Scheepssloop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schip op sloopstrand bij Chittagong.

De sloop van schepen is het afbreken in kleinere delen die eventueel weer hergebruikt kunnen worden. Voor het merendeel van de schepen wacht aan het einde van het werkzame leven de sloop op een strand, een helling, of in een dok. Waar dit vroeger gebeurde in de traditionele maritieme landen, wordt het overgrote deel tegenwoordig gesloopt in landen als India, Bangladesh en Pakistan.

Er is de nodige kritiek op de scheepssloop in ontwikkelingslanden vanwege de arbeidsomstandigheden en het milieu. Schepen worden veelal op het strand gezet en arbeiders, waaronder kinderen, moeten er zonder bescherming werken en worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Olie, restbrandstof en andere stoffen worden in zee geloosd. In 2009 is het Internationaal Verdrag van Hongkong voor het veilig en milieuvriendelijk recyclen van schepen aangenomen, een internationaal verdrag waarin eisen worden gesteld aan de veiligheid van mens en milieu tijdens het recyclen van een schip.

Economische levensduur[bewerken]

De meeste schepen worden afgeschreven met 4-5% per jaar, wat neerkomt op een economische levensduur van 20 tot 25 jaar. Het is echter sterk afhankelijk van de scheepvaartcyclus of schepen op die leeftijd ook werkelijk voor de sloop verkocht worden. Als de vrachtprijzen in de scheepvaartmarkt hoog liggen, zullen veel rederijen sloop uitstellen. Andersom kunnen lage vrachtprijzen een reder noodzaken om te verkopen om de kasstroom positief te houden.

Locaties[bewerken]

Bangladesh, India en Pakistan staan in voor ongeveer 65% van de wereldwijde scheepssloopcapaciteit:

China neemt ongeveer 30% voor zijn rekening, vooral in de Parelrivierdelta rond Guangdong (Panyu, Xinhui). In Turkije is Aliağa een centrum van scheepsafbraak.

Deze vijf landen vertegenwoordigen 98% van het wereldwijde scheepsrecyclingtonnage.[1]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties