Sorin Grindeanu

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sorin Mihai Grindeanu
Sorin Grindeanu, interview Feb 2015.jpg
Geboren 5 december, 1973
Caransebes, Roemenië
Politieke partij ex-Sociaaldemocratische Partij
Partner Mihaela Grindeanu
Premier van Roemenië
Aangetreden 4 januari 2017
Einde termijn 21 juni 2017
President Klaus Johannis
Voorganger Dacian Cioloș
Opvolger Mihai Tudose
Minister van Communicatie
Aangetreden 17 december 2014
Einde termijn 17 november 2015
Voorganger Răzvan Cotovelea
Opvolger Marius Bostan
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Sorin Mihai Grindeanu (Caransebes , 5 december 1973) is een Roemeens politicus.

Sorin Grindeanu studeerde aan de Westelijke Universiteit van Timișoara en werd lid van de PSDR in 1996. Hij was vice-burgemeester van Timișoara van 2008 tot 2012 toen hij werd verkozen als parlementslid namens de PSD. Als parlementslid was hij onder andere lid van de commissie die toezicht gaf over de SRI, de Roemeense geheime dienst. Van december 2014 tot november 2015 was hij minister van Communicatie in het kabinet Ponta IV, het laatste kabinet van Ponta voor diens val. In juni 2016 stapte hij uit het parlement en werd hij raadslid van het District Timiș. [1]

Nadat de PSD de verkiezingen van 2016 had gewonnen werd hen duidelijk gemaakt door President Klaus Johannis dat hun voorzitter Liviu Dragnea niet als premier geaccepteerd zou worden in verband met zijn veroordeling voor verkiezingsfraude. De PSD schoof toen de Tartaars-Roemeense Sevil Shhaideh naar voren als eerste keus. Ook zij werd door Johannis zonder verdere opgaaf van reden afgewezen[2]. Mogelijke redenen waren haar gebrekkige politieke ervaring, het feit dat zij als marionet van Dragnea zou functioneren - Dragnea gaf zelf expliciet aan dat hij alle verantwoordelijkheid zou houden - en de banden van haar man met het regime Assad. Ook diens sympathie voor Hezbollah zou internationaal gezien tot problemen kunnen leiden[3]. Als tweede kandidaat werd daarom Sorin Grindeanu naar voren geschoven en geaccepteerd door zowel de president als de meerderheid van het parlement.

Kort na het aantreden van de regering Grindeanu (PSD + ALDE) vaardigde deze enkele noodwetten uit waaronder noodwet 13/2017. Deze wet maakte dat een aantal gevangenen op vrije voeten zouden worden gesteld en dat sommige vergrijpen niet langer tot gevangenisstraffen zou leiden, waaronder fraude tot een bedrag van 200.000 lei (±44.000 euro). Dit alles om de overvolle gevangenissen te ontlasten en een boete van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te ontlopen. De oppositie, president en de rechtelijke macht wezen het voorstel af. Enkele nieuwsmedia vermoedde zelfs dat de wet bedoelt was om sommige corrupte politici, in het bijzonder PSD partijleider Liviu Dragnea, onder hun straf te laten uit komen. In de nacht van 31 januari werd het voorstel toch aangenomen. Dit leidde tot de grootste protesten in het land sinds de Roemeense revolutie van 1989 en het aftreden van de minister van justitie Florian Iordache. Op 4 februari kondigde de regering aan de noodwet in te trekken. De PNL en de USR volgde met een motie van wantrouwen, maar deze werd alleen gesteund door de PMP en haalde het niet[4]. De protesten en de roep om het aftreden van de regering bleven nog even aanhouden.

Na vier maanden gaf de partij van Sorin Grindeanu aan dat het zijn vertrouwen in de regering op zegde. Alle ministers namen ontslag, op de minister van Communicatie na. Sorin Grindeanu weigerde echter op te stappen en stelde Victor Ponta aan als Secretaris-generaal, die de plaats in nam van Sevil Shhaideh. Hierna diende de PSD samen met de ALDE een motie van wantrouwen in en werd Grindeanu uit de partij gezet. Dit was de eerste keer in Roemenië dat een partij een motie tegen zijn eigen regering indiende. Zowel PSD als ALDE dreigde parlementsleden uit de partij te zetten als ze tegen de motie stemde. De PNL onthield zich van stemmen en dreigde eveneens met uitstoting, maar dan voor parlementsleden die alsnog gingen stemmen. De Hongaarse minderheidspartij zou gepaaid worden om mee te stemmen met de motie, door enkele wensen die betrekking hadden op meer autonomie voor de Hongaarse minderheid in te willigen. Dat laatste ging uiteindelijk niet door en de UMDR gaf zijn parlementsleden geen bindend stemadvies mee. Het zelfde gold voor de PMP. De USR stemde niet mee. Uiteindelijk werd op 21 juni Grindeanu met 241 tegen 10 stemmen naar huis gestuurd. [5]

In oktober 2017 werd hij door zijn opvolger Mihai Tudose voorgedragen als voorzitter van ANCOM - de Roemeense telecomwaakhond vergelijkbaar met de OPTA en BIPT - en ging het parlement akkoord, al stemde de oppositie tegen. Hij volgde daarmee Adrian Diță op die in mei was aangesteld maar in oktober werd ontslagen omdat het parlement het oneens was met zijn reorganisatie. Adrian Diță was de eerste die deze functie verkreeg door goedkeuring van het parlement, daarvoor werd de voorzitter van ANCOM aangesteld door de president na voordracht van de regering. Een noodwet die deze gang van zaken veranderde werd aangenomen ten tijde van de regeerperiode van Sorin Grindeanu.[6]

Voorganger:
Dacian Cioloș
Premier van Roemenië
Sorin Grindeanu
2017
Opvolger:
Mihai Tudose