Samenstelling Tweede Kamer 1821-1824

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1821-1824 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode tussen oktober 1821 en oktober 1824. De zittingsperiode ging in op 16 oktober 1821 en eindigde op 18 oktober 1824.

Er waren toen 110 Tweede Kamerleden, die verkozen werden door de Provinciale Staten van de 18 provincies van het toenmalige Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Tweede Kamerleden werden verkozen voor een periode van drie jaar. Elk jaar werd een derde van de Tweede Kamer vernieuwd.

Samenstelling na de verkiezingen van 1821[bewerken | brontekst bewerken]

Regeringsgezinden (80 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Zuid-Nederlandse oppositionelen (22 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Financiële oppositie (6 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Onafhankelijken (2 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • Bij de verkiezingen van 1821 werden 37 Tweede Kamerleden gekozen. Zij werden op 29 oktober 1821 geïnstalleerd.
  • Jean-François Collet (Zuid-Nederlandse oppositionelen) werd door de Provinciale Staten van Luik verkozen als opvolger van de in 1820 verkozen Jean-François Géradon, die op 9 juni dat jaar ontslag had genomen.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1821[bewerken | brontekst bewerken]

  • 29 december: Jean-Baptiste Dumonceau (regeringsgezinden) overleed. De Provinciale Staten van Zuid-Brabant verkozen Antoine Barthélémy (Zuid-Nederlandse oppositionelen) als zijn opvolger, hij werd op 17 juli 1822 geïnstalleerd.

1822[bewerken | brontekst bewerken]

1823[bewerken | brontekst bewerken]

1824[bewerken | brontekst bewerken]

  • 20 juli: Joan Melchior Kemper (regeringsgezinden) overleed. In deze zittingsperiode werd niet meer in vervanging van zijn vacature voorzien.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]