Scriptorium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Monnikenzaal in de Abdij van Fontenay in Frankrijk, onder meer gebruikt als scriptorium

Het scriptorium is de ruimte in een klooster waar monniken teksten en boeken overschreven en vertaalden. Maar naast deze strikte betekenis wordt scriptorium ook gebruikt, vooral in de wetenschappelijke context, om het geheel van kopiisten, hun werk, hun stijl aan te duiden. Als men zegt dat een werk 'een typisch product is van het scriptorium van 'Winchester abbey' heeft men het niet over de fysieke werkplaats. Men zou een scriptorium kunnen definiëren als de ruimte in een klooster waar handschriften werden vervaardigd en gekopieerd met daarnaast de karakteristieken van de producenten en de tot stand gekomen productie.[1]

Ontstaan[bewerken]

Met de verspreiding van het christendom en de abdijen groeide de vraag naar boeken met de Heilige Schriften. Het was een van de belangrijke taken van de monastieke huizen om in deze behoefte te voorzien. Met het ontstaan en de verspreiding van de abdijen in het westen vanaf de vierde eeuw kwam ook de boekproductie op gang. Benedictus van Nursia stichtte in de zesde eeuw de Abdij van Montecassino en schreef in de kloosterregel die hij opstelde, de regelmatige lectuur van de Heilige Schriften voor. Een bibliotheek samenstellen was daarvoor noodzakelijk. Tijdens de Karolingische renaissance, toen de interesse voor kennis en wetenschap die men kon vinden in de antieke teksten opkwam, kende de schrijfactiviteit een grote bloei. In die periode werden een aantal 'scriptoria' zoals die van Bobbio, Saint-Martin de Tours, Corbie, St. Gallen en St. Albans befaamd om hun activiteit.[2]

De ruimte[bewerken]

Een scriptorium was niet per definitie een grote zaal met een menigte monniken die bezig zijn met het kopiëren van handschriften. Op diverse middeleeuwse kloosterplannen is er geen scriptorium te vinden, in deze kloosters is er helemaal geen aparte ruimte geweest en werden de kopiisten ondergebracht waar het best uitkwam, bijvoorbeeld in nissen in het klooster, in de bibliotheek of bij het calefactorium. In een aantal kloosters was er wel degelijk een aparte ruime. Zo zou in het klooster Vivarium, gesticht door Cassiodorus tussen 532 en 552,volgens de getuigenis van de stichter zelf, een aparte ruimte geweest zijn die speciaal was ingericht als schrijfruimte of scriptorium naar het voorbeeld van wat hij in Byzantium had gezien.[3]

Carrels in de kloostergang van Gloucester Abbey

Het blijkt dat elk klooster zijn eigen oplossing zocht. Bij de benedictijnen komt men vrij regelmatig een afgesloten ruimte tegen die als scriptorium gebruikt werd, maar bij de cisterciënzers en de kartuizers opteerde men dikwijls voor andere oplossingen.[4] Bij de cisterciënzers maakte men vaak gebruik van de monnikenzaal, meestal gelegen in het verlengde van de kapittelzaal en onder het dormitorium, voor allerlei binnenwerken en dus ook voor het kopiëren van handschriften zoals in Fontenay. Ook het gebruik van het calefactorium als scriptorium was populair bij de cisterciënzers zoals men nog kan zien in de abdijen van Senanque en Sylvacane in de Provence. De kartuizers, die de nadruk legden op de algehele stilte, opteerden dikwijls voor individuele cellen waar het nodige meubilair en materiaal werd geplaatst om het kopieerwerk mogelijk te maken. Het inrichten van een schrijfplaats in nissen in het kloosterpand was vooral populair in het Engeland van de late middeleeuwen. In de noordelijke kloostergang van de abdij van Durham, bevonden zich 33 van deze zogenoemde carrels. In de zuidelijke kloostergang van Gloucester Abbey waren stenen carrels gebouwd.

Zie ook[bewerken]