Saramaccaans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Saramakaans (Saamáka)
Gesproken in Suriname en Frans-Guyana
Sprekers 26,000 in 1995
Taalfamilie

Creools

  • Saramakaans
Alfabet Latijns
Officiële status
Officieel in

-

Taalorganisatie geen
Taalcodes
ISO 639-1 geen
ISO 639-2 geen
ISO 639-3 srm
Portaal  Portaalicoon   Taal

Het Saramakaans (autoniem: Saamáka) is een creooltaal die in Suriname wordt gesproken door de bevolkingsgroep der Saramakaners, een van de Marronvolkeren (traditioneel bekend als Bosnegers of Businenge). De taal wordt door ongeveer 24.000 mensen gesproken, dicht bij de Saramaccarivier en de bovenloop van de Surinamerivier en door 2000 mensen in Frans-Guyana. Ongeveer 2000 mensen spreken een dialect dat Matawai heet, daarnaast bestaan er nog twee andere dialecten. De bronnen van de Saramakaanse woordenschat zijn de Engelse taal, het Portugees, het Nederlands en Afrikaanse talen van het Afrika ten zuiden van de Sahara. Tussen de 5% en de 20% van deze woordenschat is van Afrikaanse oorsprong, voornamelijk afkomstig van Kongolese talen en Gbe-talen. De fonologie komt het dichtst bij die van Afrikaanse talen, en het heeft zelfs een systeem van betekenisonderscheidende intonatie ontwikkeld, zoals ook veel voorkomt in Afrika.

Saramaka of Saramacca[bewerken]

Er bestaat een verschil tussen Saramaka(ans) en Saramacca(ans). Saramakaans is afgeleid van het woord Saamáka, Marronvolk aan de Boven-Surinamerivier. Saramaccaans daarentegen, verwijst naar het district Saramacca in Noord-Suriname. Het Saramakaans is dus de taal van de Saramakaners.

Geschiedenis[bewerken]

Het Saramakaans (voorheen ook Saramaccaans) is een taal van weggelopen slaven. De taal is in de 17e eeuw ontstaan op de plantages en is vermoedelijk ook de taal geweest waarin de slaven met elkaar communiceerden. Dit verklaart de grote invloed van het Engels (de plantages werden deels bevolkt door Engelse gedetineerden) en het Portugees (veel plantagehouders waren Portugese joden). De weggelopen slaven behielden echter ook hun Afrikaanse moedertalen, die eveneens van grote invloed waren op het Saramakaans. Veel woorden die de oerwoudnatuur beschrijven komen zo uit de Afrikaanse talen - het Engels en het Portugees hadden hier in veel gevallen zelf niet de woorden voor.

Het Saramakaans kon zich in de oerwouden van Suriname en Frans-Guyana handhaven door het relatieve isolement van de Marrons. De taal op de plantages ontwikkelde zich heel anders. In het huidige Suriname is de belangrijkste contacttaal het Sranantongo, dat net als het Saramakaans aanwijsbare Portugese en Afrikaanse invloeden heeft, maar veel Engelser van karakter is dan de taal van de Marrons. Het moderne Saramakaans neemt weliswaar veel woorden van het Sranantongo en in mindere mate het Nederlands over, maar behoudt zijn eigen bijzondere structuur, die veel Afrikaanser is dan in eender welke andere taal in de Amerika's.

Onderzoek[bewerken]

Het Saramakaans mag zich in bijzondere belangstelling van taalkundigen verheugen, omdat het een uitzonderlijke creooltaal is. Geen andere Amerikaanse creooltaal heeft nog zoveel van de Afrikaanse moedertalen van de slaven bewaard. Ook de Europese invloed is diffuus: niet één, maar twee talen zijn de belangrijkste bron van de woordenschat, namelijk het Portugees en het Engels. Ook de vroege afzondering van de Marrons maakt hun taal bijzonder: het Saramakaans is in korte tijd ontstaan en heeft zich daarna zonder sterke invloeden van buitenaf verder ontwikkeld. Ook het feit dat we door bronnen uit die tijd een en ander over de ontstaansgeschiedenis weten maakt het Saramakaans voor taalkundigen interessant.

Afrikaans karakter[bewerken]

Het Afrikaanse karakter van het Saramakaans blijkt uit de fonologie (zie onder), maar ook uit de woordenschat en de grammatica. Nieuwe onderzoeken leveren niet zelden ook nieuwe inzichten over dit onderwerp op: de Afrikaanse invloed blijkt steeds sterker naar gelang we meer over de structuur van het Saramakaans weten. Over het Afrikaanse aandeel in de woordenschat zijn de meningen verdeeld, sommige onderzoekers stellen dat 20% van de Saramakaanse woorden van Afrikaanse herkomst is, anderen schatten dat aandeel lager in. Zelfs als we van de conservatiefste schattingen (5%) uitgaan, blijft het Afrikaanse aandeel het hoogste van alle Amerikaanse creolen. De belangrijkste brontalen voor dit deel van de woordenschat zijn het Kikongo en het Fon[1].

Discussie over afkomst[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Monogenetische pidgintheorie

Taalkundigen zijn het er niet over eens of het Saramakaans als een op het Engels dan wel als een op het Portugees gebaseerde creooltaal moet worden beschouwd. Hoewel het Engelse bestanddeel van de woordenschat groter is dan het Portugese, zijn er wel een aantal belangrijke woorden, zoals de meeste hulpwerkwoorden, van Portugese komaf, wat doet vermoeden dat het Portugese aandeel ooit groter is geweest. Veel taalkundigen gaan van een gedeelde herkomst uit, maar of dat mogelijk is is niet onomstreden.

Verwantschap met andere Surinaamse talen[bewerken]

Ook voor het onderzoek naar het Sranantongo is het Saramakaans interessant, omdat de taal mogelijk een ouder stadium van deze meestgesproken Surinaamse creool laat zien. In dit perspectief is ook het Ndyuka van belang, dat in ouderdom tussen het Saramakaans en Sranantongo in staat. Waar het Saramakaans nog toononderscheid heeft, is dit in het Ndyuka en het Sranantongo afwezig. De typisch Afrikaanse medeklinkers kp en gb, die tegelijk met de lippen en met het achterste gehemelte worden gearticuleerd, zijn in het Aukaans en het Sranantongo door respectievelijk kw- en gw- vervangen. Het lijkt erop dat de fonologie van de jongere Surinaamse creolen dus deels een vereenvoudiging van de Saramakaanse is.

Klankleer[bewerken]

Uit de fonologie blijkt het sterkst het Afrikaanse karakter van het Saramakaans. De taal heeft niet alleen een toononderscheid, er komen ook implosieven voor, klanken die worden uitgesproken door tegelijk in te ademen - zeer typisch voor de Bantoetalen in Afrika. Samen met het voorkomen van lange en korte klinkers en medeklinkers als gb en kp, die in één keer zo uitgesproken worden, maakt dit de fonologie van het Saramakaans redelijk lastig aan te leren. Ook hierin onderscheidt de taal zich van de meeste andere creooltalen, die meestal juist een toegankelijke uitspraak hebben.

Klinkers[bewerken]

Voor Achter
Gesloten [i]? [u]?
Gesloten-mid [e]? [o]?
Open-mid [ɛ]? [ɔ]?
Open [a]?

In totaal zijn er zeven klinkers, behalve de i, a en u zijn er zowel open als gesloten e- en o-klanken. Al deze klinkers kunnen ook nasaal worden gerealiseerd (vgl. Frans). Deze nasale klinkers worden in de spelling aangegeven door een -n of -m achter de klinker te zetten.

Klinkers kunnen in het Saramakaans kort, middellang en lang worden uitgesproken. De lengte van de klinker maakt uit voor de betekenis van woorden. Zo staat /bɛ/ "rood" tegenover /bɛ́ɛ/ "buik" en /bɛɛ́ɛ/ "broo".

Medeklinkers[bewerken]

Bijzonder aan de medeklinkers van het Saramakaans is het voorkomen van de implosieven ɓ en ɗ, klanken die lijken op resp. b en d, maar worden gearticuleerd door in te ademen. Implosieven zijn relatief zeldzaam en komen vooral voor in talen in Oost-Azië en Afrika. Uit het voorkomen van deze medeklinkers blijkt dus heel duidelijk het Afrikaanse karakter van het Saramakaans. Dat blijkt ook uit de medeklinkers kp en gb, die in één keer zo worden uitgesproken (labio-velaar). De uitspraak van de medeklinkers is dus niet eenvoudig; hiertegenover staat dat het Saramakaans geen r-klank heeft.

Toon[bewerken]

Het Saramakaans is een toontaal: de toonhoogte waarop een woord wordt uitgesproken maakt uit voor de betekenis. Er zijn twee tonen, een "hoge toon" (de toon waarmee in het Nederlands vraagzinnen worden uitgesproken, "ja?") en een "lage toon", die dieper en vlakker klinkt. Ieder woord heeft z'n eigen toon, maar de toon kan wel veranderen als het woord in de zin wordt gebruikt. De regels hiervoor zijn gecompliceerd.

Lettergrepen[bewerken]

De lettergreepstructuur is (C)V(V), waarbij C staat voor een consonant en V voor een klinker. Woorden die beginnen met een 'o' worden gelabialiseerd, waardoor het lijkt alsof er "wo" gezegd wordt - de mate van labialiseren hangt echter ook af van de plaats van het woord in de zin. De strenge lettergreepstructuur van het Saramakaans heeft een grote invloed gehad op de manier waarop de Engelse en Portugese woordenschat vervormd werd: slotmedeklinkers vielen weg, consonantclusters werden vereenvoudigd en sommige klanken veranderden (de r werd vaak een l, bijvoorbeeld). Dit maakt veel van de Europese woordenschat in het Saramakaans onherkenbaar.

Vormleer[bewerken]

Zoals de meeste creooltalen is het Saramakaans een isolerende taal: woorden worden niet vervoegd of verbogen, de vorm blijft altijd herkenbaar. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het meervoud, dat alleen door het lidwoord of door telwoorden kan worden uitgedrukt:

wan otó, wanlo otó - een auto, enkele auto's
dí otó, dée otó - de auto, de auto's

Ook werkwoorden worden niet vervoegd. De verleden tijd wordt in het Saramaccaans door hulpwerkwoorden uitgelegd. Er valt echter wat voor te zeggen om hier niet van tijd, maar van aspect uit te gaan[2]. Enkele voorbeelden tonen aan dat het systeem niet noodzakelijk eenvoudig is:

Mi wáka. - Ik liep.
Mi tá wáka. - Ik loop (ik ben aan het lopen).
Mi ɓì wáka. - Ik heb gelopen.
Dí mujée hánse. - De vrouw is mooi.
Dí mujée tá hánse. - De vrouw is mooi aan het worden.
Di mujée ɓì hánse. - De vrouw was mooi.

In het Nederlands zou de zin Mi wáka, zonder hulpwerkwoorden, meestal in de verleden tijd worden vertaald, terwijl de zin Dí mujée hánse, eveneens zonder hulpwerkwoorden, in de tegenwoordige tijd wordt gezet, tenzij de context anders verlangt. Dit geeft al aan dat het Nederlandse aanvoelen van tijd niet overeenkomt met de grammatica van het Saramakaans.

Zinsleer[bewerken]

Het Saramakaans gebruikt consequent de woordvolgorde SVO: onderwerp - persoonsvorm - object. In het Nederlands kan de woordvolgorde gewijzigd worden, bijvoorbeeld in vraagzinnen (zie je dat?) en in bijzinnen. Dit is in het Saramakaans onmogelijk. De structuur van de zin ligt vast. Toch bestaat er een mogelijkheid om een woord te benadrukken door het aan het begin van de zin te plaatsen, maar in deze gevallen verandert er niets aan de rest van de zin: het werkwoord wordt gewoon tweemaal genoemd:

dí wómi síki. - De man is ziek (lett. "de man ziek")
síki dí wómi síki." De man is erg ziek (lett. "ziek de man ziek")

Het Sranantongo kent deze mogelijkheid ook. Het verschijnsel is naar alle waarschijnlijkheid uit Afrikaanse talen afkomstig.[3] Er zijn wel beperkingen: zo kunnen hulpwerkwoorden nooit voorop geplaatst worden. Het lijkt er ook op dat we siki in de voorbeeldzin als een werkwoord moeten interpreteren ("ziek zijn"), want echte bijvoeglijke naamwoorden kunnen níet vooropgeplaatst worden.[2]

Voorbeelden[bewerken]

Hier volgen enkele voorbeelden van zinnen in het Saramakaans, ontleend aan het woordenboek van SIL:

De waka te de aan sinkii möön.
"Zij reisden tot zij uitgeput waren."
U ta mindi kanda fu dee soni dee ta pasa ku u.
"Wij verzinnen liederen over dingen die ons overkomen."
A suku di soni te wojo fëën ko bëë.
"Hij zocht er tevergeefs naar."
Mi puu tu dusu kölu bai ën.
"Ik betaalde er tweeduizend gulden voor."

Voorbeelden van woorden die oorspronkelijk uit het Portugees of de Portugese creooltaal afkomstig zijn: mujee (mulher) "vrouw"; womi (homem) "man"; da (dar) "geven"; bunu (bom) "goed"; kaba (acabar) "beëindigen"; ku (com) "met"; kuma (como) "zoals"; faka (faca) "mes"; aki (aqui) "hier"; ma (mas) "maar"; kendi (quente) "heet"; liba (acima) "boven"; lio (rio) "rivier".

Literatuur en referenties[bewerken]

  • Eithne B. Carlin & Jacques Arends, Atlas of the languages of Suriname. Leiden: KITLV Press, 2002.
  1. Norval Smith & Vinije Haabo, The Saramaccan implosives, tools for linguistic archeology?, 2007
  2. a b Tonjes Veenstra, Serial Verbs in Saramaccan: Predication and Creole Genesis, 1996
  3. Eddy Charry, Geert Koefoed, Pieter Muysken De talen van Suriname, 1983

Externe links[bewerken]