Slanke skink

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Slanke skink
IUCN-status: Gevoelig[1] (1996)
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde:Scincomorpha (Skinkachtigen)
Familie:Scincidae (Skinken)
Geslacht:Oligosoma
Soort
Oligosoma infrapunctatum
(Boulenger, 1887)
Slanke skink op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De slanke skink[2] (Oligosoma infrapunctatum) is een hagedis uit de familie skinken (Scincidae).[3] De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door George Albert Boulenger in 1887. Oorspronkelijk werd de naam Lygosoma infrapunctatum gebruikt. De soort behoorde lange tijd tot het geslacht Leiolopisma, waardoor deze oude naam in de literatuur nog wordt gebruikt.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De slanke skink bereikt een kopromplengte van ongeveer 7,5 centimeter, inclusief staart is de lichaamslengte tot 24 centimeter.[2] Het lichaam is overwegend bruin van kleur met lichtere vlekjes waardoor de hagedis niet opvalt in de natuurlijke biotoop. De flanken hebben een geblokte streep en op het midden van de rug zijn kleine donkere vlekjes aanwezig, de buik is meestal geel van kleur is donker gevlekt. Het lichaam is opvallend langgerekt en de poten staan ver van elkaar af en zijn erg kort net zoals de staart en verder hebben ze een kleine kop zonder duidelijke hals.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De slanke skink is endemisch in Nieuw-Zeeland.[3] De habitat bestaat uit open, vlakke terreinen, meestal wordt de hagedis aangetroffen bij de nesten van bepaalde zeevogels.[2]

Levenswijze[bewerken]

Op het menu staan insecten en andere ongewervelden, maar ook wel slakken. De slanke skink is een bodembewonende soort die soms in gaten in muren klimt of in een boom vlucht maar meestal op de grond foerageert. Vele Oligosoma- soorten zijn sterk bedreigd, deze soort is nog redelijk algemeen. Er werd altijd gedacht dat vervuiling en landschapsverandering de belangrijkste oorzaken waren voor de achteruitgang van deze hagedis, maar het is introductie van dieren als wezels, ratten, marters en katten, die veel soorten bijna hebben uitgeroeid. De regering van Nieuw-Zeeland ziet de ernst van de situatie in; er zijn al vele projecten gestart om dit geslacht voor uitsterven te behoeden.

Bronvermelding[bewerken]