André Charles Membrède

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
André Charles Membrède
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Geboren Maastricht, 4 november 1758
Overleden Aken, 25 oktober 1831
Partij regeringsgezind (ten tijde van Willem I)
Religie Rooms-katholiek
Titulatuur Jhr.Mr.
Handtekening Handtekening
Functies
? schepen van de Luikse zijde van Maastricht
1788-1789;
1815-1818
burgemeester van Maastricht
1796-1811 president Crimineel Gerechtshof te Maastricht
1815-1819 lid stedelijke raad van Maastricht
1815 grondwetsnotabele
14 aug 1815 voorzitter vergadering van Grondwetsnotabelen, arrondissement Maastricht
1815-1823 lid Tweede Kamer der Staten-Generaal
1816-1817;
1820-1821
voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal
1823-1828 gouverneur van Antwerpen
1828-1831 lid Eerste Kamer der Staten-Generaal
1829-1831 minister van Staat
Website
Portaal  Portaalicoon   Politiek

André Charles (de) Membrède (Maastricht, 4 november 1758 - Aken, 25 oktober 1831) was een Nederlands politicus. Op 13 september 1817 verkreeg hij het adellijke predicaat van 'jonkheer'.

Biografie[bewerken]

André Charles was de zoon van Jean-Pierre (de) Membrède, schepen van Maastricht, en van Anne Élisabeth Limpens. Hij studeerde tot in 1778 rechten aan de universiteit van Luik en bleef ongehuwd. Na een periode in de advocatuur was hij vanaf 1782 werkzaam als bibliothecaris. Hij werd schepen in Maastricht (Luikse-zijde) en was er van 1788 tot juli 1789 burgemeester. In de periode 1796 - 1811 was hij president aan het crimineel gerechtshof te Maastricht.

Bij de aanvang van de Franse tijd stelt Membrede zich ter beschikking van de nieuwe gezagvoerders en die maken gretig van zijn diensten gebruik. Hij vervulde naast zijn juridische functie verschillende bestuursfuncties. Onder andere was Membrede administrateur van het departement Nedermaas. Eind 1796 reisde Membrede naar Parijs om te voorkomen dat Maastricht en Nedermaas bij een voorgenomen bestuurlijke herindeling zouden marginaliseren. Uiteindelijk wordt het departement Nedermaas inderdaad gehandhaafd. In 1798 stelt Membrede zich kandidaat en wordt hij gekozen tot lid van de Raad van Vijfhonderd. Bij de staatsgreep van 9 november 1799 behoorde Membrede niet tot de partij van Bonaparte en was hij genoodzaakt om te vluchten uit de vergadering waarin beslist werd om de macht in handen te geven van de consuls. Door de staatsgreep komt er dus tijdelijk een einde aan Membredes parlementaire carrière, maar hij blijft regionaal bestuurder en jurist en in 1807 is hij opnieuw lid van het Franse parlement, het Keizerlijk Wetgevend Lichaam.

In 1803 werd hij Ridder in het Franse Legioen van Eer en in 1809 ridder in de empireadel.

Na de val van het Franse bewind zet Membrede zijn loopbaan voort. Hij werd op 21 september 1815 lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor Limburg en was gedurende de zittingsperiode 1816-1817 en 1820-1821 Kamervoorzitter. Zijn Kamerlidmaatschap beëindigde hij op 25 maart 1823 om gouverneur van Antwerpen te worden (21 maart 1823 - 21 februari 1828).

Hij werd benoemd in de Ridderschap van de provindie Limburg bij KB van 13 september 1817/N° 95 A. Was van 10 juni 1818 tot 25 maart 1823 lid van de Raad van State en nam op 20 maart 1828 zitting in de Eerste Kamer, waar hij tot zijn overlijden lid van bleef.

In 1829 werd hij benoemd tot minister van Staat.

Als parlementariër diende hij in 1816 een initiatiefwetsvoorstel in 'tot het vaststellen van bepalingen voor het houden gemeenschap van de Staten-Generaal met de koning', maar dit wetsvoorstel strandde in de Eerste Kamer. Na de afscheiding van de Zuidelijke Nederlanden (1830) bleef hij als enig Limburgs parlementariër deel uitmaken van de Eerste Kamer, omdat hij zich als Maastrichtenaar een (Noord-)Nederlander voelde en beantwoordde de vragen of 'wijziging van de nationale instellingen noodzakelijk was en of de betrekkingen tussen Noord en Zuid-Nederland veranderd moesten worden' met een 'neen'.

Hij werd onderscheiden met het Commandeurschap in de Orde van de Nederlandse Leeuw en ontving een buitenlandse onderscheiding tot ridder in het Franse Legioen van Eer.

Nalatenschap[bewerken]

"Dat is sjterk! zag Mombree" zeggen Maastrichtenaren als hen iets buitengewoons is overkomen. Dit naar een uitspraak van André Charles Membrede toen hij door het raam hals over kop was gevlucht voor de soldaten van Bonaparte uit de zaal in Parijs waar hij op dat moment als lid van de Raad van Vijfhonderd vergaderde.

In Maastricht functioneert het Membredecomité, gelieerd aan de lokale afdeling van de politieke partij D66. Het comité ziet André Charles Membrede als een vroege representant van de verlichte, sociaal liberale traditie in Limburg. Vanaf 2007 reikt het comité eens in de twee jaar een prijs uit aan een Limburger die de nagedachtenis van Membrede waard is.

Voorganger:
J.E.N. van Lynden van Hoevelaken
Voorzitter van de Tweede Kamer
1816-1817
Opvolger:
J.P. van Wickevoort Crommelin
Voorganger:
A.H. van Markel Bouwer
Voorzitter van de Tweede Kamer
1820-1821
Opvolger:
R. Metelerkamp
Voorganger:
Leonard du Bus de Gisignies
Gouverneur van Antwerpen
1823-1828
Opvolger:
Edmond de la Coste

Literatuur[bewerken]

  • Louis ROPPE, André Charles de Membrède, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, Deel II, Brussel, 1966.
  • Jean TULARD, Napoléon et le noblesse d'empire, Taillandier, Parijs, 1979.
  • Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 1994, Brussel, 1994.