Koninklijke Vopak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Koninklijke Vopak N.V.
Beurs Euronext: VPK
Oprichting 1999
Sleutelfiguren Eelco Hoekstra, bestuursvoorzitter
Hoofdkantoor Westerlaan 10
3016 CK Rotterdam
Werknemers 5730 (in FTE, ultimo 2017)[1]
Producten Tankterminals
Omzet € 1306 miljoen (2017)[1]
Winst € 287 miljoen (2017)[1]
Website Vopak
Portaal  Portaalicoon   Economie
Vopak Laurenshaven in het Botlekgebied bij Rotterdam, opslagtank beschilderd als hoedendoos (2006)
Vopak Terminal Amsterdam Petroleumhaven

Koninklijke Vopak N.V. is een wereldwijd opererende tankterminal operator gespecialiseerd in de opslag en overslag van vloeibare en gasvormige chemie- en olieproducten.

Het bedrijf is ontstaan in 1999 door de fusie van Koninklijke Pakhoed N.V. en Koninklijke Van Ommeren N.V. Pakhoed is in 1967 ontstaan uit een fusie van Pakhuismeesteren en Blauwhoed. Blauwhoed heeft een historie die zelfs teruggaat tot het jaar 1616. In 2002 werd de distributie van chemische producten ondergebracht in de zelfstandige maatschappij Univar.

Bedrijfsactiviteiten[bewerken]

Vopak exploiteert 66 terminals met een opslagcapaciteit van bijna 36 miljoen m³ in 25 landen per jaareinde 2017.[1] Het terminalnetwerk is onderdeel van de weg die een product aflegt van producent naar eindgebruiker. Het bedrijf heeft een beursnotering aan de Amsterdamse effectenbeurs, onderdeel van Euronext. Het maakt deel uit van de AEX-index.

Klanten zijn overwegend ondernemingen uit de chemische en olie-industrie voor wie Vopak producten opslaat. Vopak verdient geld aan de verhuur van de opslagtanks, het overpompen van de vloeibare producten van en naar de tanks en diensten als toevoegen van componenten of mengen van producten. Behalve op de traditionele olieproducten, chemicaliën en gassen, wil Vopak zich ook gaan toeleggen op de opslag van lng (Liquefied Natural Gas) en biobrandstoffen.

Vopak is georganiseerd in vijf divisies: Nederland; Europa, Midden-Oosten en Afrika; Azië; Amerika en de wereldwijde LNG-activiteiten. De Europese activiteiten zijn het belangrijkste.

Lng-terminals[bewerken]

De Vopak Terminal Eemshaven (2012)

In samenwerking met N.V. Nederlandse Gasunie heeft Vopak de eerste Nederlandse lng-importterminal gebouwd in Rotterdam. In 2008 startte de bouw en op 23 september 2011 werd de terminal door koningin Beatrix officieel geopend en is sindsdien volledig in bedrijf. De terminal bestaat uit drie tanks met een totale opslagcapaciteit van 540.000 m³ vloeibaar gas, equivalent aan een doorzet van 12 miljard m³ gas op jaarbasis. Dit project betreft een investering van ongeveer 800 miljoen euro. Voor de Gate terminal heeft men meerjarige contracten afgesloten met vier grote energieleveranciers zoals Essent dat sinds 2009 opereert onder de vlag van het Duitse energiebedrijf RWE en E.ON. Gasunie en Vopak houden samen een belang van 95 procent in de terminal en de contractpartijen 5 procent.

Samen met Gasunie werd onderzoek verricht naar de haalbaarheid van een lng-terminal in de Groningse Eemshaven. Beide bedrijven hebben een belang van 25% in het project en Essent 50%. Deze terminal zou twee lng-opslagtanks krijgen van elk 180.000 m³ waarmee jaarlijks 10 tot 12 miljard m³ aardgas kon worden geleverd. Het bouwbesluit zou eind 2011 worden genomen waarna de terminal in de loop van 2015 operationeel kon zijn.[2] In 2010 werd echter duidelijk dat dit project financieel niet haalbaar was en zijn de plannen geschrapt.

In september 2011 heeft Vopak, samen met het Spaanse gasbedrijf Enagas een lng-terminal in Altamira in Mexico overgenomen. Vopak heeft 60% van de aandelen en Enagas de rest. De terminal heeft een opslagcapaciteit van 300.000 m³ en kan jaarlijks zo'n 7,4 miljard m³ aardgas leveren. De capaciteit van de terminal wordt volledig benut op basis van langlopende afneemcontracten.[3]

Vopak in China[bewerken]

In mei 2011 zijn Vopak en de State Development & Investment Corporation (SDIC), een bedrijf uit de Volksrepubliek China, overeengekomen een opslagterminal voor ruwe olie en olieproducten te bouwen in Yangpu, op het zuidelijke eiland Hainan. Er is een joint venture opgericht, waarin SDIC 51% en Vopak 49% van de aandelen krijgt. De terminal zal uitgerust worden met twee aanlegsteigers en een opslagcapaciteit krijgen van 1,35 miljoen m³. De eerste olie kan in het derde kwartaal van 2013 worden verwerkt. Vopak is al actief in China en heeft daar een terminalnetwerk met een capaciteit van 1,2 miljoen m³, voornamelijk voor de opslag van chemische producten. Als alle uitbreidingsplannen voor de vestiging in Hainan ten uitvoer worden gebracht, wordt de uiteindelijke opslagcapaciteit in China waarbij Vopak betrokken is 5,2 miljoen m³.[4]

Resultaten[bewerken]

In de onderstaande figuur staat een meerjarenoverzicht gegeven van de belangrijkste bedrijfsgegevens. Alle getallen zijn inclusief de belangen die Vopak in diverse joint ventures heeft:

bedragen en capaciteit luiden in miljoenen
Jaar Omzet Netto-
resultaat
Opslag-
capaciteit
(in m³)
Wereldwijd
marktaandeel
Aantal
werknemers
(x 1)
2005 € 684 € 93 20,4 n.b. 4607
2006 € 778 € 132 21,2 n.b. 4643
2007 € 853 € 183 21,8 13,0% 4669
2008 € 924 € 213 27,1 12,0% 5243
2009 € 1001 € 251 28,3 11,6% 5341
2010 € 1106 € 270 28,8 11,1% 5756
2011 € 1172 € 401 27,8 10,6% 5901
2012 € 1314 € 330 29,9 10,2% 6099
2013 € 1295 € 312 30,5 10,5% 6174
2014 € 1333 € 294 33,8 11,1% 6092
2015 € 1386 € 325 34,3 n.b. 5902
2016 € 1347 € 326 34,7 n.b. 5672
2017 € 1306 € 287 35,9 n.b. 5730

Geschiedenis[bewerken]

De oudste voorloper van het bedrijf ontstond in de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie toen in 1616 een groep Amsterdamse dragers zich organiseerden in het Blauwhoedenveem. Dat samenwerkingsverband organiseerde het vervoer van de ladingen van de schepen aan de kades naar de stadswaag.[5] In een gildebrief van 26 maart 1616 worden vemen voor het eerst genoemd. Die datum is later ook aangenomen als oprichtingsdatum van het Blaauwhoedenveem. De naam was een afgeleide van de gekleurde hoeden, waaraan de dragers te herkennen waren. Behalve de Blauwhoeden waren er in die tijd ook Rood-, Groen-, Wit-, Geel-, Zwart-, Purper-, Grauw-, Bont- en Strohoeden als onderscheiding. Ook waren er 'Klapmutsen' en dragers van diverse andere vemen.[6]

Uit het samenwerkingsverband van dragers ontwikkelde zich geleidelijk een bedrijf dat gespecialiseerd was in de opslag, de bewaring, de bewerking, de aflevering en de expeditie van koopmansgoederen, het lossen en laden van schepen, het afgeven van cedullen aan toonder of bewijzen op naam van in haar bergplaatsen opgeslagen goederen [ook bekend als celen: verhandelbare eigendomsbewijzen], alsmede met de exploitatie van handelsterreinen of handelsinrichtingen der vennootschap.[7] Het Blaauwhoedenveem werd een van de rijkste en grootste van de veembedrijven. Een belangrijke stap was dat in 1856 de celen door de Nederlandsche Bank werden geaccrediteerd.

In 1857 kreeg het samenwerkingsverband - een soort coöperatie - de vorm van een vennootschap onder firma met de naam Blaauwhoedenveem (met dubbel ‘a’). In 1878 werden de activiteiten van Amsterdam uitgebreid met een vestiging in Rotterdam. Onder andere Vriesseveem en Pakhuismeesteren waren daar al eerder actief. In 1913 bouwde Blauwhoedenveem het nog steeds bestaande maar niet langer in gebruik zijnde graansilocomplex en pakhuis St. Job aan de Lloydkade in Rotterdam. In 1917 fuseerden Blaauwhoedenveem en Vriesseveem, nadat ze al eerder nauw samenwerkten in de nv Katoenveem.

Intussen was in 1839 in Rotterdam 'Stoomvaart Maatschappij De Maas' opgericht als scheepsagentuur en expediteur. Dit was de voorloper van rederij Van Ommeren. In de daarop volgende jaren werden de activiteiten uitgebreid naar zeescheepvaart, binnenvaart, tankopslag, stuwadoorsactiviteiten en distributiecentra. Na een periode waarin ook werd geïnvesteerd in handelsbedrijven werd uiteindelijk begin jaren negentig gekozen voor twee kernactiviteiten: scheepvaart en tankopslag.

Fusie van Ommeren en Pakhoed[bewerken]

In 1998 werd besloten de zelfstandige bedrijven Koninklijke Pakhoed NV en Koninklijke Van Ommeren te fuseren.[8] Beide bedrijven waren actief op het gebied van de opslag in tanks van ruwe olie, petroleumproducten, chemicaliën en plantaardige oliën, tankschepen en andere transportdiensten. Van Ommeren was ook nog actief op het gebied van het vervoer van zware ladingen (Dock Express Shipping) en Pakhoed met de distributie van chemische producten (Univar). Sinds de fusie gaat de combinatie verder onder de naam Vopak. De oud-aandeelhouders van Pakhoed houden 63,4% en die van Van Ommeren 36,6% van het aandelenkapitaal in handen.[8]

De Europese Commissie stelde vast dat het samengaan van de opslagactiviteiten zou leiden tot een zeer sterke marktpartij in het Antwerpen-Rotterdam-Amsterdam (ARA)-gebied[8]. De twee fusiepartners boden daarop aan diverse opslagactiviteiten af te stoten. In eerste instantie was dit aanbod voor de Europese Commissie onvoldoende en besloten de ondernemingen de fusie af te blazen. Na nieuw overleg werd ten slotte besloten de Pakhoed Pernis- en Botlekterminals in Rotterdam en alle aandelen van Van Ommeren in Gamatex in de haven van Antwerpen te verkopen.[8] Deze verkopen maken voldoende concurrentie tussen de aanbieders van tankopslagcapaciteit mogelijk waardoor de Commissie alsnog haar goedkeuring kon gegeven.[8] Bestuurlijk leidde de fusie tot een grote aderlating, de twee bestuursvoorzitters van de fusiepartners, Carel van den Driest en Klaas Westdijk én tegelijk ook de twee president-commissarissen moesten aftreden. Ton Spoor, sinds 1996 opgenomen in de raad van bestuur van Pakhoed, werd de eerste topman van Vopak.[9]

Op 15 april 2000 maakte Vopak de verkoop van de Botlek-terminal, met een capaciteit van 1,5 miljoen m³, aan Odfjell bekend.[10] Dit Noorse concern beschikte toen al over terminals in Houston, China en Zuid-Amerika. Odfjell nam alle 260 personeelsleden over.[10] Eerder dat jaar deed Vopak al zijn belang in de Antwerpse terminal Gamatex over aan de Amerikaanse partner GATX.[10]

Begin 2002 vertrok Ton Spoor met onmiddellijke ingang, mogelijk ‘om persoonlijke redenen’, maar kan ook samenhangen met een extra last van € 150 miljoen die in 2001 werd genomen mede vanwege de mislukte invoering van een pan-Europees IT-systeem.[11] Zijn opvolger werd Gary Pruitt. Pruitt was sinds drie maanden lid van de Raad van Bestuur en had veel ervaring op het gebied van chemische distributie.

Vopak kende een moeizame start. Er bestond weinig overlap tussen de tankopslag en de chemische distributie. De onderneming genereerde onvoldoende geld om de groeiambities van beide activiteiten te ondersteunen. Univar werd afgesplitst en daarmee nam Vopak afscheid van zo'n 80% van haar omzet. Univar is actief in de Verenigde Staten, Canada en diverse Europese landen. Gary Pruitt ging mee met Univar. Hij werd bij Vopak opgevolgd door de terugkerende oud ex-Van Ommeren topman Carel van den Driest, die het bedrijf had geleid tussen 2002 en 2006. Vanaf 1 januari 2011 is Eelco Hoekstra de CEO en van den Driest voorzitter.

Strategische heroriëntatie 2014[bewerken]

Medio 2014 sloot Vopak een strategisch onderzoek af.[12] Vopak wil in het vervolg alleen terminals hebben die passen binnen de nieuwe criteria, dit zijn:[12]

  • terminals in grote energie-knooppunten (hubs), die intercontinentale productstromen ondersteunen;
  • terminals die wereldwijd groei faciliteren in de markten voor aardgas en ook LNG;
  • import-distributieterminals in belangrijke markten met structurele tekorten;
  • industriële en chemieterminals in Amerika, het Midden-Oosten en Azië.

De uitkomst betekent ook dat 15 kleinere terminals in de verkoop gaan. Ondanks dit hoge aantal is het aandeel in de totale capaciteit van Vopak bescheiden en dragen ze slechts 4% bij aan het bedrijfsresultaat.[12] Als onderdeel van dit plan werden in juni 2015 vier Zweedse terminals met een totale capaciteit van 1,3 miljoen m³ verkocht. Koper Inter Pipeline betaalde hiervoor zo'n 90 miljoen euro aan Vopak.

Externe links[bewerken]