Simon van Halewijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Simon van Halewijn Alewijnz (Dordrecht, 4 januari 1654Suriname, 1727) was burgemeester van Dordrecht , bewindhebber bij de West-Indische Compagnie en gezant in dienst van de Engelse koning Willem III van Oranje.

Hij was een zoon van Alewijn van Halewijn Francoisz en Arnoudina van Beaumont. Hij studeerde in Harderwijk en promoveerde daar in 1675 in de Rechten. In 1681 trouwde hij met Agneta de Witt, dochter van raadpensionaris Johan de Witt en Wendela Bicker. Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren die alle drie jong stierven .

In 1692, tijdens de oorlog met de Fransen, inspecteerde Simon van Halewijn in opdracht van de Staten van Holland de grenzen van Duitsland en Zwitserland met Frankrijk. In Zwitserland trof hij de Franse gezant d'Amelot. Met hem voerde hij in het geheim vredesonderhandelingen, zonder toestemming van de Staten van Holland. Hierdoor werd hij beschuldigd van verraad en werd hij bij terugkeer gevangengenomen en opgesloten in de Gevangenpoort in Den Haag, in afwachting van zijn proces.

In juli 1693 werd hij veroordeeld tot levenslange opsluiting in Slot Loevestein. Al zijn goederen werden verbeurdverklaard, zijn titel Heer van Abbebroek en zijn bezittingen gingen naar zijn broer Cornelis Terestein van Halewijn. Hij werd in de kamer vastgezet, naast die waar Hugo de Groot gevangen had gezeten. In 1696 wist ook Simon van Halewijn te ontsnappen uit slot Loevestein en vluchtte naar Suriname.

Eenmaal in Suriname begon hij omstreeks 1700 met de aankoop en aanleg van plantages en kreeg hij hulp en advies van zijn mede-Dordtenaar en leeftijdgenoot Pieter van de Werff die daar al plantages had overgenomen en aangelegd. Zijn eerste plantage die hij de naam Beaumont gaf, naar zijn moeder Arnoudina van Beaumont, lag dan ook naast die van Pieter van de Werff. Daarna volgden de plantages Peperpot, Puttenzorg ,'t Eylant en Mopentibo, alle gelegen langs de Suriname rivier.

Op 17 juli 1725 trouwde Simon van Halewijn in zijn huis op zijn plantage 't Eylant aan de Pauluskreek met de veel jongere Susanna van Kinckhuysen, dochter van Abraham van Kinckhuysen, secretaris en landmeter van Suriname. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. In 1727 overleed Simon van Halewijn en werd hij begraven op t Eylant. In 1731 werd hij herbegraven in Nederland. Zijn plantages gingen naar zijn neef François Teresteyn van Halewijn Cornelisz, pensionaris van Dordrecht en bewindhebber bij de West-Indische Compagnie. Alleen Mopentibo ging naar Susanna van Kinckhuysen. Zij bezat uit de erfenis van haar vader ook al de plantage la Rencontre. Deze plantage werd later geërfd door Stephanus Laurentius Neale.