Samenstelling Tweede Kamer 1815-1818

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1815-1818 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode tussen september 1815 en oktober 1818. De zittingsperiode ging in op 21 september 1815 en eindigde op 19 oktober 1818.

Er waren toen 110 Tweede Kamerleden, die verkozen werden door de Provinciale Staten van de 18 provincies van het toenmalige Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Tweede Kamerleden werden verkozen voor een periode van drie jaar. Elk jaar werd een derde van de Tweede Kamer vernieuwd.

Gekozen bij de verkiezingen van 1815[bewerken | brontekst bewerken]

Regeringsgezinden (92 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Zuid-Nederlandse oppositionelen (11 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Financiële oppositie (4 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Onafhankelijken (2 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Gematigde liberalen (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1816[bewerken | brontekst bewerken]

  • 20 oktober: Samuël Snouck van Loosen (regeringsgezinden) nam ontslag. De Provinciale Staten van Holland kozen Gijsbert Fontein Verschuir als opvolger, hij werd op 22 oktober 1816 geïnstalleerd.
  • Bij de verkiezingen dat jaar werd het mandaat van 36 Tweede Kamerleden hernieuwd. Samuel van Hoogstraten (regeringsgezinden) was in Holland geen kandidaat voor een hernieuwing van zijn mandaat. Zijn parlementair mandaat liep af op 20 oktober 1816. Zijn opvolger Jan Clifford werd op 22 oktober dat jaar geïnstalleerd.
  • 31 oktober: Hector van Sminia (regeringsgezinden) overleed. De Provinciale Staten van Friesland kozen Carel Æmilius Els Collot d'Escury als zijn opvolger, hij werd op 21 oktober 1817 geïnstalleerd.
  • 3 november: François Louis Joseph de Wargny (regeringsgezinden) overleed. Bij de verkiezingen het jaar nadien verkozen de Provinciale Staten van Antwerpen Petrus Mesmaekers als zijn opvolger, hij werd op 21 oktober 1817 geïnstalleerd.
  • 27 december: Jean Adolphe d'Olimart (regeringsgezinden) nam ontslag om gezondheidsredenen. De Provinciale Staten van Luxemburg kozen Johann Joseph Faber (Zuid-Nederlandse oppositionelen) als zijn opvolger, hij werd op 21 oktober 1817 geïnstalleerd.

1817[bewerken | brontekst bewerken]

1818[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]