Schokdemper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Schokdemper met veerelement van een Ducati-motorfiets
Principe van de schokdemper
Schokdemper in bunker

Een schokdemper, of schokbreker is een apparaat dat onder meer in de wielophanging van een voertuig zit om de werking van de vering te dempen. Daarom is de naam "veertrillingsdemper" eigenlijk beter op zijn plaats.

Een schokdemper bestaat uit een cilinder met daarin een hydraulische vloeistof, die via kleine openingen in en uit de cilinder kan stromen. In de cilinder zit een zuiger die door de verticale wielbewegingen op en neer gaat. Door de weerstand die de vloeistof ondervindt bij het passeren van de kleine openingen, worden de veerbewegingen gedempt.

De dempingskracht is afhankelijk van de snelheid waarmee de vloeistof door de opening(en) wordt geperst (of: bij de opgaande beweging: wordt terug gezogen). In veel gevallen is die kracht er (ongeveer) evenredig mee. Die evenredigheidsfactor wordt de dempingsfactor genoemd.

De afdichting tussen de cilinderwand en de zuiger bestaat bij eenvoudige schokdempers uit een coating of een nylon zuigerveer. Een meer duurzame zuigerafdichting is gefabriceerd uit een tefloncompound (bijvoorbeeld: PTFE en grafiet).

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Shock absorbers van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.