Distributiebon: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
7 bytes verwijderd ,  1 jaar geleden
indeling kopjes
k (Wijzigingen door 77.167.186.34 (Overleg) hersteld tot de laatste versie door MatthijsWiki)
Label: Terugdraaiing
(indeling kopjes)
Een beperkte vorm van distributie kwam korte tijd weer terug tijdens de [[oliecrisis van 1973]], waarbij alleen [[aardolie]]producten, met name benzine, gerantsoeneerd waren.
 
==Stamkaarten (=Tweede Wereldoorlog)===
De volgende distributiebescheiden zijn tijdens de bezetting in Nederland van kracht geweest.
 
* Inlegvel
 
De Eerste Distributiestamkaart werd vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland ingevoerd. De kaart uitwisselen met anderen (familieleden en anderen) was verboden. De Tweede Distributiestamkaart werd door de Duitse bezetter ingevoerd om de duizenden onderduikers van voedsel af te snijden. (Dezedeze mensen zaten veelal ondergedoken, omdat zij niet voor de Duitse bezetter wilden werken in Duitsland). Wie immers geen stamkaart had, kon geen bonnen krijgen en dus ook geen voedsel en andere goederen kopen. Om aan de Tweede Distributiestamkaart te komen, moest men zich eerst bij de overheid melden met het [[Persoonsbewijs]]. Was dit in orde (er waren wel vervalsingen in omloop), dan kreeg het Persoonsbewijs en de Stamkaart een controlezegel opgeplakt. Zat men ondergedoken (deze mensen hadden veelal een vervalst Persoonsbewijs), dan kon men zich niet legaal melden en dus verkreeg men geen stamkaart en dus ook geen distributiebonnen. Deze maatregel werd door het Ambtenarenverzet zorgvuldig gesaboteerd. Tot irritatie van de Duitse Overheid bleken er uiteindelijk meer stamkaarten verstrekt dan de bevolking volgens haar groot was, zonder dat duidelijk was waar gefraudeerd was.
 
Verzetsgroeperingen gingen dan ook tijdens de oorlog over tot het overvallen van de kantoren waar de bonnen werden bewaard, de [[Distributiekantoor|distributiekantoren]]. De aldus verkregen bonnen werden verdeeld onder personen die onderduikers hadden, zodat men extra voedsel voor de onderduikers kon kopen. De meest spectaculaire overval was de [[Tilburgse zegeltjeskraak]] op 25 januari 1944, waarbij 105.000 z.g. Rauterzegels ten behoeve van de Tweede Distributiestamkaart werden buit gemaakt.
 
Het inlegvel was een kaart waarop stond wanneer men de volgende bonnenvellen kon afhalen. Hiervan moest een zegel worden afgescheurd en ingeleverd. Vervolgens werd dan op de Stamkaart en het Inlegvel aangetekend welke bonnen waren afgehaald. De inlegvellen bestonden uit K-inlegvellen en L-Inlegvellen. Dit onderscheid werd gemaakt naar leeftijd en welstand van de betrokkenen. Kinderen bijvoorbeeld hadden andere bonnen (en dus ook andere inlegvellen) nodig dan volwassenen.
 
Gedurende de [[Hongerwinter]] (september 1944 tot/met mei 1945) waren er nog genoeg bonnen in omloop, maar er was door de Duitse blokkade geen voedsel meer in West-Nederland. Daarom trokken tienduizenden mensen vanuit de steden naar het oosten van Nederland, in de hoop nog iets te kunnen kopen. Gedurende deze tochten werden honderden kilometers te voet of per fiets afgelegd. In de Hongerwinter stierven meer dan 20.000 Nederlanders de hongerdood.
 
Winkeliers moesten de verkregen bonnen op hun beurt weer inleveren om hun voorraad aan te vullen. Winkeliers die een valse bon inleverden, riskeerden hun vergunning kwijt te raken.
 
Gedurende de [[Hongerwinter]] (september 1944 tot/met mei 1945) waren er nog genoeg bonnen in omloop, maar er was door de Duitse blokkade geen voedsel meer in West-Nederland. Daarom trokken tienduizenden mensen vanuit de steden naar het oosten van Nederland, in de hoop nog iets te kunnen kopen. Gedurende deze tochten werden honderden kilometers te voet of per fiets afgelegd. In de Hongerwinter stierven meer dan 20.000 Nederlanders de hongerdood.
==Andere vorm==
* Een voorbeeld van een distributiekaart is de broodkaart, gebruikt voor het verkrijgen van voedsel.
 
==== Textielkaart ====
Op 5 augustus 1940 kwam de eerste textielkaart in omloop, met een geldigheidsduur tot 1 februari 1941, voor verschillende categorieën personen. Deze telden ieder 100 punten. Van 5 augustus 1940 tot 1 november 1940 konden hiervan 40 punten worden ingeleverd; voor de resterende 60 punten kon men kleding aanschaffen van 1 november 1940 tot 1 februari 1941. Punten die overschoten in het eerste tijdvak kon men alsnog inwisselen in het tweede. Gezinnen met lage inkomens (< 350 gulden) kwam men tegemoet met toeslagkaarten.
 
| Wollen stoffen (dames) || 2,- || 7,- || 5,- || 12 || 5
|}
 
== Andere vorm ==
* Een voorbeeld van een distributiekaart is de broodkaart, gebruikt voor het verkrijgen van voedsel.
 
{{Appendix}}
Anonieme gebruiker

Navigatiemenu