Spel vanden heilighen sacramente vander Nyeuwervaert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Spel vanden heilighen sacramente vander Nyeuwervaert is een toneelstuk over het Sacrament van Niervaert dat werd geschreven door de Brusselse stadsdichter Jan Smeken. Hij deed dat in opdracht van het Gilde van het Heilig Sacrament in Breda.

Inhoud[bewerken]

Het Spel vanden heilighen sacramente vander Nyeuwervaert begint met een dialoog tussen twee duiveltjes: Sondich Becoren (Bekoring tot Zonde) en Belet van Dueghden (Belemmering tot Deugd). De duiveltjes zijn bang dat het heilige Sacrament van Niervaert gevonden zal worden. In de omgeving Niervaert ruiken Jan Bautoen en twee vrouwen namelijk een heerlijke geur en ze concluderen dat er op die plaats iets begraven moet liggen. Jan Bautoen vindt in de aarde een hostie die meteen begint te bloeden als hij die opraapt. Verontrust laat hij de bloedende hostie vallen. Een van de vrouwen loopt daarop naar de kerk om de pastoor van Niervaert te halen. De pastoor besluit, nadat hij het verhaal gehoord heeft, dat de hostie ‘God zelve’ moet zijn. Hij neemt de hostie mee en geeft het een plaats in de parochiekerk. De duiveltjes zijn kwaad dat de hostie ontdekt is en besluiten op aarde te blijven om wraak te nemen.

Belemmering tot Deugd heeft enkele heren uit het bisdom Luik doen twijfelen over de echtheid van het Sacrament. Een afgevaardigde, Macharius, vertrekt daarom naar Niervaert om het Sacrament te onderzoeken. Deze gezant van de kerkleiders uit Luik geeft de hostie vijf steken, ziet dat het blijft bloeden en beseft dat het een echt Sacrament is. Macharius wordt zwaar veroordeeld, door onder andere Jan Bautoen en de pastoor van Niervaert, voor zijn arrogantie en aanvankelijke ongelovigheid.

Belemmering tot Deugd en Bekoring tot Zonde vervloeken zichzelf dat het Sacrament intussen zoveel wonderen verricht, vooral met betrekking tot kinderen. Ze zijn bang voor wat Lucifer hen aan zal doen en ze moeten dus zo veel mogelijk zieltjes naar de hel verbannen om het goed te maken. Ze besluiten naar Pruisen te gaan waar een veldslag tussen de christenen, onder leiding van Wouter van Kersbeke, en de heidenen plaatsvindt. De heidenen zijn in de meerderheid en nemen Van Kersbeke en enkele van zijn mannen gevangen. De gevangengenomen christenen bidden tot het Sacrament van Niervaert. Er gebeurt daarop een wonder en de heidenen besluiten de gevangenen niet op de brandstapel te werpen. Uiteindelijk wordt Van Kersbeke bevrijd uit de gevangenis. Ook de duiveltjes zijn eventjes tevreden. Zij hebben door de veldslag immers talloze zielen in de hel kunnen werpen en hopen daarom op de vergiffenis van Lucifer.

Het Sacrament blijft ondertussen steeds meer mirakels verwezenlijken, maar door een overstroming in Niervaert is de heilige hostie in gevaar. De duiveltjes maken plannen om naar Niervaert te gaan en alles voor goed tot zinken te brengen. Zo zijn ze voor eens en voor altijd verlost van het Sacrament en zijn mirakels.

Er wordt een stokje voor het plan van de duiveltjes gestoken wanneer er sprake is van de verplaatsing van de hostie naar Breda. Hendrik van de Leck, heer van Breda, is inmiddels overleden. De Graaf van Nassau, Jan Drossaard van Brabant, heerst nu ook over de Baronie van Breda en wil het Sacrament naar de stad halen. Helaas kan hij door de overstroming Niervaert niet bereiken. Hij schrijft daarom naar de bisschop van Luik en vraagt hem en zijn raadsheren om hulp. Zij willigen het verzoek van de graaf in en zorgen ervoor dat het Sacrament beschermd blijft door de kerk van Niervaert te verstevigen. Via de duiveltjes krijgt de lezer te horen dat het Sacrament goed en wel in Breda is aangekomen en dat het nog steeds vele wonderen verricht. De duiveltjes beginnen te bekvechten met elkaar en besluiten dat ze nu echt verdoemd zijn. De hostie is immers tot voorwerp van verering verklaard. Uiteindelijk besluiten ze dat ze toch hun best gedaan hebben om zo veel mogelijk kwaad te verrichten en vliegen ze weg om elders de taken van Lucifer uit te voeren.

Vorm[bewerken]

Het spel bestaat uit 1325 verzen, grotendeels in gepaard rijm. Enkele passages hebben een meer verfijnd rijmschema, onder meer enkele rondelen en een refrein. Daarnaast is er een proloog van twaalf strofen (rijmschema ABABBCC) en een epiloog (of naprologhe) van zes strofen (ABABBBCC).

Handschrift[bewerken]

Het spel is in slechts één handschrift bewaard gebleven. Het gaat om een verzamelhandschrift in het archief van de voormalige Sint-Barbarakerk (Breda). Dat handschrift dateert van ca. 1520-1540 en werd vervaardigd voor het Gilde van den Heiligen Sacramente vander Nyeuwervaert dat in 1463 te Breda was opgericht. Behalve het toneelstuk met pro- en epiloog bevat de codex onder meer het reglement van het Gilde en een prozakroniek over alle wonderen die aan het Sacrament van Niervaert werden toegeschreven. De hele codex is door één kopiist geschreven, maar die maakte wel wat foutjes bij het overschrijven van zijn voorbeeld.[1]

Auteurschap, ontstaanscontext en datering[bewerken]

In het Bredase handschrift wordt de tekst nadrukkelijk aan Smeken toegeschreven. Smeken fecit ('Smeken maakte het') staat er onder de proloog en aan het einde van het stuk. Een dergelijke ondertekening vinden we ook bij ander werk van de stadsdichter van Brussel. Dat hij de auteur moet zijn blijkt ook uit de twee duiveltjes Sondich Becoren en Belet van Dueghden die door Smeken ook werden opgevoerd in de Spelen van de Zeven Weeën die hij tussen 1508 en 1514 in Brussel schreef.[2]

Afgezien van de duiveltjes ontleende Jan Smeken de inhoud van zijn toneelstuk volledig aan de kroniek die in hetzelfde verzamelhandschrift is overgeleverd. Mede daardoor mogen we aannemen dat Smeken zijn spel heeft geschreven in opdracht van het Bredase Gilde. Hij schreef bovendien wel vaker werk tegen betaling.

Wanneer Smeken dit toneelstuk precies heeft geschreven is niet bekend. In het onderzoek wordt doorgaans een datering in 1500 of eerder aangenomen. In de rekeningen van de stad Breda staat immers een opvoering van zo'n spel geregistreerd op 24 juni 1500 (Item op Sint Jans dach als men tspel speelde van den Sacramente).[3] Het is echter goed mogelijk dat die rekeningpost betrekking heeft op een ouder spel over hetzelfde onderwerp en dat Jan Smeken het Bredase spel pas tegen het einde van zijn leven heeft geschreven.[4]

Tekstedities[bewerken]

  • L.J. Rogier, Spel vanden Heiligen Sacramente van der Nyeuwer vaert. Blaricum: De Waelburgh, 1928.
  • Arnold Saalborn, Dit is het spel van den Heiligen Sacramente van der Nieuwervaart. Een middeleeuws toneelspel in hedendaags Nederlands opnieuw uitgegeven, ingeleid, van verklarende aantekeningen voorzien. Met spel- en regie- aanwijzingen voor toneel-opvoering, Naarden: In de Toren, 1949.
  • W.J.M.A. Asselbergs & A.P. Huysmans, Het Spel vanden Heilighen Sacramente vander Nyeuwervaert, Zwolle: Tjeenk Willink, 1955.
  • Willem Kuiper & Ludo Jongen, Het spel van het Sacrament van Niervaert. Een laat-middeleeuws toneelstuk geschreven door Jan Smeken., Breda: Gilde van het heilig Sacrament van Niervaert, 2017.

Externe link[bewerken]