 $ 16.910 $ -441 4385
2012 $ 3695 $ 1322 $ 14.538 $ -75 5275
2013 $ 4803 $ 10.081 $ 19.700 $ 114 7126
2014 $ 5482 $ 3100 $ 21.800 $ 575 8330
2015 $ 2705 $ 248 $ 18.900 $ 110 7020
2016 $ 2272 $ 110 $ 17.100 $ 247 5237
2017 $ 1861 $ 2608 $ 16.800 $ -1 4150

Geschiedenis[bewerken]

SBMO is in 1965 ontstaan uit de fusie van verschillende Nederlandse scheepswerven, die toen verder samen gingen onder de naam IHC Holland. In eerste instantie richtte de productie zich op olietankers, maar dat werd spoedig uitgebreid naar de productie van boorplatforms. In 1969 werd (als afsplitsing van IHC-Gusto) hiervoor een speciale maatschappij opgericht: Single Buoy Mooring Inc. (SBM)

Door de malaise in de scheepsbouwwereld brak vervolgens een onrustige periode aan, waarin verschillende bedrijfsonderdelen werden afgestoten en andere juist werden toegevoegd. Uiteindelijk ontstonden twee maatschappijen: IHC Inter Holdings en Caland Holdings. In 1984 fuseerden beide bedrijven tot IHC Caland N.V. Uiteindelijk werden in 2004 de laatste scheepswerven verkocht en werd per 1 mei 2005 de naam gewijzigd in SBM Offshore. De scheepswerven gingen verder onder de naam IHC Merwede.

Yme-platform[bewerken]

De Mighty Servant 1 laat het Yme-platform te water in Buøy (Stavanger, Noorwegen)

In 2006 tekende SBMO een contract voor de bouw van een platform gebaseerd op een olieopslagtank die rust op de zeebodem voor het Yme-olieveld in het Noorse deel van de Noordzee.[2] De opdrachtgever was het Canadese energiebedrijf Talisman. Het contract voor het platform had een waarde van US$ 500 miljoen en de oplevering was gepland in 2008.[2] SBMO wilde een nieuwe markt betreden, maar had geen ervaring met de bouw van dit soort platforms en met de strenge regelgeving van de Noorse overheid. De bouw werd uitbesteed aan een scheepswerf in Abu Dhabi.

In 2008 werd reeds duidelijk dat het project alleen uitvoerbaar was tegen hogere kosten, de opleveringsdatum werd verschoven naar begin 2009. De kwaliteit van het geleverde werk was volgens de koper onvoldoende en vereiste extra werkzaamheden anders zou het platform niet worden geaccepteerd. In 2011 moest SBMO al voor US$ 850 miljoen aan afboekingen doen op het Yme-platform door kostenoverschrijdingen, productiefouten en vertraging in de oplevering van het project.[2] Eind december 2012 nam SBM nog eens een buitengewone last van US$ 400 miljoen. Hiermee is volgens SBMO de waarde van het platform tot nul afgeboekt.[2]

Talisman en SBMO maken nog ruzie over het project. Beide bedrijven zijn in onderhandeling over een schikking. Op 11 maart 2012 had SBMO hiervoor een bedrag gereserveerd van US$ 200 miljoen. Als dit bedrag daadwerkelijk uitgekeerd moet worden dan komt de totale financiële schade voor SBMO uit op US$ 1,5 miljard.[2]

Als gevolg van deze grote verliezen is de financiële positie van SBMO uitgehold. Medio december 2012 werd ook bekend dat SBM nieuwe aandelen gaat uitgeven. HAL Investments zal US$ 193 miljoen betalen voor 17 miljoen nieuwe aandelen. Deze uitgifte ter grootte van 9,95% van het uitstaande aandelenkapitaal geeft HAL een belang van ruim 13% in SBMO. HAL had al bijna 5% van de aandelen in handen.[2] HAL staat ook garant voor een mogelijke claimemissie in 2013, maar deze komt alleen als SBM) een schikking weet te bereiken met Talisman voor 11 maart.[2]

In maart 2013 troffen SBMO en Talisman een definitieve schikking met betrekking tot het Yme-project.[3] SBMO betaalt US$ 470 miljoen, dat is US$ 270 miljoen meer dan in december 2012 nog werd verwacht, aan Talisman als bijdrage aan de kosten van de ontmanteling van het platform.[3] Alleen het deel dat boven het water uitkomt wordt verwijderd, de rest zal worden overgedragen aan de licentiehouders van Yme die naar alternatieve ontwikkelingsmogelijkheden van het olieveld willen kijken. SBMO zal toezien op het transport en de uiteindelijke ontmanteling van het platform.[3]

In juli 2017 werd bekend dat SBMO een schikking heeft getroffen met diverse verzekeraars over de schade van Yme. SBMO zal US$ 247 miljoen ontvangen, waarmee de uitstaande vorderingen tegen een meerderheid van de verzekeraars zijn afgewikkeld.[4] SBMO heeft nog vorderingen uitstaan bij andere verzekeraars en hiervoor staat een rechtszaak gepland in oktober 2018.[4]

Afstoten niet kern-activiteiten[bewerken]

Door de slechte gang van zaken bij het Yme-project is Bruno Chabas sinds januari 2012 de CEO bij SBMO opgevolgd door Peter van Rossum (CFO) per medio 2012. Om de financiële positie te verbeteren wil SBMO voor US$ 400 miljoen aan niet-kernactiviteiten afstoten.

Een van de eerste acties was de verkoop van GustoMSC. De ontwerp- en engineeringafdeling van Gusto vormt sinds 2011 met Marine Structure Consultants (MSC) GustoMSC in Schiedam. GustoMSC is marktleider van jack-upsystemen voor offshore constructie-equipment en telt ongeveer 130 medewerkers. Eind november 2012 werd de verkoop van GustoMSC aan Parcom Capital voor US$ 185 miljoen afgerond.[5] Op de verkoop werd een winst geboekt van ruim US$ 120 miljoen. Na deze verkoop zal SBMO zich volledig richten op zijn kernactiviteit: de bouw, lease en exploitatie van drijvende opslag- en productieplatforms (FPSO).

Corruptie[bewerken]

Op 18 oktober 2013 publiceert een anonieme ex-werknemer[6] van SBM Offshore op de Engelstalige Wikipedia een document[7] waaruit naar voren komt dat SBMO tussen 2005 en 2011 ruim US$ 250 miljoen aan steekpenningen betaald zou hebben in een groot aantal landen. De ex-werknemer zou hebben geprobeerd het bedrijf met dit document te chanteren. Nadat het bedrijf niet inging op de dreigementen werd het document gepubliceerd. SBMO heeft naar aanleiding van het naar buiten komen van het gelekte document externe accountants ingehuurd om de zaak te onderzoeken.[8]

Brazilië[bewerken]

Vanwege de mogelijke betrokkenheid van staatsoliebedrijf Petrobras willen vier Braziliaanse oppositiepartijen dat er een delegatie naar Nederland afreist om de affaire tot op de bodem uit te zoeken.[9] Op 31 maart 2014 maakte Petrobras bekend dat uit een intern onderzoek geen bewijs is gevonden van illegale betalingen door SBMO.[10] In september 2015 werd SBMO uitgenodigd te bieden op een order van Petrobras voor twee FPSO's. SBMO was eerder op een zwarte lijst geplaatst vanwege het corruptieschandaal bij Petrobras, maar is van deze lijst verwijderd en kan weer zaken doen met het Braziliaanse bedrijf.[11] In juli 2016 betaalde SBMO US$ 162,8 miljoen aan de Braziliaanse partijen in deze affaire waarvan US$ 149 miljoen voor staatsoliemaatschappij Petrobas.[12]

Eind juli 2018 werd een nieuwe overeenkomst getekend met Petrobras en de Braziliaanse overheid.[13] De corruptiezaak werd geschikt en SBMO betaalt zo'n US$ 299 miljoen als boete en schadevergoeding. Op zijn beurt zullen Petrobras en Brazilië geen nieuwe rechtszaken meer beginnen en mag SBMO weer meedoen aan gunningsprocedures voor nieuwe FPSO's.[13] Alleen de corruptiezaak die al voor de rechter is, valt niet onder het gesloten akkoord. Hier bepaalde de rechter dat Petrobras een deel van de vergoeding aan SBMO mag inhouden totdat in deze rechtszaak uitspraak is gedaan.[13] In september 2018 bereikte SBMO een akkoord met de Braziliaanse aanklager. Het betaalt nog eenmalig US$ 48 miljoen waarmee de affaire tot een einde komt.[14] Met dit laatste bedrag loopt de totale provisie vanwege de Braziliaanse affaire voor SBMO op naar US$ 347 miljoen.

Afrika[bewerken]

Op 1 april 2014 kwam naar buiten dat het bedrijf een hoge boete boven het hoofd hangt wegens omkooppraktijken in twee Afrikaanse landen.[15] Een dag later bleek uit een eigen verklaring van SBMO dat de omvang van de smeergeldaffaire in Afrika circa US$ 42 miljoen betreft, hierdoor vallen de te verwachten boetes waarschijnlijk veel lager uit dan eerder verwacht.[16] Maar op 6 augustus 2014 bracht het bedrijf zelf naar buiten US$ 240 miljoen te reserveren voor de kosten van smeergeldaffaires.[17] Dat bleek op 12 november exact het bedrag waarmee geschikt was met het Nederlandse Openbaar Ministerie,[18] de grootste schikking ooit in Nederland. De schikking staat niet in de weg dat het nieuwe bestuur van de firma ex-bestuurders voor de rechter kan gaan slepen.[19]

Verenigde Staten[bewerken]

Eind 2017 hebben SBMO en dochterbedrijf SBM Offshore USA een schikking getroffen met het Amerikaanse ministerie van Justitie.[20] SBMO betaalt US$ 238 miljoen aan de Amerikaanse autoriteiten vanwege omkoping van functionarissen in Brazilië, Angola, Equatoriaal Guinea, Kazachstan en Irak.[20] Het bedrijf trof eerder een schikking, maar de Amerikaanse autoriteiten behielden het recht de zaak te heropenen als nieuwe informatie beschikbaar zou komen.[20]