Scheepsbeschuit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tentoongesteld "oudste scheepsbeschuit" uit 1852.

Scheepsbeschuit, ook zeebeschuit, tweebak, zwieback of zeekaak, is een dubbelgebakken harde deegkoek die lange tijd bewaard kan worden. Ze werd vroeger dan ook vaak meegenomen als proviand op vissersschepen en de grote vaart. Zeebeschuit is in sommige vissersplaatsen bij de bakker nog steeds te koop.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Broodbakken was op de vroegere eenvoudig ingerichte schepen geen gewoonte, zodat men was aangewezen op een houdbare vorm van brood. Het gebruik van zeebeschuit was zeer algemeen, het werd meegenomen op alle langere reizen. De vorm van zeekaak doet denken aan die van beschuit, maar daarmee houdt elke vergelijking op. Scheepsbeschuit is niet bros maar zeer stevig en hardgebakken, het moest vaak in een drank als thee of koffie worden gedoopt om gemakkelijker gekauwd te kunnen worden. Het rantsoen zeekaak werd vaak voor een week tegelijk aan de bemanning verstrekt. Het vormt ook een onderdeel van een algemeen noodrantsoen.

Wormer en Jisp[bewerken | brontekst bewerken]

In de plaatsen Wormer en Jisp, in de Zaanstreek ten noorden van Amsterdam, ontstond aan het begin van de zeventiende eeuw door de groei van de Vereenigde Oostindische Compagnie, de West-Indische Compagnie, de haringvisserij, de walvisvaart en de handelsvaart een groot productiecentrum van scheepsbeschuit of tweebak zoals het daar genoemd werd. Hierdoor ontstonden rond de graanmolens in de Zaanstreek, vooral in Jisp en Wormer, beschuitbakkerijen. Hier werden zeer harde koeken, scheepsbiscuit of scheepsbeschuit, uit tarwe- of roggemeel zonder gist gebakken.
Meer dan honderd bakkerijen telden de plaatsen en zesentwintig korenmolens waren nodig om al het meel te malen. Verder beschikte men over zeventig speciale schuiten om de zeekaak naar afnemers in Amsterdam en andere plaatsen te brengen.

Verpakking[bewerken | brontekst bewerken]

Vroeger werd scheepsbeschuit verpakt per 100 stuks. Om kleinere eenheden te krijgen werden halve en kwart-verpakkingen gemaakt, te weten 50 en 25 stuks. Toen daarna het verzoek kwam voor nog een nog kleinere verpakking ontstond een dilemma. In de beschuitbussen van Verkade gingen altijd 25 beschuiten. Later konden de bakkers echter ook de helft van de 25 bestellen (12-13). De fabrikanten hebben toen voor de afronding naar boven gekozen. Voor dit aantal werden speciale verpakkingsmachines gebouwd. In de loop der jaren zijn deze machines wel veranderd, maar het verpakkingsaantal is 13 gebleven.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]